Bloed stroom in de arteriolen van de niet, van hoog druk gebied naar laak
Perfusiedruk
drukgebied. Het drukverschil tss hoog en laag is de perfussiedruk
F = ∆P/R
P ( arteria renalis )−P(vena renalis)
RBF = renal bloedflow = =
RBF = renal blood
R
arteriele druk −r . 0
flow
R
P vena renalis = r. F (debiet x weerstand) , de flow in de venen is bijna gelijk aan
0
Zijn gewijzigde gladde spiercellen die in de afferente arteriool liggen. Op
deze plaats liggen drukreceptoren. Als de drukreceptor wordt gestimuleert
Juxtaglomulaire cel door drukdaling , stimuleert die op zijn beurt de productie van renine
angiotensine stijgt Angiotensine zorgt ervoor dat de bijnieren
aldosterone aanmaken
Als het bloedvolume daalt dan leidt dit to minder filtratie, dus minder
urine. Het junxtaglomulaire complex bestaat uit 3 delen: de macula densa,
junxtaglomulaire cellen en extraglomulair mesangium (BW). De macula
Debiet receptoren
densa gaat prostaglandinen en NO afscheiden en adenosine onderdrukken.
De junxtaglomulaire cellen gaan renine secreteren renine secretie
angiotensine aldosterone door de nier geproduceert.
Een plaats waar drukreceptoren aanwezig zijn. Als de drukreceptoren
geactiveerd worden door een drukdaling of volume daling, dan wordt de
orthosypmpaticus gestimuleert secretie van ADH(antidiuretisch
Sinus caroticus
hormoon) renine stimuleren renine zorgt voor de omzetting van
angiotensinogeen aan angiotensine. Angiotensine zorgt ervoor dat de
bijnieren aldosterone aanmaken
Effectie circulerend volume, bloed volume dat voorbij de detectoren,
ECV
receptoren passeert en verschilt naar gelang omstandigheden
Als de arteriele druk verandert, dan gaat de RBF bijna niet veranderen,
Autoregulatie tenzij er heel grote verandering zijn van de arteriele druk, dan kan er geen
autoreg meer optreden
Transport van stoffen vanuit glomulaire capilairen naar de ruimte v
Filtratie
bowman
De ruimte tss 2 voetjes van podocyten en de ruimte wordt overbrugt door
Filtratiespleet
kleine vliesjes genaamd spleetdiafragmas
Filtratiecoëfficient= productie van 2 parameters nl. Oppervlakte v/d filter
Kf
en de waterdoorlaatbaarheid van de filter
Krachten die ervoor zorgden dat het vocht het bloedvat verlaat:
Starlingkrachten
aanzuigkracht en uitperskracht
Glomulaire filtratie ratio = volume vocht dat per tijd gefilterd wordt door
de 2 nieren samen. Bepaalt door het verschil tss de uitpers- en
aanzuigkracht en door de filtratiecoefficient (H2O-doorlaatbaarheid en opp
GFR
v/d filter)
Nettodebiet = Kf [(PGC-PBS) – (πGC – πBS)]
= 125ml/(min . 1,73m²) 1,73m² = lichaamsopp
Pf Netto filtratiedruk: [(PGC-PBS) – (πGC – πBS)]
Filtratie fractie = GFR / (Vplasma/t)
FF
Volume plasma dat per tijd door de nieren stroomt
Natrium dat in de proximale tubulus is opgenomen in het kronkel buisje,
Backleak wordt aangetrokken door de negatieve lading van de urine en gaat terug
naar de urine via paracellulair transport in het rechte buisje.
Perfusiedruk
drukgebied. Het drukverschil tss hoog en laag is de perfussiedruk
F = ∆P/R
P ( arteria renalis )−P(vena renalis)
RBF = renal bloedflow = =
RBF = renal blood
R
arteriele druk −r . 0
flow
R
P vena renalis = r. F (debiet x weerstand) , de flow in de venen is bijna gelijk aan
0
Zijn gewijzigde gladde spiercellen die in de afferente arteriool liggen. Op
deze plaats liggen drukreceptoren. Als de drukreceptor wordt gestimuleert
Juxtaglomulaire cel door drukdaling , stimuleert die op zijn beurt de productie van renine
angiotensine stijgt Angiotensine zorgt ervoor dat de bijnieren
aldosterone aanmaken
Als het bloedvolume daalt dan leidt dit to minder filtratie, dus minder
urine. Het junxtaglomulaire complex bestaat uit 3 delen: de macula densa,
junxtaglomulaire cellen en extraglomulair mesangium (BW). De macula
Debiet receptoren
densa gaat prostaglandinen en NO afscheiden en adenosine onderdrukken.
De junxtaglomulaire cellen gaan renine secreteren renine secretie
angiotensine aldosterone door de nier geproduceert.
Een plaats waar drukreceptoren aanwezig zijn. Als de drukreceptoren
geactiveerd worden door een drukdaling of volume daling, dan wordt de
orthosypmpaticus gestimuleert secretie van ADH(antidiuretisch
Sinus caroticus
hormoon) renine stimuleren renine zorgt voor de omzetting van
angiotensinogeen aan angiotensine. Angiotensine zorgt ervoor dat de
bijnieren aldosterone aanmaken
Effectie circulerend volume, bloed volume dat voorbij de detectoren,
ECV
receptoren passeert en verschilt naar gelang omstandigheden
Als de arteriele druk verandert, dan gaat de RBF bijna niet veranderen,
Autoregulatie tenzij er heel grote verandering zijn van de arteriele druk, dan kan er geen
autoreg meer optreden
Transport van stoffen vanuit glomulaire capilairen naar de ruimte v
Filtratie
bowman
De ruimte tss 2 voetjes van podocyten en de ruimte wordt overbrugt door
Filtratiespleet
kleine vliesjes genaamd spleetdiafragmas
Filtratiecoëfficient= productie van 2 parameters nl. Oppervlakte v/d filter
Kf
en de waterdoorlaatbaarheid van de filter
Krachten die ervoor zorgden dat het vocht het bloedvat verlaat:
Starlingkrachten
aanzuigkracht en uitperskracht
Glomulaire filtratie ratio = volume vocht dat per tijd gefilterd wordt door
de 2 nieren samen. Bepaalt door het verschil tss de uitpers- en
aanzuigkracht en door de filtratiecoefficient (H2O-doorlaatbaarheid en opp
GFR
v/d filter)
Nettodebiet = Kf [(PGC-PBS) – (πGC – πBS)]
= 125ml/(min . 1,73m²) 1,73m² = lichaamsopp
Pf Netto filtratiedruk: [(PGC-PBS) – (πGC – πBS)]
Filtratie fractie = GFR / (Vplasma/t)
FF
Volume plasma dat per tijd door de nieren stroomt
Natrium dat in de proximale tubulus is opgenomen in het kronkel buisje,
Backleak wordt aangetrokken door de negatieve lading van de urine en gaat terug
naar de urine via paracellulair transport in het rechte buisje.