- Functie voedsel en vocht = Nodig voor goed functioneren van de organen.
- Functie spijsverteringsstelsel = Voedsel bewerken, zodat de aanwezige voedingsstoffen
kunnen worden opgenomen in het bloed. Lichaamscellen ontvangen die voedingsstoffen via
het bloed.
Duur verblijf voedsel in organen:
Mondholte-einde slokdarm: 5 sec
Maag: 2-6 uur
Dikke darm tot rectum: 5-6 uur
Anus: 12-24 uur
Voedingsstoffen en algemene functies:
- Koolhydraten (suikers): brandstoffen, mindere mate bouwstoffen
- Lipiden vetten: bouwstoffen en brandstoffen, isolatie, oplosmiddel vitaminen
- Proteïnen eiwitten: bouwstoffen en hulpstoffen, noodgevallen: brandstof
- Mineralen (zouten en spoorelementen): bouwstoffen en hulpstoffen
- Vitamines: hulpstoffen
- Water: oplosmiddel, transportmedium, warmtebuffer, steunstof, vulmiddel
Organisch vs anorganisch:
- Anorganisch: klein formaat, energiearm, komt voor in levenloze en levende dingen, kunnen
alle soorten atomen bevatten, geen koolstofskelet (structuur varieert erg), vb. CO2, O2, H2O,
NaCl, NH2,H2CO3
- Organisch: groot formaat, energierijk (leveren bij verbranding energie op), komt voor in
resten van organismen, bevat altijd C, H, O en vaak N, S, P, koolstofskelet, vb. koolhydraten
en vetten (C,H,O), aminozuren en eiwitten (C,H,O,N soms S), nucleïnezuren (DNA, RNA), ATP,
vitaminen.
Koolhydraten (suikers):
- Grootste deel van ons voedsel
- Belangrijkste energieleverancier
- Brandstof + grondstof biochemische verbinding (ribose in DNA/RNA)
- Ringvormige moleculen: ring met 5 of 6 koolstofatomen als koolstofskelet
Indeling:
Monosachariden = bevat een enkele suikermolecuul
- Kleine moleculen (transport via celmembraan)
- Koolhydraten in voedsel worden afgebroken tot monosachariden
- Glucose is belangrijkste brandstof voor celstofwisseling
- Ringvormige moleculen
- C6-ring (C6H12O6) verschillende ruimtelijke bouw
- glucose (druivensuiker)
- fructose (vruchtensuiker)
- galactose (melksuiker)
- C5-ring
- ribose
, Disachariden = bevat 2 suikermoleculen
- Twee monosachariden (C12H22O11)
- Disachariden worden in spijsverteringskanaal gesplitst tot monosachariden
- Voorbeelden:
- Maltose (2x glucose)
- Lactose (glucose + galactose)
- Sacharose (glucose + fructose)
Polysachariden = bevat veel suikermoleculen
- Opgebouwd uit veel monosachariden (C12H22O11), tot wel meer dan 25000
- Voorbeelden:
- Zetmeel (glucose plantaardig)
- Glycogeen (glucose dierlijk, gevormd in lever en skeletspieren opslag)
- Cellulose ( glucose plantaardig) kan niet afgebroken worden, vezels
zijn belangrijk voor darmperistaltiek + stimulatie darmsapafscheiding
Afbraak koolhydraten:
Koolhydraten worden tijdens spijsvertering afgebroken tot monosachariden
– Mechanisch
– Chemisch (enzymen): door spijsverteringsklieren afgegeven aan darmkanaal
• Stapsgewijze afbraak:
– Amylase: knipt zetmeelketen tot disachariden
– Maltase: splitst maltose moleculen in twee glucose moleculen
– Lactase: splitst lactose in glucose en galactose
– Sacharase: splitst sacharose in glucose en fructose
Lipiden:
- Vetten en vetachtige stoffen (niet water oplosbaar)
– Brandstof (hoge energetische waarde) • Glucose heeft voorkeur: schonere verbranding en
minder zuurstof
– Wordt gebruikt als energiereserve (vetweefsel), bouwstof (celmembranen), oplosmiddel
voor bepaalde vitaminen en als elektrische isolatie (rondom zenuwuitlopers)
Indeling lipiden:
– Triglyceriden: opgebouwd uit glycerol en vetzuren
– Opgebouwd uit glycerolmolecuul + 3 vetzuren
– Vetzuurmoleculen: • Verzadigde vetzuren: geen dubbele bindingen → maximaal aantal H-
atomen gebonden) • Onverzadigde vetzuren: bevat dubbele binding tussen C-atomen →
kunnen nog H-atomen aan binden
– Enkelvoudig onverzadigd vetzuur: een dubbele binding
– Meervoudig onverzadigd vetzuur: meer dan een dubbele binding
– Fosfolipiden: naast glycerol en vetzuren ook opgebouwd uit fosforzuur en een
stikstofverbinding (celmembranen bestaan uit fosfolipiden)
– Steroïden: vetachtige stoffen met een ringstructuur (bv. cholesterol → belangrijk onderdeel
celmembranen)