- Voeding = fundamentele levensbehoefte
- Zorg voor voeding
o Zelfzorg
Zelf instaan voor productie (weinig mensen)
Agrarische sector en voedingsmiddelenindustrie
Kiezen, kopen, bereiden en consumeren van voedsel
o Mantelzorg
Taakverdeling (bv: brood voor oma halen…)
o Professionele zorg
Zorg voor voeding overnemen en ondersteunen door
professionals
Chronische ziekten ↑
Gezonde leefstijl → chronische ziekten en complicaties ↓
Zelfmanagement
- Ontstaan voedingspatroon
o Omgevingsfactoren
Land waarin we wonen
Klimaat
…
o Sociaal – culturele factoren
Religie
Uit eten gaan
…
o Persoonsgebonden factoren
Smaken
Hoeveelheden
…
1. Voedingsleer
1.1 Voedingsstoffen: inleiding
1. Macronutriënten (komen in grote hoeveelheden voor)
- Eiwitten (E) : bevatten essentiële aminozuren (15% E/dag)
- Vetten (V) : bevatten essentiële vetzuren (30% E/dag)
- Koolhydraten (Kh) : leveren glucose en voedingsvezels (55% E/dag)
, - Water
2. Micronutriënten (komen in kleine hoeveelheden voor)
- Vitaminen : water- of vet oplosbaar
- Mineralen en spore- elementen
- Te kort aan voedingsstoffen Deficiëntie
o Latente deficiëntie (klein tekort)
o Manifeste deficiëntie (groot tekort)
- Te veel aan voedingsstoffen welvaartsziekten
o Verzadigde vetten
o Suikers
o OH
1.2 Energie en stofwisseling
1.2.1 Waarvoor heb je E nodig?
- Lichamelijke arbeid
- Handhaven van de lichaamstemperatuur
- De synthese van de lichaamsweefsels
1.2.2 Hoe voorziet een mens zich van de nodige energie?
- Energetische waarde van voedingsstoffen en voedingsmiddelen
o Alle energie → zon
o Planten leggen zonne-energie vast in KH-vetten-eiwitten
o Voorzien energiebehoefte mens → consumeren planten
Indirect ↔ direct
- KH, belangrijkste voedingstoffen
o Omgezet in glucose (bloedglucose)
o Alle cellen kunnen glucose gebruiken
- Vetten
o Leveren energie
o Afgebroken tot vetzuren
o Alle cellen buiten hersenen, zenuwcellen & rode bloedcellen
- Eiwitten
o Bouwstof voor vorming lichaamseiwitten
o Opgebouwd uit aminozuren
Aminozuren omzetten naar glucose gluconeogenese
o N2 omgezet in ureum door nieren
- Energie
o Joule – kJ – MJ
o Calorie
o 1kcal = 4.2 kJ