Verloskunde
1.1. Belangrijke termen
• Amenorroeduur = de tijd verlopen sinds de eerste dan van de laatste regels. Deze wordt
uitgedrukt in volledige weken
• Aterme = tussen 37 en 42 weken
• Preterm = een zwangerschapsduur van minder dan 37 volledige weken
• Posterm of serotien = een zwangerschapsduur van 42 of meer weken
• Embryo = de vrucht vanaf de derde tot de tiende ween na de bevruchting of de vijfde tot de
twaalfde week amenorroe
• Foetus = de vrucht vanaf twaalf weken amenorroe tot aan de geboorte
• Neonaat = vanaf de geboorte tot en met dag 28
• Zuigeling = vanaf de geboorte tot aan de eerste verjaardag
• Gravida of graviditeit = duidt op het aantal zwangerschappen met inbegrip van de huidige
o Nulligravida = is niet zwanger en is het nog nooit geweest
o Primigravida = is voor de eerste keer zwanger
o Multigravida = vanaf de tweede zwangerschap
• Para of pariteit = verwijst naar het aantal bevallingen
o Nullipara = nog nooit bevallen maar kan wel multigravida zijn
o Primipara = eenmaal bevallen
o Multipara = is ten minste 2x bevallen
• Aborta = verwijst naar het aantal miskramen
• Regel van Naegele = berekenen van de betalingsdatum
2. Fysiologie: diagnose van de zwangerschap en prenatale zorg
2.1. Zwangerschapsdiagnose
2.1.1. Symptomen
2.1.1.1. Amenorroe
• Bij vrouw met regelmatige cyclus eerste aanwijzing
• Kan ook gevolg zijn van onregelmatige cycli, menopauze, schijnzwangerschap
• Tijdens de implantatiefase is er bloedverlies mogelijk → ten onrechte als laatste menstruatie
o Fouten veroorzaakt bij bepalen zwangerschapsduur
2.1.1.2. Ochtendbraken en misselijkheid
• Begint vanaf 1ste week en vermindert tegen einde van de 12de week
1
,• HCG en oestrogeen spelen een rol samen met vertraagde maagmobiliteit en de relaxatie van
de oesophagale sfincter
• Maagzuur of pyrosis is een andere veelvuldige klacht
2.1.1.3. Pollakisurie
• Toegenomen renale bevloeiing en de mechanische druk bevorder het frequent urineren van
eerder kleien hoeveelheden
2.1.1.4. Borstveranderingen
• Verhoogde gevoeligheid van de tepels al dan niet samenhangend met spanningsgevoel in de
borsten
• Areola vertonen een toename van hun pigmentatie en de sebumkliertjes kunnen
hypertrofiëren
• Rekkingsstrepen ontwikkelen
• Vanaf 16 weken kan soms colostrumproductie worden vastgesteld
2.1.1.5. Uteriene veranderingen
• De uterus ondergaat hyperplasie en hypertrofie
2.1.1.6. Kindsbewegingen
• Dit bewijs van leven wordt door primigravidae gevoeld rond 20 weken, door multigravidae
rond 16 – 18 weken
2.1.1.7. Foetale harttonen
• Het normale foetale hartritme varieert tussen 120 en 160 slagen/minuut
2.1.1.8. Baarmoedercontracties
• Vanaf de tweede zwangerschapshelft door de zwangere vrouw zelf waarneembaar
2.1.1.9. Palpatie van de foetus
• Met de handgrepen van Leopold kan men vanaf 24 tot 26 weken de foetus zelf palperen
2.1.1.10. Huidveranderingen
• Toegenomen pigmentatie van onder andere aan de tepel, de uitwendige genitaia
• Ontstaan striemen
• Palmair erytheem en varices ontstaan
2.1.2. Zwangerschapstesten
• Detectie van HCG
o In de urine: tijdstip van testen! → vals negatief!
▪ Pas als iemand overtijd is
o In het bloed: > zekerheid!
