Hout en
plaatmaterialen
Intro
Belang
- Form follows function (stoel: zitvlak)
- Form follows material
- Eigenschappen aangepast aan gebruik
Criteria van materiaalkeuze
- Zintuigelijk: visueel, geur, geluid, zacht/hard
- Functioneel: gewicht, sterkte, vlekbestendig
- Afwerkingsmogelijkheden: texturen, glansgraad, waterdicht, antislip
- Uitvoeringsmogelijkheid: transport
- Onderhoud
- Duurzaamheid
- Kostprijs
Deel 1
Inleiding hout
Kenmerken
- Lange geschiedenis als bouwmateriaal
- Gemakkelijk te bewerken
- Duurzaam, tropisch hout invoeren: minder
duurzaam
- Sterk voor een gering gewicht = lichtheid
- Afwerking, vloer, meubels -> veelzijdig
bouwmateriaal
- Emotioneel aantrekkelijk: warm, gezellig
De boom
- Kroon (bladeren)
- Stam (bouwmateriaal voor hout)
- Wortel (plataan)
Fotosynthese: groei v.d. boom met licht, voedingsstoffen in de grond en licht v.d. zon
opnemen
Macroscopische structuur
Schors: stam beschermen
Cambium/teeltweefsel: nieuw hout aangemaakt nr binnen toe
Jaarring: bepalen hoe oud de boom is
Stralen
Merg
Kernhout (centraal) en spinthout (buitenkant)
Dwarsdoorsnede (kophout), Tangentiële doorsnede (langshout),
, Radiale doorsnede (langshout)
GROEIRINGEN
Vroeghout
- Groeiperiode
- Veel sapstroom nodig
- Grote cellen, weinig celwand
- Zorgt voor bladeren
Licht en lichte kleur
Laathout
- Rustperiode
- Kleine cellen, meer celwand
- Vast en stevig
- Zorgt voor sterkte
- Zwaarder en donkerder kleur
Naaldhout
- Brede ringen = minder sterk
Ringsporig loofhout
- Brede ringen = hardhout: constructiehout
- Smalle = zachthout: schrijnwerk
Verspreidporig loofhout
VERKERNING
Jonge boom: bladkroonvorming: veel sapstroom
Oude boom: meer houtvorming/ minder kroonvorming
Geen sapstroom meer in binnenste gedeelte v.d. stam
Omzetting in harsen, looistoffen, kleurstoffen, gifstoffen
Vaten raken verstopt door uitstulpingen (thyllen): afgesloten van vocht
Kernhout = harder, sterker en duurzamer dan spinthout: kan lang meegaan, tast niet snel
aan
Spinthout vermijden omdat lager vochtgehalte heeft
plaatmaterialen
Intro
Belang
- Form follows function (stoel: zitvlak)
- Form follows material
- Eigenschappen aangepast aan gebruik
Criteria van materiaalkeuze
- Zintuigelijk: visueel, geur, geluid, zacht/hard
- Functioneel: gewicht, sterkte, vlekbestendig
- Afwerkingsmogelijkheden: texturen, glansgraad, waterdicht, antislip
- Uitvoeringsmogelijkheid: transport
- Onderhoud
- Duurzaamheid
- Kostprijs
Deel 1
Inleiding hout
Kenmerken
- Lange geschiedenis als bouwmateriaal
- Gemakkelijk te bewerken
- Duurzaam, tropisch hout invoeren: minder
duurzaam
- Sterk voor een gering gewicht = lichtheid
- Afwerking, vloer, meubels -> veelzijdig
bouwmateriaal
- Emotioneel aantrekkelijk: warm, gezellig
De boom
- Kroon (bladeren)
- Stam (bouwmateriaal voor hout)
- Wortel (plataan)
Fotosynthese: groei v.d. boom met licht, voedingsstoffen in de grond en licht v.d. zon
opnemen
Macroscopische structuur
Schors: stam beschermen
Cambium/teeltweefsel: nieuw hout aangemaakt nr binnen toe
Jaarring: bepalen hoe oud de boom is
Stralen
Merg
Kernhout (centraal) en spinthout (buitenkant)
Dwarsdoorsnede (kophout), Tangentiële doorsnede (langshout),
, Radiale doorsnede (langshout)
GROEIRINGEN
Vroeghout
- Groeiperiode
- Veel sapstroom nodig
- Grote cellen, weinig celwand
- Zorgt voor bladeren
Licht en lichte kleur
Laathout
- Rustperiode
- Kleine cellen, meer celwand
- Vast en stevig
- Zorgt voor sterkte
- Zwaarder en donkerder kleur
Naaldhout
- Brede ringen = minder sterk
Ringsporig loofhout
- Brede ringen = hardhout: constructiehout
- Smalle = zachthout: schrijnwerk
Verspreidporig loofhout
VERKERNING
Jonge boom: bladkroonvorming: veel sapstroom
Oude boom: meer houtvorming/ minder kroonvorming
Geen sapstroom meer in binnenste gedeelte v.d. stam
Omzetting in harsen, looistoffen, kleurstoffen, gifstoffen
Vaten raken verstopt door uitstulpingen (thyllen): afgesloten van vocht
Kernhout = harder, sterker en duurzamer dan spinthout: kan lang meegaan, tast niet snel
aan
Spinthout vermijden omdat lager vochtgehalte heeft