BASISMODELLEN VAN DE CHRISTELIJKE ARCHITECTUUR:
Val van keizerrijk: Blijft er niets over? TOCH wel => Christelijke Kerk overleefd en neemt
(bouw)tradities uit die keizertijd mee, laat ze overleven.
Basismodel 1: BASILICA
§ Christendom wordt officiële godsdienst/staatgodsdienst.
§ Basilica heeft geen sacrale achtergrond: WEL vergaderzaal/ rechtszaal.
( plaats waar gemeenschap samen komt)
§ Christelijke variant dient om hele gemeenschap samen te brengen.
§ Aspect: kleur en afwerkingen meestal verwijderd ( tijdens restauratie in vroege 19de
eeuw dacht men dat het primitief moest ogen (barbaarse tijd, middeleeuwen) ).
§ Basilica = ontleent aan de officiële keizerlijk architectuur.
§ In christelijke vorm wordt longitudinaal ontwikkeld: absis bevindt zich op lang-as.
Basismodel 2: BAPTISTERIUM
= Volledige onderdompeling in het water op volwassen leeftijd
Ambulatorium: centraal een 8 hoek omringd door ander 8 hoek
8 is het tekene van oneidnig. Eeuwige leven
WAAROM volledige onderdompeling?
Het ritueel van sterven: oude zondige leven onderdompelen en herrijzen met nieuw leven.
Het opnieuw spelen van de dood en de herrijzing.
INSPIRATIE van het ritueel?
§ Ambulatorium komt niet overal voor.
§ Geïnspireerd op Keizerlijke oude Romeinse termen, bad en sport complexen?
§ Romeinse termen gaan eerder over warmte + stoom ( niet water) + hebben geen
ambulatorium.
§ Centraal bouwen met ambulatorium lijkt meer op MAUSOLEUM.
§ Mausoleum = graftempel/grafkerk van 4de eeuw (de tijd van keizer Constantein).
§ Doopritueel heeft te maken met dood, het afsterven van zondig leven.
!!(Veel gelijkenis met Mausoleum MAAR er is grote variëteit in vormen van baptisteria. Kan
elke vorm aan nemen + hebben niet allemaal ambulatorium.)!!
,Wordt niet continu gedoopt:
§ Doping tijdens Pasen
§ In de winter: wordt grote/winter basilica benut voor bijeenkomst van hele
gemeenschap (gedoopte + niet gedoopte laten ze binnen).
Meestal gewijd aan Maria.
§ In zomer: wordt kleine/zomer kerk benut ( gedoopte binnen, ongedoopte buiten).
Meestal gewijd aan belangrijkste martelaar de Heilige Stefaan ( 1 vd 12 apostelen)
( Wijdingen vertellen iets over het verleden van zo een kerk)
Basismodel 3: MARTYRIUM
= Plek waar martelaars worden herdacht. Wordt daar begraven/ stoffelijk overblijfsel is
aanwezig.
Martyrium + basilica = basis voor wat men kerk noemt in middeleeuwen.
Vb: Sint Pieter 4de eeuw in Rome.
§ Sint Pieter is naar het westen gericht.
(Normaal naar oosten, daarvan het woord oriëntatie, omdat Jeruzalem in het oosten
ligt)
§ Sint Pieter ligt op grafveld, er is associatie met grafplaats.
§ Men komt naar kerk om heilige/ martelaar te vereren.
§ Dient als vergaderzaal
=> Gaat in de richting naar sacraal gebouw, tempel ( door het denken +vereren)
(Belangrijke heilige/martelaar trekt aan: mensen willen hierbij begraven worden.)
KAROLINGISCHE RENAISSANCE
Karolingische tijd heeft interesse voor/ kijkt naar het Romeinse Keizerrijk/Imperium.
( = Gemeenschappelijk met de grote Renaissance)
FULDA:
Abdijen worden geweid aan verlosser/Christus.
