Principes voor effectief onderwijs met ICT
1. Zorg voor afstemming van leerdoelen, werkvormen en toetsvormen
Er moet een goede afstemming zijn tussen de leerdoelen, werkvormen en toetsvormen. De leerdoelen zijn
afgeleid van de eindtermen. Leerdoelen meten altijd richtgeven zijn voor de keuze van de werk- en
toetsvormen. Toetsvormen moeten, volgens dezelfde redenering, ook nauw aansluiten op de leerdoelen.
Ook bij het gebruik van ICT moet men rekening houden met dit basisprincipe. Wanneer men werkt met
workvormen online moet men een paar vragen stellen; hoe sluiten deze activiteiten aan bij één of
meerdere leerdoelen van het vak en hoe wordt de uitvoering van de activiteiten getoetst?
2. Zorg voor een zorgvuldige voorbereiding en informatievoorziening
Een zorgvudlige en degelijke voorbereiding voorkomt tijdsverlies met organisatorische activiteiten.
Leerlingen willen weten wat er van hen verwacht wordt, wanneer iets moet klaar zijn en op welke manier
zij aan de slag moeten gaan, zodat hun studietijd afficiënt ingepland kan worden.
Let op, de leerkacht die werkt met de ELO is geen ICT integratie in het onderwijs. Het is het instrument bij
uitstek om aan ICT integratie in het onderwijs te doen. De leerlingen die op een ELO samen aan de slag zijn
door vb te debatteren op een forum of het delen van documenten is wel ICT integratie.
Bij het gebruik van ICT is het van belang dat leerlingen al in een vroeg stadium weten wat er wanneer van
hen verwacht wordt.
3. Gebruik van activerende werkvormen
Het traditioneel onderwijs bestaat vaak uit hoorcolleges. De leerlingen nemen in dit model vooral passief
kennis op en proberen na de les de kennis te verwerken. Dit laatste doen zij vaak net voordat de toets
gepland staat.
De leercyclus van Kolb onderscheidt 4 fasen:
- Opdoen van concrete ervaringen
- Observeren van de situatie waarin concrete ervaringen zijn opgedaan en het reflecteren op de
ervaringen
- Tot begripsvorming komen met behulp van theorie
- Het uitproberen in de praktijk
1. Zorg voor afstemming van leerdoelen, werkvormen en toetsvormen
Er moet een goede afstemming zijn tussen de leerdoelen, werkvormen en toetsvormen. De leerdoelen zijn
afgeleid van de eindtermen. Leerdoelen meten altijd richtgeven zijn voor de keuze van de werk- en
toetsvormen. Toetsvormen moeten, volgens dezelfde redenering, ook nauw aansluiten op de leerdoelen.
Ook bij het gebruik van ICT moet men rekening houden met dit basisprincipe. Wanneer men werkt met
workvormen online moet men een paar vragen stellen; hoe sluiten deze activiteiten aan bij één of
meerdere leerdoelen van het vak en hoe wordt de uitvoering van de activiteiten getoetst?
2. Zorg voor een zorgvuldige voorbereiding en informatievoorziening
Een zorgvudlige en degelijke voorbereiding voorkomt tijdsverlies met organisatorische activiteiten.
Leerlingen willen weten wat er van hen verwacht wordt, wanneer iets moet klaar zijn en op welke manier
zij aan de slag moeten gaan, zodat hun studietijd afficiënt ingepland kan worden.
Let op, de leerkacht die werkt met de ELO is geen ICT integratie in het onderwijs. Het is het instrument bij
uitstek om aan ICT integratie in het onderwijs te doen. De leerlingen die op een ELO samen aan de slag zijn
door vb te debatteren op een forum of het delen van documenten is wel ICT integratie.
Bij het gebruik van ICT is het van belang dat leerlingen al in een vroeg stadium weten wat er wanneer van
hen verwacht wordt.
3. Gebruik van activerende werkvormen
Het traditioneel onderwijs bestaat vaak uit hoorcolleges. De leerlingen nemen in dit model vooral passief
kennis op en proberen na de les de kennis te verwerken. Dit laatste doen zij vaak net voordat de toets
gepland staat.
De leercyclus van Kolb onderscheidt 4 fasen:
- Opdoen van concrete ervaringen
- Observeren van de situatie waarin concrete ervaringen zijn opgedaan en het reflecteren op de
ervaringen
- Tot begripsvorming komen met behulp van theorie
- Het uitproberen in de praktijk