Hoofdstuk 11: Perfecte concurrentie
(Dit is meso-economie)
11.0 Marktvormen
1. Perfecte concurrentie (H11)
2. Monopolie (H12)
3. Monopolistische concurrentie (H13)
4. Oligopolie (H13)
Perfecte concurrentie
o Veel koper (vragers) en verkopers (aanbieders)
o Homogeen product
o Product dat door de consument als hetzelfde aanvaren wordt
(Een tomaat is een tomaat maar vanaf veel reclame en consumenten denken dit is
niet meer zo maar een tomaat maar een tomaat van flandria en niet van boni dus
dan wordt het merk flandria bekend en is er merkbekendheid en dan is het niet echt
meer een homogeen product)
o Geen beperkingen op de toegang of het verlaten van de markt = vrije toetreding
o Gevestigde bedrijven hebben geen voordeel t.o.v. nieuwe bedrijven
o Verkopers en koper zijn goed geïnformeerd over de prijzen = transparantie
(Markt van 2dehandsauto’s is geeeen volledige tranparantie)
o prijsnemer
Monopolie
= een markt voor een goed/dienst dat:
o maar 1 aanbieder
o Geen goede substituten voor het product waardoor er één producent/leverancier is die
wordt beschermd tegen concurrentie door een barrière
o Geen vrije toetreding! Nieuwe bedrijven kunnen hierdoor niet toetreden
o Prijszetter!
Monopolistische concurrentie
= een markt met:
o Meer gelijkaardige aanbieders
o Veel aanbieders = veel concurrentie
o Heterogene producten = soortgelijke producten die verschillen
o Beperkte transparantie
o Redelijk gemakkelijke toetreding
o prijszetter
, Oligopolie
= een markt met:
o Beperkt aantal aanbieders
o Heterogene (bv coca cola) of homogene producten (bv batterijen)
o Lage transparantie
o Moeilijke toetreding
o prijszetter
<-monopolie
olipolie homogeen->
<- monopolistische
concurrentie
Perfecte concurrentie ->
4 criteria om
marktvormen te onderscheiden
1. Aantal vragers en aantal aanbieders
o Beide oneindig -> perfecte mededinging/ volkomen concurrentie ( voorbeeld: de beurs)
o Oneindig veel vragers en 1 aanbieder -> monopolie (voorbeeld NMBS)
o Gepatenteerde producten
o Natuurlijke bronnen
o 1 vrager en enkele aanbieders -> monopsonie (voorbeeld: het leger is de enige vrager naar
tanks)
o Oneindig veel vragers en enkele aanbieders -> oligopolie (voorbeeld aanbieders
lijnvliegtuigen)
o Competitief/ concurrerende oligopolie (banken in België)
o Samenwerkende oligopolie (OPEC-kartel)
o Oneindig veel vragers en aanbieders -> monopolistische concurrentie (voorbeeld restaurant)
o Gedragen zich monopolistisch op hun marktsegment
o Ontstaat door productdifferentiatie
2. transparantie van de markt
3. toetreding
Hoe moeilijker/ makkelijk het is om de markt als nieuw bedrijf te betreden.
4. Homogeen of heterogeen product
(Dit is meso-economie)
11.0 Marktvormen
1. Perfecte concurrentie (H11)
2. Monopolie (H12)
3. Monopolistische concurrentie (H13)
4. Oligopolie (H13)
Perfecte concurrentie
o Veel koper (vragers) en verkopers (aanbieders)
o Homogeen product
o Product dat door de consument als hetzelfde aanvaren wordt
(Een tomaat is een tomaat maar vanaf veel reclame en consumenten denken dit is
niet meer zo maar een tomaat maar een tomaat van flandria en niet van boni dus
dan wordt het merk flandria bekend en is er merkbekendheid en dan is het niet echt
meer een homogeen product)
o Geen beperkingen op de toegang of het verlaten van de markt = vrije toetreding
o Gevestigde bedrijven hebben geen voordeel t.o.v. nieuwe bedrijven
o Verkopers en koper zijn goed geïnformeerd over de prijzen = transparantie
(Markt van 2dehandsauto’s is geeeen volledige tranparantie)
o prijsnemer
Monopolie
= een markt voor een goed/dienst dat:
o maar 1 aanbieder
o Geen goede substituten voor het product waardoor er één producent/leverancier is die
wordt beschermd tegen concurrentie door een barrière
o Geen vrije toetreding! Nieuwe bedrijven kunnen hierdoor niet toetreden
o Prijszetter!
Monopolistische concurrentie
= een markt met:
o Meer gelijkaardige aanbieders
o Veel aanbieders = veel concurrentie
o Heterogene producten = soortgelijke producten die verschillen
o Beperkte transparantie
o Redelijk gemakkelijke toetreding
o prijszetter
, Oligopolie
= een markt met:
o Beperkt aantal aanbieders
o Heterogene (bv coca cola) of homogene producten (bv batterijen)
o Lage transparantie
o Moeilijke toetreding
o prijszetter
<-monopolie
olipolie homogeen->
<- monopolistische
concurrentie
Perfecte concurrentie ->
4 criteria om
marktvormen te onderscheiden
1. Aantal vragers en aantal aanbieders
o Beide oneindig -> perfecte mededinging/ volkomen concurrentie ( voorbeeld: de beurs)
o Oneindig veel vragers en 1 aanbieder -> monopolie (voorbeeld NMBS)
o Gepatenteerde producten
o Natuurlijke bronnen
o 1 vrager en enkele aanbieders -> monopsonie (voorbeeld: het leger is de enige vrager naar
tanks)
o Oneindig veel vragers en enkele aanbieders -> oligopolie (voorbeeld aanbieders
lijnvliegtuigen)
o Competitief/ concurrerende oligopolie (banken in België)
o Samenwerkende oligopolie (OPEC-kartel)
o Oneindig veel vragers en aanbieders -> monopolistische concurrentie (voorbeeld restaurant)
o Gedragen zich monopolistisch op hun marktsegment
o Ontstaat door productdifferentiatie
2. transparantie van de markt
3. toetreding
Hoe moeilijker/ makkelijk het is om de markt als nieuw bedrijf te betreden.
4. Homogeen of heterogeen product