EXAMEN CONTRACTENRECHT
JANUARI 2021
MEERKEUZEVRAGEN:
1) Welke stelling is onjuist?
o Een buitengerechtelijke ontbinding is het meest efficiënte
middel om een einde te stellen aan hun huurovereenkomst als
de huurder niet meer betaalt.
o Door het exoneratiebeding kan een partij de eigen
contractuele aansprakelijkheid beperken als een verbintenis
niet goed wordt uitgevoerd.
o Een partij kan een niet-persoonsgebonden contract van
onbepaalde duur steeds verbreken mits de andere partij
daarvan op voorhand en mits een zekere termijn, te
verwittigen.
o De rechter kan de partij die in gebreke is één van de
verbintenissen na te leven, uitstel verlenen.
2) Hoe kan een verhuurder reageren tegen een huurder die al een paar
maanden zijn betalingsverbintenis zoals uiteengezet In het
huurcontract, niet naleeft?
o Hij kan het contract onmiddellijk laten verbreken met een
aanmaning bij aangetekende brief.
o Geen van deze antwoorden is correct.
o Hij kan in nietigheid van het contract vorderen door middel
van een procedure die hij instelt voor de rechtbank van eerste
aanleg.
o Hij kan de uitvoering van deze verbintenis afdwingen door
middel van een verzoeningsprocedure.
3) U leest in een contract dat, als een middel contract dat zijn
verbintenis niet naleeft, dit aanleiding kan geven tot de toepassing
van een In het contract opgenomen ontbindend beding. Wat denkt u
daarvan?
o Kan niet toegepast worden Omdat een vordering tot
ontbinding van een contract steeds vooraf door een rechter
moet beoordeeld worden.
o Is er nu toe de contractuele clausule die bij elk soort contract
komen Zonder a posteriori controle door de rechter, toegepast
kan worden op risico van diegene die de ontbinding inroept.
o Is een ideale clausule om een contractpartij toe te laten
vloeien tot een eenzijdige verbreking Zonder opzegtermijn
van het contract over te gaan.
o Geen van de antwoorden is correct.
4) Is er reden voor het bestaan van een wet van openbare orde en een
wet van dwingend recht?
Maak uw keuze.
o Ja, want Dit is het gevolg van het soort belang dat de
wetgever heeft willen beschermen.
o Ja, want Dit is een gradatie In de aanbeveling die de overheid
1
, wil geven aan contractpartijen.
o Neen, want als een verbintenis in een contract strijdig is met
één van de twee voornoemde principes, is het contract van....
o Neen, Er is geen verschil want de wetgever moet de belangen
van iedere burger vrijwaren en ervoor zorgen dat er…
2
JANUARI 2021
MEERKEUZEVRAGEN:
1) Welke stelling is onjuist?
o Een buitengerechtelijke ontbinding is het meest efficiënte
middel om een einde te stellen aan hun huurovereenkomst als
de huurder niet meer betaalt.
o Door het exoneratiebeding kan een partij de eigen
contractuele aansprakelijkheid beperken als een verbintenis
niet goed wordt uitgevoerd.
o Een partij kan een niet-persoonsgebonden contract van
onbepaalde duur steeds verbreken mits de andere partij
daarvan op voorhand en mits een zekere termijn, te
verwittigen.
o De rechter kan de partij die in gebreke is één van de
verbintenissen na te leven, uitstel verlenen.
2) Hoe kan een verhuurder reageren tegen een huurder die al een paar
maanden zijn betalingsverbintenis zoals uiteengezet In het
huurcontract, niet naleeft?
o Hij kan het contract onmiddellijk laten verbreken met een
aanmaning bij aangetekende brief.
o Geen van deze antwoorden is correct.
o Hij kan in nietigheid van het contract vorderen door middel
van een procedure die hij instelt voor de rechtbank van eerste
aanleg.
o Hij kan de uitvoering van deze verbintenis afdwingen door
middel van een verzoeningsprocedure.
3) U leest in een contract dat, als een middel contract dat zijn
verbintenis niet naleeft, dit aanleiding kan geven tot de toepassing
van een In het contract opgenomen ontbindend beding. Wat denkt u
daarvan?
o Kan niet toegepast worden Omdat een vordering tot
ontbinding van een contract steeds vooraf door een rechter
moet beoordeeld worden.
o Is er nu toe de contractuele clausule die bij elk soort contract
komen Zonder a posteriori controle door de rechter, toegepast
kan worden op risico van diegene die de ontbinding inroept.
o Is een ideale clausule om een contractpartij toe te laten
vloeien tot een eenzijdige verbreking Zonder opzegtermijn
van het contract over te gaan.
o Geen van de antwoorden is correct.
4) Is er reden voor het bestaan van een wet van openbare orde en een
wet van dwingend recht?
Maak uw keuze.
o Ja, want Dit is het gevolg van het soort belang dat de
wetgever heeft willen beschermen.
o Ja, want Dit is een gradatie In de aanbeveling die de overheid
1
, wil geven aan contractpartijen.
o Neen, want als een verbintenis in een contract strijdig is met
één van de twee voornoemde principes, is het contract van....
o Neen, Er is geen verschil want de wetgever moet de belangen
van iedere burger vrijwaren en ervoor zorgen dat er…
2