Inleiding tot de neurologie les 3-10
Kracht: spier en zenuw
CMN (centraal) of Hoger motorisch neuron; staat in voor doorgeven van informatie van de
motorische cortex richting de spieren. In motorische cortex vertrekt deze zenuw en maakt
vervolgens synaps in hersenstam, of in het ruggenmerg.
PMN (perifeer) : Lager motorisch neuron vertrekt uit hersenstam naar bulbaire spieren of
ledematen.
Spieren worden aangestuurd door een perifeer motorisch neuron, bestaande uit cellichaam
in de voorhoorn en een zenuwvezel. Deze werken niet op zichzelf, wel als een onderdeel van
een reflex of aangestuurd door een CMN gelegen in de cortex.
Reflex: beweging wordt niet geïnitieerd vanuit CMN
Centraal motorisch neuron: gelegen in cortex
Ligt niet kriskras door elkaar, er is sprake van een
somatotopische organisatie: representatie van het been
ligt mediaal gelegen en rest van lichaam volgt naar
lateraal toe
Distale spieren hebben meer neuronen en dus hebben
een grotere representatie dan proximale spieren; fijne
motoriek van de handen bv!
Het CMN moduleert de functie van het PMN. Voornl
door de tractus corticospinalis (=baan die vertrekt naar
het RM en bezenuwt de ledematen) en corticobulbaris (=
banen die gaan naar de hersenstam; aansturen van de
bulbaire spieren)
CST (pyramidale baan) en CBT (corticobulbaire baan) bevatten axonen va CMNen waarvan
cellichaam in de motorische cortex ligt
Deze baan loopt vanuit de cortex, tussen de thalamus en de basale kernen, door de CI en
heeft rechtstreekse projecties naar de motorische voorhoorncellen (CST EN CBT) en de
interneuronen
CBT: projectie op motorische kernen in de hersenstam BILATERAAL naar:
o Kauwspieren (5), dus kauwspieren van beide zijden worden aangestuurd; loopt niet
gekruist
o Bovenste gelaat (7)
o Farynx en larynx (9 en 10)
Ook uitsluitend CONTRALATERAAL naar onderste gelaatshelft (11) en tongspieren (12)
Dit is belangrijk als infarct plaatsvindt: voor de ledematen geldt er steeds een contralaterale
verlamming; infarct rechts betekent linkerkant verlamt, maar dit geldt niet voor de bulbaire
spieren door de dubbele innervatie.
Bv rechts een groot infarct -> linkerkant verlamd, behalve kauwspieren en wenkbrauwen,
optrekken van de wenkbrauwen wordt ook nog via de linkerhemisfeer bezenuwt; vanuit
Linker hemisfeer vertrekken de projecties naar zowel links als rechts als het gaat over
bezenuwing van bovenste gelaatsspieren => bovenste en onderste gelaat hebben een andere
motorische aansturing
, CST: in de hersenstam kruist de
piramidebaan, grotendeels in de medulla
oblongata, zodat het PMN door een
contralateraal gelegen CMN bestuurd wordt.
De kruisende laterale piramidebaan zorgt
voor de lateraal gelegen voorhoorncellen en
dus voor de meer distale motoriek
Regel: merendeel van de motoriek kruist en
er is contralaterale spierbezenuwing
UITZONDERING: anterior gelegen baan of de
tractus corticospinalis anterior is
uitzondering op de regel: dit is een klein deel
van de tractus corticospinalis dat ongekruist
verloopt (mediale pyramidale baan)
o Deze niet kruisende baan zorgt
voor de mediaal gelegen
voorhoorncellen en proximale
motorische projectie naar ipsi-
en contralateraal
o Bezenuwt de proximale spieren
en ipsilateraal
o Klinisch: proximale spieren
kunnen wat sneller herstellen
hierdoor
Perifeer motorisch neuron
De cellichamen liggen in de motorische kernen van de craniale zenuwen en in de voorhoorn
van het RM
De axonen verlopen via zenuwwortel, de plexus eindigt in een perifere zenuw naar de spier
Myotoom: spieren of bepaalde delen van spieren bezenuwt door één zenuwwortel
Bv hernia: spieren die uitvallen zullen typisch zijn voor myotoom van de desbetreffende
wervel
Spier
Spier bestaat uit spiervezels
Motorische eenheid: een motorisch neuron samen met de geïnnerveerde spiervezels
Neuromusculaire junctie: synaps tussen motorische zenuw en spiervezel
o Vrijzetting Ach thv axonuiteinde
o Bindt aan receptoren van motorische eindplaat
o Activatie van receptoren leidt tot depolarisatie van het membraan:
eindplaatpotentiaal
o Drempel wordt overschreden: actiepotentiaal over de spiervezel
o Leidt tot contractie
Kracht: spier en zenuw
CMN (centraal) of Hoger motorisch neuron; staat in voor doorgeven van informatie van de
motorische cortex richting de spieren. In motorische cortex vertrekt deze zenuw en maakt
vervolgens synaps in hersenstam, of in het ruggenmerg.