▪ Grotere zekerheid
2.1.3. Echografie
• Vaginale echografie
o Intra – uteriene vruchtzak is zichtbaar vanaf 5 weken amenorroe
o Embryo is aanwijsbaar vanaf 5 – 6 weken via vaginale echografie
2
, 2.2. Het prenataal onderzoek
2.2.1. De echografie: wat wordt er onderzocht
• Eerste trimester 11- 18 weken
o Termijnbepaling van de zwangerschap
o Bepaling aantal vruchten
o Monozygote – of dizygote
• Tweede trimester 18 – 24 weken
o Nazicht op alle orgaanstelsels
o Positiebepaling
• Derde trimester 28 – 33 weken
o Evolutie groei
o Placentaire functie
o Vruchtwaterhoeveelheid
▪ In balans gehouden van het plassen en slikken van de baby
2.2.2. Waarop wordt gelet tijdens de consultatie
• Gewicht
• Urineonderzoek
• Bloeddruk
• Harttonen en bewegingen kind
• Onderzoek baarmoeder
• Vaginaal onderzoek
2.2.2.1. Gewicht
2.2.2.2. Het urineonderzoek
• Glucose
• Eiwitten
2.2.2.3. De bloeddruk
• Max 140/90 mm Hg
• Onderdruk heel belangrijk
2.2.2.4. Het onderzoek van de harttonen en de bewegingen van het kind
• Hoorbaar via doptone vanaf 12 weken
2.2.2.5. Het onderzoek van de baarmoeder
• CTG = cardiotocografie
o Om de foetale harttonen te beluisteren
3
1.1. Belangrijke termen
• Amenorroeduur = de tijd verlopen sinds de eerste dan van de laatste regels. Deze wordt
uitgedrukt in volledige weken
• Aterme = tussen 37 en 42 weken
• Preterm = een zwangerschapsduur van minder dan 37 volledige weken
• Posterm of serotien = een zwangerschapsduur van 42 of meer weken
• Embryo = de vrucht vanaf de derde tot de tiende ween na de bevruchting of de vijfde tot de
twaalfde week amenorroe
• Foetus = de vrucht vanaf twaalf weken amenorroe tot aan de geboorte
• Neonaat = vanaf de geboorte tot en met dag 28
• Zuigeling = vanaf de geboorte tot aan de eerste verjaardag
• Gravida of graviditeit = duidt op het aantal zwangerschappen met inbegrip van de huidige
o Nulligravida = is niet zwanger en is het nog nooit geweest
o Primigravida = is voor de eerste keer zwanger
o Multigravida = vanaf de tweede zwangerschap
• Para of pariteit = verwijst naar het aantal bevallingen
o Nullipara = nog nooit bevallen maar kan wel multigravida zijn
o Primipara = eenmaal bevallen
o Multipara = is ten minste 2x bevallen
• Aborta = verwijst naar het aantal miskramen
• Regel van Naegele = berekenen van de betalingsdatum
2. Fysiologie: diagnose van de zwangerschap en prenatale zorg
2.1. Zwangerschapsdiagnose
2.1.1. Symptomen
2.1.1.1. Amenorroe
• Bij vrouw met regelmatige cyclus eerste aanwijzing
• Kan ook gevolg zijn van onregelmatige cycli, menopauze, schijnzwangerschap
• Tijdens de implantatiefase is er bloedverlies mogelijk → ten onrechte als laatste menstruatie
o Fouten veroorzaakt bij bepalen zwangerschapsduur
2.1.1.2. Ochtendbraken en misselijkheid
• Begint vanaf 1ste week en vermindert tegen einde van de 12de week
1
,• HCG en oestrogeen spelen een rol samen met vertraagde maagmobiliteit en de relaxatie van
de oesophagale sfincter
• Maagzuur of pyrosis is een andere veelvuldige klacht
2.1.1.3. Pollakisurie
• Toegenomen renale bevloeiing en de mechanische druk bevorder het frequent urineren van
eerder kleien hoeveelheden
2.1.1.4. Borstveranderingen
• Verhoogde gevoeligheid van de tepels al dan niet samenhangend met spanningsgevoel in de
borsten
• Areola vertonen een toename van hun pigmentatie en de sebumkliertjes kunnen
hypertrofiëren
• Rekkingsstrepen ontwikkelen
• Vanaf 16 weken kan soms colostrumproductie worden vastgesteld
2.1.1.5. Uteriene veranderingen
• De uterus ondergaat hyperplasie en hypertrofie
2.1.1.6. Kindsbewegingen
• Dit bewijs van leven wordt door primigravidae gevoeld rond 20 weken, door multigravidae
rond 16 – 18 weken
2.1.1.7. Foetale harttonen
• Het normale foetale hartritme varieert tussen 120 en 160 slagen/minuut
2.1.1.8. Baarmoedercontracties
• Vanaf de tweede zwangerschapshelft door de zwangere vrouw zelf waarneembaar
2.1.1.9. Palpatie van de foetus
• Met de handgrepen van Leopold kan men vanaf 24 tot 26 weken de foetus zelf palperen
2.1.1.10. Huidveranderingen
• Toegenomen pigmentatie van onder andere aan de tepel, de uitwendige genitaia
• Ontstaan striemen
• Palmair erytheem en varices ontstaan
2.1.2. Zwangerschapstesten
• Detectie van HCG
o In de urine: tijdstip van testen! → vals negatief!
▪ Pas als iemand overtijd is
o In het bloed: > zekerheid!
▪ Grotere zekerheid
2.1.3. Echografie
• Vaginale echografie
o Intra – uteriene vruchtzak is zichtbaar vanaf 5 weken amenorroe
o Embryo is aanwijsbaar vanaf 5 – 6 weken via vaginale echografie
2
, 2.2. Het prenataal onderzoek
2.2.1. De echografie: wat wordt er onderzocht
• Eerste trimester 11- 18 weken
o Termijnbepaling van de zwangerschap
o Bepaling aantal vruchten
o Monozygote – of dizygote
• Tweede trimester 18 – 24 weken
o Nazicht op alle orgaanstelsels
o Positiebepaling
• Derde trimester 28 – 33 weken
o Evolutie groei
o Placentaire functie
o Vruchtwaterhoeveelheid
▪ In balans gehouden van het plassen en slikken van de baby
2.2.2. Waarop wordt gelet tijdens de consultatie
• Gewicht
• Urineonderzoek
• Bloeddruk
• Harttonen en bewegingen kind
• Onderzoek baarmoeder
• Vaginaal onderzoek
2.2.2.1. Gewicht
2.2.2.2. Het urineonderzoek
• Glucose
• Eiwitten
2.2.2.3. De bloeddruk
• Max 140/90 mm Hg
• Onderdruk heel belangrijk
2.2.2.4. Het onderzoek van de harttonen en de bewegingen van het kind
• Hoorbaar via doptone vanaf 12 weken
2.2.2.5. Het onderzoek van de baarmoeder
• CTG = cardiotocografie
o Om de foetale harttonen te beluisteren
3