Examenvragen Toxicologie
OPEN VRAGEN
1. Vermeld de pathogenese, symptomen en behandeling van een intoxicatie met 4-OH-
coumarine derivaten.
2. Verklaar het gebruik van As2O3 als dopingagens in de paardensport.
3. Bespreek de pathogenese, symptomen en behandeling van een nitraatvergiftiging bij
herkauwers. Welke labo-analysen kan u laten uitvoeren om de diagnose te bevestigen?
4. Een hond wordt in laterale decubitus binnengebracht. Volgens de eigenaar was het dier
aanvankelijk vrij rusteloos en vertoonde braakneigingen. De hond reageert overdreven
gevoelig op externe stimuli. Een uitgesproken spierrigiditeit kan worden opgemerkt. Welke
gifstof is verantwoordelijk? Vermeld ook de pathogenese, behandelingen en stanleymes die u
zou uitvoeren.
MULTIPLE CHOICE VRAGEN
1. Intoxicatie met strychnine en aldicarb komt vrij frequent voor bij KHD. Het onderscheid tussen
beiden intoxicaties kan gemaakt worden op basis van:
A. analyse van de gifstof in lever
B. analyse van de gifstof in bloed
C. verstrekken van een parasympaticolyticum
Zoals Atropine.
Analyse zou moeten gebeuren in braaksel of maaginhoud.
2. Fase I biotransformatiereacties kunnen zorgen voor een bioactivatie van gifstoffen. Dergelijke
bioactivatie doet zich voor bij:
A. Jacobskruiskruid bij het paard
B. DON bij het varken
C. Aldicarb bij de kat
3. Een kersrode kleur van veneus bloed kan wijzen op een intoxicatie met:
A. Thalium
B. Cyanide
C. Chloraat
OPEN VRAGEN
1. Vermeld de pathogenese, symptomen en behandeling van een intoxicatie met 4-OH-
coumarine derivaten.
2. Verklaar het gebruik van As2O3 als dopingagens in de paardensport.
3. Bespreek de pathogenese, symptomen en behandeling van een nitraatvergiftiging bij
herkauwers. Welke labo-analysen kan u laten uitvoeren om de diagnose te bevestigen?
4. Een hond wordt in laterale decubitus binnengebracht. Volgens de eigenaar was het dier
aanvankelijk vrij rusteloos en vertoonde braakneigingen. De hond reageert overdreven
gevoelig op externe stimuli. Een uitgesproken spierrigiditeit kan worden opgemerkt. Welke
gifstof is verantwoordelijk? Vermeld ook de pathogenese, behandelingen en stanleymes die u
zou uitvoeren.
MULTIPLE CHOICE VRAGEN
1. Intoxicatie met strychnine en aldicarb komt vrij frequent voor bij KHD. Het onderscheid tussen
beiden intoxicaties kan gemaakt worden op basis van:
A. analyse van de gifstof in lever
B. analyse van de gifstof in bloed
C. verstrekken van een parasympaticolyticum
Zoals Atropine.
Analyse zou moeten gebeuren in braaksel of maaginhoud.
2. Fase I biotransformatiereacties kunnen zorgen voor een bioactivatie van gifstoffen. Dergelijke
bioactivatie doet zich voor bij:
A. Jacobskruiskruid bij het paard
B. DON bij het varken
C. Aldicarb bij de kat
3. Een kersrode kleur van veneus bloed kan wijzen op een intoxicatie met:
A. Thalium
B. Cyanide
C. Chloraat