LAAT-GLACIAAL / VROEG-HOLOCEEN (finaal paleo ~mesolithicum)
– LANDSCHAPSONTWIKKELING
Belang hoofdstuk: focus op landschapsontwikkeling tijdens Laat-Glaciaal en vroeg-Holoceen
-> cruciaal voor ontwikkeling Scheldevallei, ook klimaatschommelingen en gevolgen op het landschap
Evolutie van Laat-Glaciaal
- Laatste glaciale Maximum (LGM): Forse afkoeling tussen 26.000 en 20.000 vot, OIS 2
o Gem 6 graden kouder dan de pre-industriële periode, 1 van koudste periodes van menselijk verleden
o Weinig archeologische sites
o Uitbreiding van poolijs en permafrost (heel Scandinavië, stukje DK, Britse eilanden en IER), BE ligt aan rand van deze gletjers
o Bijna geen vegetatie -> poolwoestijn -> permafrost en extreme koude (wel grassen en mossen groei mogelijk)
- Laat-glaciaal (interstadiaal), 2 warmere fases (voor jonge Dryas), onderbroken door koudere fases (dryassen)
o Bolling: forse opwarming en zakt geleidelijk aan, tot aan Oude Dryas (dryas = daling in temperatuur) (GI-1e) – 14.000 BC
o Oude Dryas – (OIS GI-1d)
o Allerod: forse stijging, daalt daarna fors naar Jonge Dryas (OIS GI-1c-1a)
- Jonge dryas: laatst extreme koude in Noordelijk Europa, koudere gem jaartemp dan voor Laat-glaciaal (OIS GS-1)
, - Holoceen: forse opwarming: snelheid is dezelfde, maar gradatie van temperatuur is enorm verhoogd
Vorige benamingen worden amper nog gebruikt, wel benaming op basis van OIStopenonderzoek
Laat glaciaal komt overeen met Greenland Interstadial 1
o Bolling: Greenland Interstadial 1e
o Allerod: Greenland Interstadial 1a-c
BP: Before present, vastgelegd op 1950
Indeling chronozones
Gevolgen van opwarming tijdens Laat-Glaciaal
- Afsmelten van poollijs -> smeltwater -> water accumuleert naar de laagste oppervlakten
-> stijging zeespiegel
– LANDSCHAPSONTWIKKELING
Belang hoofdstuk: focus op landschapsontwikkeling tijdens Laat-Glaciaal en vroeg-Holoceen
-> cruciaal voor ontwikkeling Scheldevallei, ook klimaatschommelingen en gevolgen op het landschap
Evolutie van Laat-Glaciaal
- Laatste glaciale Maximum (LGM): Forse afkoeling tussen 26.000 en 20.000 vot, OIS 2
o Gem 6 graden kouder dan de pre-industriële periode, 1 van koudste periodes van menselijk verleden
o Weinig archeologische sites
o Uitbreiding van poolijs en permafrost (heel Scandinavië, stukje DK, Britse eilanden en IER), BE ligt aan rand van deze gletjers
o Bijna geen vegetatie -> poolwoestijn -> permafrost en extreme koude (wel grassen en mossen groei mogelijk)
- Laat-glaciaal (interstadiaal), 2 warmere fases (voor jonge Dryas), onderbroken door koudere fases (dryassen)
o Bolling: forse opwarming en zakt geleidelijk aan, tot aan Oude Dryas (dryas = daling in temperatuur) (GI-1e) – 14.000 BC
o Oude Dryas – (OIS GI-1d)
o Allerod: forse stijging, daalt daarna fors naar Jonge Dryas (OIS GI-1c-1a)
- Jonge dryas: laatst extreme koude in Noordelijk Europa, koudere gem jaartemp dan voor Laat-glaciaal (OIS GS-1)
, - Holoceen: forse opwarming: snelheid is dezelfde, maar gradatie van temperatuur is enorm verhoogd
Vorige benamingen worden amper nog gebruikt, wel benaming op basis van OIStopenonderzoek
Laat glaciaal komt overeen met Greenland Interstadial 1
o Bolling: Greenland Interstadial 1e
o Allerod: Greenland Interstadial 1a-c
BP: Before present, vastgelegd op 1950
Indeling chronozones
Gevolgen van opwarming tijdens Laat-Glaciaal
- Afsmelten van poollijs -> smeltwater -> water accumuleert naar de laagste oppervlakten
-> stijging zeespiegel