1900-heden
1900-1945
Imitatio
- Dadaïsme, 1916-1925
- Waarom:
● Readymades (gewone gebruiksvoorwerpen die buiten context als
kunst worden gepresenteerd) als kunst of bestaande kunstwerken
zodanig veranderen.
● Collages van vaak afval
- Cultuurhistorie: door WOI wilde kunstenaars zich afzetten tegen de
maatschappij
- Kunstfilosofie: dadaïsten gingen anti-kunst maken en gingen de spot drijven
met alle waarden en normen. “Goede smaak” in kunst zou leiden tot hebzucht
en oorlog als gevolg. Met deze anti-kunst werd getoond dat alles kunst kan
zien en voor iedereen.
- Socialistisch realisme, 1920
- Voorbeeldig kunstwerk 2: duits paviljoen
- Kunst in dienst van staat → veel regels
- Verheerlijking totalitair regime dmv grootheid en symmetrie →
renaissance/grieken
Variatio
- Expressionisme: sleutel kunstwerk: die Brücke 1905-1913
- Waarom: inspiratie uit primitieve cultuur (maskers), maar wilde vooral de sfeer
van het exotische overbrengen (dus met expressieve kleuren bijv.)
- Cultuurhistorie: er werd geloofd in een nieuwe en betere gemeenschap → de
innerlijke waarheid schilderen. Contact exotische cultuur
tentoonstelling/reizen
- Kunstfilosofie: primitieve cultuur was puur en om deze vast te leggen moest
de kunst en maatschappij ook puur worden
- Modernisme: kunst moet uniek zijn
- Fotografie: foto’s te laten lijken op schilderkunst voor waardering en herkenning, dus
geen klakkeloze foto’s meer
- Architectuur: nieuwe mogelijkheden zoeken door kleine aanpassingen
Aemulatio
- Constructivisme, 1913-1920
- Waarom: alle bestaande kunst teniet doen. Ook werd er veel
geëxperimenteerd en was er veel vrijheid → ontwikkeling abstracte kunst.
- Cultuurhistorie: constructivisme is ontstaan in Rusland, tijdens de Russische
Revolutie. Kunstenaars wilde bijdragen aan een nieuwe samenleving
gebaseerd op het socialisme van Marx. → Begin veel vrijheid, daarna niet
meer vanwege Lenin (kunst moest communisme verspreiden)
- Kunstfilosofie: (Malevich syllabus) zocht naar een mogelijkheid om zich uit te
drukken. Compositie, vorm en kleur zag hij als zelfstandige elementen die
niet meer verwijzen naar de zichtbare werkelijkheid. De rechte lijn