De evolutie van het Vlaams onderwijs van
1830 tot 2021
Inhoudsopgave
1.1 Twee basisscholen in één straat: de geschiedenis biedt een verklaring.....................................................2
1.1.1 Een eerste schoolstrijd.................................................................................................................................2
1.1.2 De tweede schoolstrijd................................................................................................................................3
1.1.3 Het Schoolpact............................................................................................................................................4
1.1.4 Indeling in onderwijsnetten.........................................................................................................................4
...................................................................................................................................................................... 4
1.2 Het onderwijsbeleid in de huidige tijd...................................................................................................... 5
1.2.1 Scholen (en hun leerlingen) per net (macroniveau)....................................................................................5
1.2.2 Onderwijsbevoegdheden (macroniveau)....................................................................................................5
1.2.2.1 Controle en inspectie...........................................................................................................................5
1.2.3 Pedagogische begeleidingsdiensten (macro/mesoniveau).........................................................................5
1.2.4 Scholengemeenschappen en scholengroepen (macro/mesoniveau)..........................................................6
1.2.5 Netoverschrijdend en andere ‘vernieuwende’ initiatieven (macro/mesoniveau).......................................6
2.1 Ontwikkelingsdoelen versus eindtermen.................................................................................................. 7
2.1.1 Waarom geen eindtermen voor kleuters?..................................................................................................7
2.1.2 Controle: garanties voor het ‘minimum’.....................................................................................................7
2.2 Leerplannen............................................................................................................................................. 7
2.3 Leerplan van Katholiek Onderwijs Vlaanderen..........................................................................................8
2.3.1 De krachtlijnen van ZiLL!.............................................................................................................................8
2.3.2 De leeruitkomst van ZiLL!............................................................................................................................8
2.3.3 Het ordeningskader van ZiLL!......................................................................................................................8
2.3.4 De krachtige leeromgeving vanuit ZiLL-perspectief....................................................................................9
2.3.4.1 Focus bepalen......................................................................................................................................9
2.3.4.2 Onderwijsarrangementen...................................................................................................................9
3.1 Het beroepsprofiel................................................................................................................................. 10
3.2 Basiscompetenties................................................................................................................................. 11
3.3 Domeinspecifieke en opleidingsspecifieke leerresultaten (DLR en OLR)...................................................11
3.4 Rechten en plichten................................................................................................................................ 11
3.4.1 Loopbaan...................................................................................................................................................11
3.4.2 Discretieplicht............................................................................................................................................12
1
,4.1 (Gewoon) basisonderwijs....................................................................................................................... 13
4.2 Buitengewoon onderwijs........................................................................................................................ 13
4.2.1 Opdeling in types.......................................................................................................................................13
4.2.2 Leeftijdsvoorwaarden................................................................................................................................14
4.2.3 Verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs...........................................................................14
4.3 Het zorgcontinuüm................................................................................................................................. 16
4.4 Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (M-decreet)........................................17
1.1 Twee basisscholen in één straat: de geschiedenis