Nu vereerd men 1vd belangrijkste Missionarissen van 8ste eeuw: Heilige Bonifatius.
=> uitbereiding in 8ste eeuw:
§ Lange dwarsbeuk aan westzijde
§ Extra westelijke absis (verwijzing nar Sint Pieter)
, § Fungeert als martyrium om Heilige Bonifatius te vereren ( krijgt statuut van apostel
van de Germanen)
!!( = parallel met Sint Pieter)!!
TRIOMFBOOG
Verwijst naar triomf van de keizer. De hoofdfunctie is herdenkend.
§ Triomfboog van Constantijn = bekendste voorbeeld van het drie-bogige type van
heel de middeleeuwen.
§ Verschijnt in alle pelgrims verslagen en gidsen.
Waarom het bekendste?
§ In middeleeuwen ziet men dit als christelijk monument
§ Monument voor de ideale Christelijke Keizer Constantijn
§ Herdenking van de belangrijke slag in 3013 bij de Pont Milvius.
In Christelijke vorm:
Triomfboog = herdenking/ verheerlijking van een Christelijke overwinning tegen de
tegenstander.
Triomfboog in Lorch:
§ Karel de Grote versie van de triomfboog van Constantijn.
§ Herdenkingsmonument op Christelijke overwinning ( overwinning op de Beieren,
een Heidense volksstam).
De architectuur van de Karolingische elite:
§ Zeer gericht verwijst naar Rome.
§ Niet naar hele antieke Rome MAAR Rome van Constantijn.
Karel de Grote = de nieuwe Constantijn. Hij profileert zich als Katholiek Romeins keizer.
!!( Echte opvolger Constantijn ≠ Karel MAAR zit in Constantinopel in Byzantijnse Rijk)!!
Karolingische periode heeft een Renaissance ( bewuste verwijzingen naar Rome) maar is een
Christelijke renaissance.
, DE PALTSKAPEL EN HAAR NASLEEP
Eeuwenlange nasleep tot na jaar 1000 heeft te maken met reputatie Karel de Grote.
Is centraalbouw, acht hoekig met voorhof
Byzantijns kantje aan de Paltskapel ( niet de constructie maar het ruimte type):
§ Grote centrale vide
§ Ambulatorium
§ Tribune boven
(=> getrouw aan type Byzantijnse paleiskapel)
§ = Paleiskapel
§ Byzantijnse bouwwerken
NASLEEP:
Neemt politieke belang van Karel de Grote mee.
Luik, Sint-Jean:
§ Nieuw gebouwd begin 11de eeuw.
§ Opdrachtgeven, ambitieuze prins bisschop Notger
§ Notger = kerkelijke vorst/ wereldlijke heerser. ( Luik heeft prins bisschop tot Franse
revolutie)
§ Notger is ambitieus met heel programma van bouwwerken. ( Kort na 1000
belangrijke muur aangelegd rond Luik + sticht nieuwe kerken)
§ Sint-Jean verwijzing naar Paltskapel. ( drukt ambities uit met de ideale verwijzing
naar Karel de Grote
Brugge, Sint-Donaas:
§ Gebouw waarmee ambitieuze heerser zijn ambities uitdrukt. ( Wil zich profileren
met paleiskerk)
§ Mini versie Achen.
§ Gebouwd naar Achense werken.
§ Grafelijk paleiscomplex van Brugge
(Beiden ambitieuze heersers die architectuur gebruiken als claims op de ideale heerser)
Ottmarsheim:
§ Geen ambitieus heerser
§ Niet Karolingisch
§ MAAR de kerk van een vrouwen abdij
§ Getrouwe kleinere vorm van Achen
§ Wijding is naar Maria. ( Net als Paltskapel die Maria kerk is)
§ Opdrachtgeefster: abdiest Theophanu. ( Kleindochter Keizer Otto de 2de)
§ Dubbele verwijzing: naar beroemde Maria kerk + keizerlijk voorbeeld.