Finaal-Paleolithicum (voorbode op opwarming tijdens
het Holoceen)
Na het laatste glaciale maximum, dat zich afspeelde op het einde van het Weichseliaan, wordt
Europa opnieuw gekoloniseerd door nieuwe culturen
- Laat Magdaleniaan Hamburgiaan Creswelliaan
o Dryas - I Bølling Dryas II ( ca. 13.000 12.300 BP)
- Federmesser
o Dryas - II Allerød (ca. 12.000 11.000 BP)
- Epi Ahrensburgiaan en Long blade industries
o Dryas - III Vroege Preboreaal (ca. 11.000 9.700 BP)
Magdaleniaan
Verspreiding sites
- Door de opwarming tijdens de Bolling zullen de sites, die al gelokaliseerd waren in Zuid-
Frankrijk, naar het noorden opschuiven
o Er zullen 2 varianten ontstaan
Hamburgiaan – Noord-Duitsland en Denemarken
Creswelliaan – Britse Eilanden
- Er zijn drie belangrijke clusters van sites van het Magdaleniaan met regionale verschillen in
type site (openluchtsite of grot / abri-sur-roche)
o Seine vallei - openluchtsites
o Maas vallei - vooral grotsites en abri-sur-roche
Trou de Chaleux, Trou Margitte, Bois laiterie en Trou de Somme
o Rijn vallei – openluchtsites
Gönnersdorf
Lithisch materiaal – gidsfossielen
- Afgestompt = de boord wordt geretoucheerd
- Afgeknot = distaal of proximaal uiteinde wordt geretoucheerd
- Lamelles à dos = microklingen met afgestompte boord
o Als soort van weerhaken gemonteerd op benen spitsen - speren
- Stekers
o Tweeslagstekers (punten kunnen op eendere welke plaats staan)
o Stekers op afknottingen
o Lacansteker
Eerst de stekerslag wordt aangebracht en dan pas de afknotting
- Geen stenen spitsen, wel van been
, Lithisch materiaal – Typologie
- In de sites in de Maas vallei (grotten en abri sur roche) in België krijg je een dominantie van
Lamelles à dos en boren
- In de openluchtsites zoals Orp le Grand en Kanne een dominantie van enkel stekers
o Deze sites bevinden zich op vuursteendepots
-> mogelijk vuursteen ateliers, waaruit vuursteen werd geëxporteerd naar de
Maasvallei
Makes sense, want er is geen vuursteen te vinden in de Maasvallei, maar dus
wel een grotere verscheidenheid aan lithische voorwerpen
Daarbij zijn de typologieën complementair!
In de maasvallei weinig stekers maar veel lamelles à dos
In de openluchtsites veel stekers maar weinig lamelles à dos
Dit betekent ook dat er migraties waren van noord naar zuid en omgekeerd
en dat er mogelijk ruilhandel was
Lithisch materiaal – Technologie
- Door de complementaire technologieën van de Maas en Rijn en Seine sites kunnen we
concluderen dat al deze sites tot de Magdaleniaan cultuur behoren
- Bewerking via een voorbereiding van een kleine facettering op het slagvlak en dan twee
tegenoverliggende schuine slagvlakken -> ° van een éperon hiel
Benen voorwerpen
- Spitsen met weerhaken
o Gebruik als harpoen bij zeezoogdieren, vaak met gat in
o Ook ‘harpoen’ bij landzoogdieren
o Vb. Harpoen Goyet (B)
- Speerwerpers
o Stokken met een inkeping waarin je de speer kan monteren
o Belangrijk in open terreinen op kudde dieren
Voeding
- Voeding uit aquatische milieus (weten we uit sites van het Baskenland)
o Vb. Tanden van een zeehond en iconografie van een zeehond op een kunstvoorwerp
o Vb. Commandostaaf van Goyet (België)
Afbeelding van een forel -> uit onderzoek blijkt dat deze Magdaleniaan mens
vooral forel at
Functie commandostaaf
Werktuig dat vezels verweeft voor touw te maken
Zijn ook pinnen om de zijdes van een tent mee te verankeren
- Kudde dieren
o Open toendra bevatte nog rendieren en paarden, pas bebossing vanaf allerod
o Specialisatie zichtbaar in de Seinevallei, afhankelijk van het seizoen
