VERHAALGEGEVENS klassieker: De Griezelbus
Titel: De Griezelbus
Auteur: Paul Van Loon
Illustrator: Hugo van Look
Uitgeverij: Zwijsen
Oorspronkelijk jaar van uitgave: 2014
Oorspronkelijke taal: Nederlands
Leesboek/ prentenboek: leesboek
Aantal pagina’s: 105
LITERAIRE ANALYSE
Fictie / Non-fictie: Fictie
Genre: fantasieverhaal: Realistische wereld, maar met onmogelijke gebeurtenissen. Het
verhaal gaat over gewone klas van leerlingen die te maken krijgt met een weerwolf en
skelet.
Thema’s (in trefwoorden): griezelverhalen en bang zijn.
Leeftijd van de doelgroep : vanaf 10 jaar
Hoofd- en nevenpersonages: Het hoofdpersonage is Onnoval. De nevenpersonages zijn
meester, Beentjes en de klas.
Gebeurtenissen (summier): De leerlingen stappen in een griezelbus. Deze bus wordt
bestuurd door Beentjes, een verkleedde skelet. Onnoval vertelt tijdens de reis 5
griezelverhalen aan de hand van 5 voorwerpen. Het laatste verhaal gaat over zichzelf. Op
het einde van het verhaal verandert Onnoval in een weerwolf en Beentjes blijkt een echt
skelet te zijn.
Tijd: Het verhaal is in chronologische volgorde geschreven. De verteltijd is 60 minuten en de
vertelde tijd is 3 uurtjes. Er is hier sprake van een versnelling.
Ruimte: Het verhaal speelt zich altijd af in de griezelbus.
Vertelstandpunt: De personele of hij/zij verteller, Het verhaal staat in de hij/zij -vorm. Het
enigste wat wel anders is, is dat er niet wordt ingezoomd op één van de personages.
Stijl: De schrijver gebruikt een gemakkelijke woordenschat en de zinnen zijn niet te lang.
Soms merk je wel dat de schrijver een Nederlander is door bepaalde woorden zoals mees.
Titel: De Griezelbus
Auteur: Paul Van Loon
Illustrator: Hugo van Look
Uitgeverij: Zwijsen
Oorspronkelijk jaar van uitgave: 2014
Oorspronkelijke taal: Nederlands
Leesboek/ prentenboek: leesboek
Aantal pagina’s: 105
LITERAIRE ANALYSE
Fictie / Non-fictie: Fictie
Genre: fantasieverhaal: Realistische wereld, maar met onmogelijke gebeurtenissen. Het
verhaal gaat over gewone klas van leerlingen die te maken krijgt met een weerwolf en
skelet.
Thema’s (in trefwoorden): griezelverhalen en bang zijn.
Leeftijd van de doelgroep : vanaf 10 jaar
Hoofd- en nevenpersonages: Het hoofdpersonage is Onnoval. De nevenpersonages zijn
meester, Beentjes en de klas.
Gebeurtenissen (summier): De leerlingen stappen in een griezelbus. Deze bus wordt
bestuurd door Beentjes, een verkleedde skelet. Onnoval vertelt tijdens de reis 5
griezelverhalen aan de hand van 5 voorwerpen. Het laatste verhaal gaat over zichzelf. Op
het einde van het verhaal verandert Onnoval in een weerwolf en Beentjes blijkt een echt
skelet te zijn.
Tijd: Het verhaal is in chronologische volgorde geschreven. De verteltijd is 60 minuten en de
vertelde tijd is 3 uurtjes. Er is hier sprake van een versnelling.
Ruimte: Het verhaal speelt zich altijd af in de griezelbus.
Vertelstandpunt: De personele of hij/zij verteller, Het verhaal staat in de hij/zij -vorm. Het
enigste wat wel anders is, is dat er niet wordt ingezoomd op één van de personages.
Stijl: De schrijver gebruikt een gemakkelijke woordenschat en de zinnen zijn niet te lang.
Soms merk je wel dat de schrijver een Nederlander is door bepaalde woorden zoals mees.