biedt een verklaring
1830: oprichting Belgische staat
Staatscholen (van voor het ontstaan van België) grotendeels door Kerk geleid
Organisatie van onderwijs dus overgedragen aan de Kerk
Ontstaan van katholieke staatscholen
1842: bepaald dat elke gemeente een lagere gemeenteschool moet hebben (wet)
Gemeente kon een bestaande katholieke school ‘adopteren’ (subsidiëren)
In gemeente waar nog geen school was: school werd opgericht en Rooms-Katholieke Kerk
stond in voor het godsdienstonderricht
Door deze wet heel het Belgisch lager onderwijs = katholiek onderwijs
Macht van Kerk op onderwijs lag steeds moeilijker voor liberalen
Liberalen winnen verkiezing 1878 bom barst los
1.1.1 Een eerste schoolstrijd
1878 – 1884: eerste schoolstrijd
o Liberalen wilden onderwijs onkerkelijken
o Katholieken willen religieuze karakter vrijwaren
Volgens de katholieken: ‘gevecht om de ziel van het kind’ en ‘gevecht tegen scholen zonder
God’
Katholieken deden beroep op artikel 24 van de grondwet: Belgisch onderwijs is vrij
Gaf hun vrijheid om hun eigen onderwijs in te richten honderden nieuwe katholieke
lagere scholen geopend in de grote vakantie van 1879
2
, Volgens katholieken was elke medewerking of deelname aan het officiële rijksonderwijs een
‘zware zonde’ officiële rijksscholen liepen leeg
1.1.2 De tweede schoolstrijd
Tweede probleem: subsidiëring van het onderwijs door de staat
Volgens socialisten en liberalen: katholieken moeten zelf hun eigen onderwijsnet bekostigen,
‘neutrale’ officiële onderwijs was voor iedereen toegankelijk staat moet dat onderwijs
betalen
Volgens katholieken: grondwettelijke vrijheid van onderwijs moest financieel mogelijk
gemaakt worden
Probleem was in het secundair onderwijs:
o Secundair onderwijs breidde sterk uit
o Er was een inkrimping van het aantal geestelijken als lesgevers in het katholiek
onderwijs
o Groter beroep doen op leken die moesten betaald worden
o Katholieken konden dit zelf niet meer bekostigen
Katholieken vonden dat het officieel onderwijs een aanvullende rol had en overbodig moest
gemaakt worden
Onderwijs werd een belangrijk politiek vraagstuk
1954: Christelijke Volkspartij verloor absolute meerderheid socialistische-liberale coalitie
Nieuwe onderwijsminister voert enkele ‘correcties’ door:
o Ontsloeg 110 katholieke leerkrachten in het officieel onderwijs neutraliteit te
waarborgen
o Wetsontwerp om subsidies voor het vrij onderwijs drastisch te verminderen
o Wetsvoorstel om nieuwe rijksscholen op het niveau van kleuter- en lager onderwijs
op te richten
Resultaat = ware opstand
Tweede schoolstrijd = nieuw ideologisch conflict hoeveel scholen mag de Staat nog
oprichten en hoe uitgebreid mogen de subsidies aan het vrij onderwijs zijn?
Verkiezingen 1958: lang onderhandelen compromis onderwijsvrede moest waarborgen =
Schoolpact (20 november 1958)
3
1830 tot 2021
Inhoudsopgave
1.1 Twee basisscholen in één straat: de geschiedenis biedt een verklaring.....................................................2
1.1.1 Een eerste schoolstrijd.................................................................................................................................2
1.1.2 De tweede schoolstrijd................................................................................................................................3
1.1.3 Het Schoolpact............................................................................................................................................4
1.1.4 Indeling in onderwijsnetten.........................................................................................................................4
...................................................................................................................................................................... 4
1.2 Het onderwijsbeleid in de huidige tijd...................................................................................................... 5
1.2.1 Scholen (en hun leerlingen) per net (macroniveau)....................................................................................5
1.2.2 Onderwijsbevoegdheden (macroniveau)....................................................................................................5
1.2.2.1 Controle en inspectie...........................................................................................................................5
1.2.3 Pedagogische begeleidingsdiensten (macro/mesoniveau).........................................................................5
1.2.4 Scholengemeenschappen en scholengroepen (macro/mesoniveau)..........................................................6
1.2.5 Netoverschrijdend en andere ‘vernieuwende’ initiatieven (macro/mesoniveau).......................................6
2.1 Ontwikkelingsdoelen versus eindtermen.................................................................................................. 7
2.1.1 Waarom geen eindtermen voor kleuters?..................................................................................................7
2.1.2 Controle: garanties voor het ‘minimum’.....................................................................................................7
2.2 Leerplannen............................................................................................................................................. 7
2.3 Leerplan van Katholiek Onderwijs Vlaanderen..........................................................................................8
2.3.1 De krachtlijnen van ZiLL!.............................................................................................................................8