het Holoceen)
Na het laatste glaciale maximum, dat zich afspeelde op het einde van het Weichseliaan, wordt
Europa opnieuw gekoloniseerd door nieuwe culturen
- Laat Magdaleniaan Hamburgiaan Creswelliaan
o Dryas - I Bølling Dryas II ( ca. 13.000 12.300 BP)
- Federmesser
o Dryas - II Allerød (ca. 12.000 11.000 BP)
- Epi Ahrensburgiaan en Long blade industries
o Dryas - III Vroege Preboreaal (ca. 11.000 9.700 BP)
Magdaleniaan
Verspreiding sites
- Door de opwarming tijdens de Bolling zullen de sites, die al gelokaliseerd waren in Zuid-
Frankrijk, naar het noorden opschuiven
o Er zullen 2 varianten ontstaan
Hamburgiaan – Noord-Duitsland en Denemarken
Creswelliaan – Britse Eilanden
- Er zijn drie belangrijke clusters van sites van het Magdaleniaan met regionale verschillen in
type site (openluchtsite of grot / abri-sur-roche)
o Seine vallei - openluchtsites
o Maas vallei - vooral grotsites en abri-sur-roche
Trou de Chaleux, Trou Margitte, Bois laiterie en Trou de Somme
o Rijn vallei – openluchtsites
Gönnersdorf
Lithisch materiaal – gidsfossielen
- Afgestompt = de boord wordt geretoucheerd
- Afgeknot = distaal of proximaal uiteinde wordt geretoucheerd
- Lamelles à dos = microklingen met afgestompte boord
o Als soort van weerhaken gemonteerd op benen spitsen - speren
- Stekers
o Tweeslagstekers (punten kunnen op eendere welke plaats staan)
o Stekers op afknottingen
o Lacansteker
Eerst de stekerslag wordt aangebracht en dan pas de afknotting
- Geen stenen spitsen, wel van been
, Lithisch materiaal – Typologie
- In de sites in de Maas vallei (grotten en abri sur roche) in België krijg je een dominantie van
Lamelles à dos en boren
- In de openluchtsites zoals Orp le Grand en Kanne een dominantie van enkel stekers
o Deze sites bevinden zich op vuursteendepots
-> mogelijk vuursteen ateliers, waaruit vuursteen werd geëxporteerd naar de
Maasvallei
Makes sense, want er is geen vuursteen te vinden in de Maasvallei, maar dus
wel een grotere verscheidenheid aan lithische voorwerpen
Daarbij zijn de typologieën complementair!
In de maasvallei weinig stekers maar veel lamelles à dos
In de openluchtsites veel stekers maar weinig lamelles à dos
Dit betekent ook dat er migraties waren van noord naar zuid en omgekeerd
en dat er mogelijk ruilhandel was
Lithisch materiaal – Technologie
- Door de complementaire technologieën van de Maas en Rijn en Seine sites kunnen we
concluderen dat al deze sites tot de Magdaleniaan cultuur behoren
- Bewerking via een voorbereiding van een kleine facettering op het slagvlak en dan twee
tegenoverliggende schuine slagvlakken -> ° van een éperon hiel
Benen voorwerpen
- Spitsen met weerhaken
o Gebruik als harpoen bij zeezoogdieren, vaak met gat in
o Ook ‘harpoen’ bij landzoogdieren
o Vb. Harpoen Goyet (B)
- Speerwerpers
o Stokken met een inkeping waarin je de speer kan monteren
o Belangrijk in open terreinen op kudde dieren
Voeding
- Voeding uit aquatische milieus (weten we uit sites van het Baskenland)
o Vb. Tanden van een zeehond en iconografie van een zeehond op een kunstvoorwerp
o Vb. Commandostaaf van Goyet (België)
Afbeelding van een forel -> uit onderzoek blijkt dat deze Magdaleniaan mens
vooral forel at
Functie commandostaaf
Werktuig dat vezels verweeft voor touw te maken
Zijn ook pinnen om de zijdes van een tent mee te verankeren
- Kudde dieren
o Open toendra bevatte nog rendieren en paarden, pas bebossing vanaf allerod
o Specialisatie zichtbaar in de Seinevallei, afhankelijk van het seizoen