PMN (perifeer) : Lager motorisch neuron vertrekt uit hersenstam naar bulbaire spieren of
ledematen.
Spieren worden aangestuurd door een perifeer motorisch neuron, bestaande uit cellichaam
in de voorhoorn en een zenuwvezel. Deze werken niet op zichzelf, wel als een onderdeel van
een reflex of aangestuurd door een CMN gelegen in de cortex.
Reflex: beweging wordt niet geïnitieerd vanuit CMN
Centraal motorisch neuron: gelegen in cortex
Ligt niet kriskras door elkaar, er is sprake van een
somatotopische organisatie: representatie van het been
ligt mediaal gelegen en rest van lichaam volgt naar
lateraal toe
Distale spieren hebben meer neuronen en dus hebben
een grotere representatie dan proximale spieren; fijne
motoriek van de handen bv!
Het CMN moduleert de functie van het PMN. Voornl
door de tractus corticospinalis (=baan die vertrekt naar
het RM en bezenuwt de ledematen) en corticobulbaris (=
banen die gaan naar de hersenstam; aansturen van de
bulbaire spieren)
CST (pyramidale baan) en CBT (corticobulbaire baan) bevatten axonen va CMNen waarvan
cellichaam in de motorische cortex ligt
Deze baan loopt vanuit de cortex, tussen de thalamus en de basale kernen, door de CI en
heeft rechtstreekse projecties naar de motorische voorhoorncellen (CST EN CBT) en de
interneuronen
CBT: projectie op motorische kernen in de hersenstam BILATERAAL naar:
o Kauwspieren (5), dus kauwspieren van beide zijden worden aangestuurd; loopt niet
gekruist
o Bovenste gelaat (7)
o Farynx en larynx (9 en 10)
Ook uitsluitend CONTRALATERAAL naar onderste gelaatshelft (11) en tongspieren (12)
Dit is belangrijk als infarct plaatsvindt: voor de ledematen geldt er steeds een contralaterale
verlamming; infarct rechts betekent linkerkant verlamt, maar dit geldt niet voor de bulbaire
spieren door de dubbele innervatie.
Bv rechts een groot infarct -> linkerkant verlamd, behalve kauwspieren en wenkbrauwen,
optrekken van de wenkbrauwen wordt ook nog via de linkerhemisfeer bezenuwt; vanuit
Linker hemisfeer vertrekken de projecties naar zowel links als rechts als het gaat over
bezenuwing van bovenste gelaatsspieren => bovenste en onderste gelaat hebben een andere
motorische aansturing
, CST: in de hersenstam kruist de
piramidebaan, grotendeels in de medulla
oblongata, zodat het PMN door een
contralateraal gelegen CMN bestuurd wordt.
De kruisende laterale piramidebaan zorgt
voor de lateraal gelegen voorhoorncellen en
dus voor de meer distale motoriek
Regel: merendeel van de motoriek kruist en
er is contralaterale spierbezenuwing
UITZONDERING: anterior gelegen baan of de
tractus corticospinalis anterior is
uitzondering op de regel: dit is een klein deel
van de tractus corticospinalis dat ongekruist
verloopt (mediale pyramidale baan)
o Deze niet kruisende baan zorgt
voor de mediaal gelegen
voorhoorncellen en proximale
motorische projectie naar ipsi-
en contralateraal
o Bezenuwt de proximale spieren
en ipsilateraal
o Klinisch: proximale spieren
kunnen wat sneller herstellen
hierdoor
Perifeer motorisch neuron
De cellichamen liggen in de motorische kernen van de craniale zenuwen en in de voorhoorn
van het RM
De axonen verlopen via zenuwwortel, de plexus eindigt in een perifere zenuw naar de spier
Myotoom: spieren of bepaalde delen van spieren bezenuwt door één zenuwwortel
Bv hernia: spieren die uitvallen zullen typisch zijn voor myotoom van de desbetreffende
wervel
Spier
Spier bestaat uit spiervezels
Motorische eenheid: een motorisch neuron samen met de geïnnerveerde spiervezels
Neuromusculaire junctie: synaps tussen motorische zenuw en spiervezel
o Vrijzetting Ach thv axonuiteinde
o Bindt aan receptoren van motorische eindplaat
o Activatie van receptoren leidt tot depolarisatie van het membraan:
eindplaatpotentiaal
o Drempel wordt overschreden: actiepotentiaal over de spiervezel
o Leidt tot contractie