Samenvatting Engels.
Hoofdstuk 1
Het belangrijkste doel van het Europees talenbeleid was dat alle kinderen in europa een vreemde
taal zouden leren. Om die reden werd in Nl het engels als verplicht vak ingevoerd. In 1983 op de
pabo en in 1986 in de bovenbouw van het primair onderwijs.
De europese raad wilt dat burgers hun moedertaal spreken+ 2 andere talen. 1 van die talen in is de
gemeenschapstaal of lingua franca.
Erk= europees referentiekader voor de talen
Cefr= common european framework of reference for languages
Het erk werkt met een indeling in zes niveaus voor de vaardigheden luisteren, lezen, spreken
(interactie), spreken (productie) en schrijven:
Basisgebruiker: a1 en a2
Onafhankelijke gebruiker: b1 en b2
Vaardige gebruiker: c1 en c2
Receptieve taalvaardigheid= luisteren en lezen
Productieve taalvaardigheid= spreken en schrijven
Bij de invoering van engels in het basisonderwijs (eibo) zijn er 4 voorwaarden genoemd.
1. Engels krijgt een geintegreerde plaats in basisonderwijs.
2. Er komt een longitudinale leerlijn
3. De leraren in het basisonderwijs worden opgeleid om engels te geven.
4. Er wordt lesmaterial voor eibo ontwikkeld.
, De buitenschoolse exposure neemt toe. Hierdoor word het geen vreemde taal meer maar een
additional language. ( een andere taal dan de moedertaal die voor communicatie kan worden
gebruikt).
Content and language integrated learning (clil) voor het basisonderwijs het geven van vaklessen in
het engels.
Voor engels heb je een uitgangspunt dat is: communicatief engels = engels waarmee de leerling kan
communiceren. Er zijn 6 belangrijke kenmerken voor een communicatieve aanpak voor eibo.
1. Kwalitatief goed taalaanbod
2. Gebruikmaking van voorkennis
3. Situationeel aanbod van engels
4. Realistisch taalgebruik
5. Aandacht voor alle vaardigheden
6. Brede ondersteuning door de leraar in een veilige omgeving
Total physical response (tpr)= dat leerlingen zelf hun instructie uitvoeren.
In de communicatieve benadering wordt gewerkt met de schij van 5 voor het talenonderwijs en
daarvan afgeleid met het 4 fasemodel.
Hoofdstuk 1
Het belangrijkste doel van het Europees talenbeleid was dat alle kinderen in europa een vreemde
taal zouden leren. Om die reden werd in Nl het engels als verplicht vak ingevoerd. In 1983 op de
pabo en in 1986 in de bovenbouw van het primair onderwijs.
De europese raad wilt dat burgers hun moedertaal spreken+ 2 andere talen. 1 van die talen in is de
gemeenschapstaal of lingua franca.
Erk= europees referentiekader voor de talen
Cefr= common european framework of reference for languages
Het erk werkt met een indeling in zes niveaus voor de vaardigheden luisteren, lezen, spreken
(interactie), spreken (productie) en schrijven:
Basisgebruiker: a1 en a2
Onafhankelijke gebruiker: b1 en b2
Vaardige gebruiker: c1 en c2
Receptieve taalvaardigheid= luisteren en lezen
Productieve taalvaardigheid= spreken en schrijven
Bij de invoering van engels in het basisonderwijs (eibo) zijn er 4 voorwaarden genoemd.
1. Engels krijgt een geintegreerde plaats in basisonderwijs.
2. Er komt een longitudinale leerlijn
3. De leraren in het basisonderwijs worden opgeleid om engels te geven.
4. Er wordt lesmaterial voor eibo ontwikkeld.
, De buitenschoolse exposure neemt toe. Hierdoor word het geen vreemde taal meer maar een
additional language. ( een andere taal dan de moedertaal die voor communicatie kan worden
gebruikt).
Content and language integrated learning (clil) voor het basisonderwijs het geven van vaklessen in
het engels.
Voor engels heb je een uitgangspunt dat is: communicatief engels = engels waarmee de leerling kan
communiceren. Er zijn 6 belangrijke kenmerken voor een communicatieve aanpak voor eibo.
1. Kwalitatief goed taalaanbod
2. Gebruikmaking van voorkennis
3. Situationeel aanbod van engels
4. Realistisch taalgebruik
5. Aandacht voor alle vaardigheden
6. Brede ondersteuning door de leraar in een veilige omgeving
Total physical response (tpr)= dat leerlingen zelf hun instructie uitvoeren.
In de communicatieve benadering wordt gewerkt met de schij van 5 voor het talenonderwijs en
daarvan afgeleid met het 4 fasemodel.