1. Inleiding
Neuropsychologie: koppelt gedrag aan de neuro-anatomie
Neuroplasticiteit: het vermogen van een gekwetst brein om zoveel mogelijk functies weer op te
nemen door een voortdurende stimulatie/het vermogen van de hersenen om zich aan te passen aan
de omgeving, ten goede en ten kwade:
• Ten goede: hoe meer trainen → hoe dieper de groeven → hoe gemakkelijker bepaalde
bewegingen geactiveerd kunnen worden
• Ten kwade: hoe dieper de groeven → hoe gemakkelijker slechte gedachten getriggerd kunnen
worden
2. Neuroplasticiteit
= veranderingen in de organisatie van de hersenen van individuen als gevolg van ontwikkeling, leren
of ervaring.
Kan verschillende vormen aannemen:
• Gezonde personen: normale ontwikkeling/onderdeel van leerprocessen
• Na een hersenletsel: reorganisatie
2.1 Na een hersenletsel
Personen gaan functieverlies compenseren. Kan gevolg zijn van…
• Gedragsmatige (strategische) aanpassingen (vb: toch kunnen lezen na het uitvallen vaan de
centrale gezichtsveld door ogen op andere punten te richten op de tekst)
• Actief worden van hersengebieden die daar oorspronkelijk niet voor bedoeld zijn
Non Invasive Electrical Stimulation (= neuromodulatie)
• Stimuleren van neurale netwerken (awareness netwerken)
• Frontale stimulatie, dagelijks gedurende 4 weken
• Stimulatietechniek voor personen die in coma zijn geweest
2.2 Neurogenese
= groei van nieuwe zenuwcellen
Neuronen kunnen niet delen, maar er zijn stamcellen in
• Neus
• Hypocampus
• Hersenweefsel/ruggenmergweefsel vervangen met stamcellen uit de neus (niet uit
hypocampus → is het lange termijngeheugen)
2.3 Myelinisatie
= groei van myeline rond de axon
• 0j. → 18j.
• Eerst: motorische & sensorische gebieden (3j. → 7j.)
1
, • Laatst: associatiegebieden in posterieure & anterieure delen van de hersenen
• Myeline neemt af bij ouder worden → moeite met eenvoudige handelingen
• Hoe meer myelinisatie: hoe beter de netwerken in onze hersenen
2.4 Synaptische plasticiteit
= aantal synapsen kan toenemen door sterkere vertakkingen van de uitlopers van zenuwcellen
→ Overdracht door neurotransmitters wordt verbeterd
|| Neurotransmitters = chemische stoffen (kunnen medicamenteus ondersteund worden)
2.5 Cerebrale doorbloeding
• fMRI
• Oefening kan leiden tot
o Toename activiteit van corticale gebieden
o Afname activiteit van corticale gebieden
o Combinatie van beiden
• Hoe meer doorbloed → hoe meer zuurstof (= voedingsstof hersenen) → hoe beter de kwaliteit
van hersenen
2.6 Conclusie
Neuroplasticiteit
• Hoop voor mensen met stoornis in hersenen
• Gezonde personen hebben groot vermogen om gezonde hersenen te ontwikkelen
Er zit een grens op trainen!
• Netwerk zodanig trainen → gebieden naast getrainde netwerken gaan die elektriciteit
opnemen waardoor deze ook geactiveerd worden
• Overflow van activiteit naar andere gebieden → elektriciteit gaat ook naar andere plaatsen
waardoor je motorisch in de war komt (rusten kan hierbij helpen)
Hersenen ontwikkelen waardoor we
• Gezonder leven
• Gelukkiger zijn
• Gestelde doelen beter kunnen bereiken
➔ Uitgangspunt van neuropsychologen & psychologen in begeleiding van patiënten
➔ Mogelijk dankzij verdere ontwikkeling van prefrontale cortex
2