2.3.2 De leeruitkomst van ZiLL!............................................................................................................................8
2.3.3 Het ordeningskader van ZiLL!......................................................................................................................8
2.3.4 De krachtige leeromgeving vanuit ZiLL-perspectief....................................................................................9
2.3.4.1 Focus bepalen......................................................................................................................................9
2.3.4.2 Onderwijsarrangementen...................................................................................................................9
3.1 Het beroepsprofiel................................................................................................................................. 10
3.2 Basiscompetenties................................................................................................................................. 11
3.3 Domeinspecifieke en opleidingsspecifieke leerresultaten (DLR en OLR)...................................................11
3.4 Rechten en plichten................................................................................................................................ 11
3.4.1 Loopbaan...................................................................................................................................................11
3.4.2 Discretieplicht............................................................................................................................................12
1
,4.1 (Gewoon) basisonderwijs....................................................................................................................... 13
4.2 Buitengewoon onderwijs........................................................................................................................ 13
4.2.1 Opdeling in types.......................................................................................................................................13
4.2.2 Leeftijdsvoorwaarden................................................................................................................................14
4.2.3 Verslag voor toegang tot het buitengewoon onderwijs...........................................................................14
4.3 Het zorgcontinuüm................................................................................................................................. 16
4.4 Maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (M-decreet)........................................17
1.1 Twee basisscholen in één straat: de geschiedenis
biedt een verklaring
1830: oprichting Belgische staat
Staatscholen (van voor het ontstaan van België) grotendeels door Kerk geleid
Organisatie van onderwijs dus overgedragen aan de Kerk
Ontstaan van katholieke staatscholen
1842: bepaald dat elke gemeente een lagere gemeenteschool moet hebben (wet)
Gemeente kon een bestaande katholieke school ‘adopteren’ (subsidiëren)
In gemeente waar nog geen school was: school werd opgericht en Rooms-Katholieke Kerk
stond in voor het godsdienstonderricht
Door deze wet heel het Belgisch lager onderwijs = katholiek onderwijs
Macht van Kerk op onderwijs lag steeds moeilijker voor liberalen
Liberalen winnen verkiezing 1878 bom barst los
1.1.1 Een eerste schoolstrijd
1878 – 1884: eerste schoolstrijd
o Liberalen wilden onderwijs onkerkelijken
o Katholieken willen religieuze karakter vrijwaren
Volgens de katholieken: ‘gevecht om de ziel van het kind’ en ‘gevecht tegen scholen zonder
God’
Katholieken deden beroep op artikel 24 van de grondwet: Belgisch onderwijs is vrij
Gaf hun vrijheid om hun eigen onderwijs in te richten honderden nieuwe katholieke
lagere scholen geopend in de grote vakantie van 1879
2
, Volgens katholieken was elke medewerking of deelname aan het officiële rijksonderwijs een
‘zware zonde’ officiële rijksscholen liepen leeg
1.1.2 De tweede schoolstrijd
Tweede probleem: subsidiëring van het onderwijs door de staat
Volgens socialisten en liberalen: katholieken moeten zelf hun eigen onderwijsnet bekostigen,
‘neutrale’ officiële onderwijs was voor iedereen toegankelijk staat moet dat onderwijs
betalen
Volgens katholieken: grondwettelijke vrijheid van onderwijs moest financieel mogelijk
gemaakt worden
Probleem was in het secundair onderwijs:
o Secundair onderwijs breidde sterk uit
o Er was een inkrimping van het aantal geestelijken als lesgevers in het katholiek
onderwijs
o Groter beroep doen op leken die moesten betaald worden
o Katholieken konden dit zelf niet meer bekostigen
Katholieken vonden dat het officieel onderwijs een aanvullende rol had en overbodig moest
gemaakt worden
Onderwijs werd een belangrijk politiek vraagstuk
1954: Christelijke Volkspartij verloor absolute meerderheid socialistische-liberale coalitie
Nieuwe onderwijsminister voert enkele ‘correcties’ door:
o Ontsloeg 110 katholieke leerkrachten in het officieel onderwijs neutraliteit te
waarborgen
o Wetsontwerp om subsidies voor het vrij onderwijs drastisch te verminderen
o Wetsvoorstel om nieuwe rijksscholen op het niveau van kleuter- en lager onderwijs
op te richten
Resultaat = ware opstand
Tweede schoolstrijd = nieuw ideologisch conflict hoeveel scholen mag de Staat nog
oprichten en hoe uitgebreid mogen de subsidies aan het vrij onderwijs zijn?
Verkiezingen 1958: lang onderhandelen compromis onderwijsvrede moest waarborgen =
Schoolpact (20 november 1958)
3