a. Gestandaardiseerde toetsen zijn context-afhankelijk.
b. Gestandaardiseerde toetsen zijn meestal kwalitatief.
c. Gestandaardiseerde toetsen stimuleren pluriformiteit in het onderwijs.
d. Gestandaardiseerde toetsen stimuleren opbrengstgerichte manier van werken.
2. Wat is een verschil tussen een docentgestuurde en een leerlinggestuurde instructiestijl?
a. De docent bereidt het programma van de dag voor.
b. De activiteiten in de docentgestuurde stijl zijn coöperatief, terwijl de activiteiten in de
leerlinggestuurde stijl competitief zijn.
c. De lesstof in de docentgestuurde stijl wordt geïndividualiseerd aangeboden, terwijl de lesstof
in de leerlinggestuurde stijl voor iedereen gelijk is.
d. Kennisverwerving is een doel op zich in de docentgestuurde stijl, terwijl kennisverwerving in
de leerlinggestuurde stijl een middel tot een doel is.
3. Wat is een voorbeeld van horizontale continuïteit?
a. De activiteiten van de buitenschoolse opvang zijn afgestemd op het lesprogramma van de
basisschool in de buurt.
b. De score op de Citotoets bepaalt naar welke vorm van voortgezet onderwijs een leerling na
de basisschool kan gaan.
c. Een kinderdagverblijf werkt met een programma met lesstof die aansluit bij de stof op de
basisschool.
d. Een leidster van het kinderdagverblijf geeft informatie over de ontwikkeling van een kind
door aan de juf van de basisschool.
4. Petra zit in 6 VWO en heeft een clubje van vier klasgenoten met wie ze sinds de brugklas
regelmatig afspreekt na schooltijd om in de stad een ijsje te gaan eten of te gaan winkelen.
Petra wil medicijnen gaan studeren en wil daarom goede cijfers halen. Daarom spreken Petra
en haar vriendinnen tijdens de toetsweek even niet af. Wel hebben ze regelmatig contact via
Skype of Whatsapp over school en de tentamenstof. Alle vier halen ze zo erg goede cijfers
voor de toetsen.
Tot welk systeem van het bio-ecologisch model van Bronfenbrenner behoort het effect van
het contact van het vriendinnenclubje op het functioneren van Petra op school?
a. Exosysteem
b. Macrosysteem
c. Mesosysteem
d. Microsysteem