Fonetiek
Basisbegrippen fonetiek
Productie van spraakgeluid: van hersenen naar spraakorganen
3 componenten
- Luchtstroom (vertrekkend vanuit longen)
- Stemgeving (activiteit ter hoogte van strottenhoofd)
- Articulatie (activiteit in keel-, mond- en neusholte)
Interactie tussen luchtstroom, stemgeving en articulatie
o Zonder luchtstroom geen klanken
o Stemgeving en articulatie logisch onafhankelijk van elkaar
o Stemgeving + articulatie en luchtstroom logisch afhankelijk van elkaar
3 componenten van spraakkanaal
- Strottenhoofd (larynx)/stemspleet (glottis) als ijkpunt
- Sub-: onder
- Supra-: onder
,Sub-laryngale/sub-glottale component: luchtstroom
Pulmonaal/pulmonair (van de longen)
- Ingressieve luchtstroom (naar binnen gaande)
- Egressieve luchtstroom (naar buiten gaande)
o 99% van spraakklanken geproduceerd met behulp van egressief-pulmonische
luchtstroom
Laryngale/glottale component: stemgeving
Strottenhoofd: doosachtige structuur kraakbeentjes
- 1. Schildkraakbeen
- 2. Ringkraakbeen
- 3. Bekervormige kraakbeentjes (heel flexibel)
- 4. Strotklep (kan dichtklappen)
- 5. Tongbeen
- 6. Stemplooien (redelijk massieve structuur, eerder slijmvlies dat trilt)
Verschillende glottale standen
- A. stemplooien open
, o Gewone ademhaling
o Stemplooien kunnen extra opengezet worden bij hoge inspanning
o Stemplooien kunnen iets meer dicht gaan waardoor wrijving/turbulentie ontstaat
aspiratie (waarneembare effect van wrijving)
- B. stemplooien helemaal dicht
o Geblokkeerde luchtstroom
o Door zwaartekracht wordt longvolume onder druk gezet luchtdruk stijgt
ploffende geluid
Glottale stop
Harde steminzet van klinkers
- C. stemplooien snel en herhaaldelijk open en dicht (fonatiestand)
o Stemgeving/fonatie (phonaton): luchtstroom met voldoende kracht uit longen doen
stromen slijmvliezen aan bovenkant stemplooien aan het trillen brengen
Strotklep/epiglottis
- Sluit luchtpijp af zodat bij slikken geen voedsel in luchtwegen komt
- Epiglottis kan enkel sluiten als spieren strottenhoofd naar boven trekken
- Verslikken: coördinatie tussen epiglottis en larynx loopt mis
- Impact op stemtimbre
Supra-laryngale/supra-glottale component: articulatie
Resonatoren: holtes
- Bepaalt kwaliteit van klank
- Versterking van mooie aspecten en wegfilteren van niet-mooie aspecten
- 3 holtes
o Keelholte (minimale controle, geen grote rol in Nederlands)
Achterwand keel
o Mondholte (meest flexibel)
Onderkraakbeen
Tong
Lippen
o Neusholte (niet te veranderen, speelt mee of niet)
o (sinusholte)
o (voorhoofdsholte)
Bovenste articulatoren
- Zacht verhemelte/velum: kan omhoog getrokken worden
o Scharnierpunt tussen 3 holtes/resonatoren
, o Verschillende trajecten van luchtstroom
A. velum helemaal omhooggetrokken tegen achterwand van keelholte
Neusholte wordt afgesloten en kan alleen door mondholte naar
buiten
Orale klank (gewone klinkers en medeklinkers)
B. velum is omlaag en mondholte afgesloten
Luchtstroom kan alleen door neusholte naar buiten
Nasale klank
C. Velum is omlaag en mondholte is niet afgesloten
Luchtstroom zowel door neusholte en mondholte naar buiten
Genasaliseerde/genasaleerde klank (klinkers van Franse
leenwoorden, bv. timbre)
Onderste articulatoren
- Tong: een van allerbelangrijkste articulatoren
o Niet eenvoudig om verschillende onderdelen duidelijk van elkaar te onderscheiden
o Onderverdelen op basis van tongpositie (in rust) tegenover bovenkant mondholte
Klinkerdiagram (alle klinkers)
Benaming delen van tong gemotiveerd
door vorming van klinkers
o Klinkers worden geproduceerd in centrale stuk van mondholte ter hoogte van
palatum en velum (productie medeklinkers kan helemaal achteraan spraakkanaal
(glottaal) tot helemaal achteraan (labiaal) plaatsvinden)
klinkers
Actieve vs. passieve articulatoren en resonatoren
- Actief: bewust en controleerbaar te bewegen
- Passief: niet bewust te manipuleren
- Manipuleerbaarheid: