Begrippenlijst
lang vreemd vermogen = vreemd vermogen dat langer dan een jaar in bezit is
hypothecaire lening = lening die verkregen wordt op onderpand van een ontroerend goed (lvv)
onderhandse lening = een lening met persoonlijk contact tussen de geldgever en de geldnemer waarbij
er onderhandeld wordt over de voorwaarde van de lening (lvv)
achtergestelde lening = een lening die na de liquidatie, de opheffing, van een onderneming pas wordt
terugbetaald, is ook vaak een van de laatste die zijn/haar geld terug krijgt (lvv)
kort vreemd vermogen = vreemd vermogen dat korter dan een jaar in bezit is
rekening-courantkrediet = een krediet waarvoor een onderneming maximaal op mag nemen bij de bank
(kvv)
leverancierskrediet = krijgt de onderneming van de leverancier, de goederen zijn namelijk al geleverd en
de onderneming moet dus nog de leverancier betalen (kvv)
afnemerskrediet = krijgt de onderneming van zijn afnemers, de afnemer betaald namelijk vooruit en de
onderneming moet in ruil hiervoor nog goederen of diensten leveren (kvv)
koop op afbetaling = wanneer een deel van de koopprijs al direct betaald wordt en de rest in termijnen
afbetaald wordt (kvv)
huurkoop = de koper wordt na de laatste afbetaling (koop op afbetaling) pas eigenaar van het goed (kvv)
voorziening = toekomstige uitgaven waarvan de omvang en het tijdstip onbekend zijn (kvv)
onderhoudsvoorziening = een voorziening op de kortere termijn voor reparatie of onderhoud van
duurzame productiemiddelen (kvv)
garantievoorziening = een voorziening voor de garantieclaims in de toekomst (kvv)
pensioenvoorziening = de voorziening voor de pensioenen van werknemers (lvv)
leasen = het huren van producten voor een bepaalde tijd
operational lease = het geleasede product blijft eigendom van de verhuurder
lessor = de verhuurder
lessee = de huurder
financial lease = heeft het economische eigendom over het object (veroudering, onderhoud, etc.)
langlopende leaseverplichtingen = verplichtingen die bij het leasen van een product komen kijken
obligatie (lening) = schuldbewijzen van een nv
nominale interestvoet = de rente die berekend worden over de nominale waarde van de obligatie of het
aandeel
interestvoet kapitaalmarkt = rente voor langlopende kredieten (langer dan twee jaar)
agio op obligaties = wanneer de obligaties boven pari geplaatst worden en de nv meer ontvangt dan de
nominale waarde, alles boven de nominale waarde noem je het agio op obligaties
disagio op obligaties = wanneer de obligaties beneden de nominale waarde geplaatst worden en het
bedrag dat minder ontvangen wordt noem je het disagio
converteerbare obligatielening = obligaties die onder bepaalde voorwaarden kunnen worden omgewisseld
voor een aandeel van de desbetreffende nv
lang vreemd vermogen = vreemd vermogen dat langer dan een jaar in bezit is
hypothecaire lening = lening die verkregen wordt op onderpand van een ontroerend goed (lvv)
onderhandse lening = een lening met persoonlijk contact tussen de geldgever en de geldnemer waarbij
er onderhandeld wordt over de voorwaarde van de lening (lvv)
achtergestelde lening = een lening die na de liquidatie, de opheffing, van een onderneming pas wordt
terugbetaald, is ook vaak een van de laatste die zijn/haar geld terug krijgt (lvv)
kort vreemd vermogen = vreemd vermogen dat korter dan een jaar in bezit is
rekening-courantkrediet = een krediet waarvoor een onderneming maximaal op mag nemen bij de bank
(kvv)
leverancierskrediet = krijgt de onderneming van de leverancier, de goederen zijn namelijk al geleverd en
de onderneming moet dus nog de leverancier betalen (kvv)
afnemerskrediet = krijgt de onderneming van zijn afnemers, de afnemer betaald namelijk vooruit en de
onderneming moet in ruil hiervoor nog goederen of diensten leveren (kvv)
koop op afbetaling = wanneer een deel van de koopprijs al direct betaald wordt en de rest in termijnen
afbetaald wordt (kvv)
huurkoop = de koper wordt na de laatste afbetaling (koop op afbetaling) pas eigenaar van het goed (kvv)
voorziening = toekomstige uitgaven waarvan de omvang en het tijdstip onbekend zijn (kvv)
onderhoudsvoorziening = een voorziening op de kortere termijn voor reparatie of onderhoud van
duurzame productiemiddelen (kvv)
garantievoorziening = een voorziening voor de garantieclaims in de toekomst (kvv)
pensioenvoorziening = de voorziening voor de pensioenen van werknemers (lvv)
leasen = het huren van producten voor een bepaalde tijd
operational lease = het geleasede product blijft eigendom van de verhuurder
lessor = de verhuurder
lessee = de huurder
financial lease = heeft het economische eigendom over het object (veroudering, onderhoud, etc.)
langlopende leaseverplichtingen = verplichtingen die bij het leasen van een product komen kijken
obligatie (lening) = schuldbewijzen van een nv
nominale interestvoet = de rente die berekend worden over de nominale waarde van de obligatie of het
aandeel
interestvoet kapitaalmarkt = rente voor langlopende kredieten (langer dan twee jaar)
agio op obligaties = wanneer de obligaties boven pari geplaatst worden en de nv meer ontvangt dan de
nominale waarde, alles boven de nominale waarde noem je het agio op obligaties
disagio op obligaties = wanneer de obligaties beneden de nominale waarde geplaatst worden en het
bedrag dat minder ontvangen wordt noem je het disagio
converteerbare obligatielening = obligaties die onder bepaalde voorwaarden kunnen worden omgewisseld
voor een aandeel van de desbetreffende nv