ontwikkelingspsychologie
Begrippenlijst met defi niti es
1. Inleidende les
1. Ontwikkelingspsychologie
Wetenschap bestaat nog niet lang
Wetenschappers zich specialiseren in een thematisch gebied
Thematische gebieden
o Fysieke ontwikkeling
o Cognitieve ontwikkeling
o Sociale ontwikkeling
o Emotionele ontwikkeling
o Persoonlijkheidsontwikkeling
Leeftijdscategorieën (overal verschillend: biologisch, sociaal, cultureel bv. in Polen school
vanaf 7jaar)
o Prenatale periode
o Babytijd (0-1 jaar)
o Peutertijd (1-2 jaar)
o Kleutertijd (3-6 jaar) Lagere school (6-11 jaar)
o Puberteit (11-14 jaar)
o Adolescentie (14-18 jaar)
o Jongvolwassenen (18-21 jaar)
o Volwassenen (21+)
o Ouderen (65+)
1. Belang van psychologische ontwikkelingstheorieën
Via leeftijden theorieën ontstaan
Voorzien kader menselijk gedrag observeren, interpreteren, voorspelen
Gefundeerd door wetenschappelijk onderzoek
o Kijken wat moet een kind nu al kunnen
Combinatie van verschillende theorieën is nodig
Stevige basis voor interventie
o Basis begrijpen wat is er aan de hand
2. Manier van kijken op kinderen maakt dat ze zich anders gaan
ontwikkelen
1. Vroege denkbeelden over kinderen
Voor 1600: geen aparte kindertijd, kinderen = miniatuurvolwassenen
Middeleeuwen: kinderen krijgen eigen status
18de Eeuw: babybiografieën (mijlpalen kinderen vastleggen) & Darwin
o Fylogenese (ene soort komt voort uit ander) & ontogenese (iets is in groei/ proces)
de
19 Eeuw: eerste boek kinderziekten
20ste Eeuw: ontwikkelingspsychologie als wetenschap
1
, John Locke
Tabula Rasa: kind als ongeschreven blad, van nature niet goed/slecht
Omgeving belangrijk in ontwikkeling
Kinderen passief (ondergaan opvoeding)& beschreven door anderen
Ontwikkeling als continu proces
Elementen in leertheoretische principes
Jean-Jacques Rousseau
Natuurlijke ontwikkeling zijn gang laten gaan
o Opvoedingsfilosofie gebaseerd op eerbied voor natuurlijke ontwikkeling: Emile
Kind van nature goed + neigen tot positieve ontwikkeling
Volwassen als receptief kind als actief
o Kind actief wezen, heeft zijn opvoedingsproces in zijn hand
Ontwikkeling = discontinu proces
Maturatie: genetisch bepaald & natuurlijk ontwikkelingsverloop
o = nodig voor bepaalde handelingen te kunnen uitvoeren
o Bv. motorisch ontwikkeld zijn om pipi op potje te doen
3. Visies op kinderen
Het psychodynamisch perspectief: focus op innerlijke krachten
Behavioristisch perspectief: focus op waarneembaar gedrag
Cognitief perspectief: kijk op ons begripsvermogen
Evolutionair perspectief: wat onze voorouders bijdragen aan ons gedrag
Systemisch perspectief: systemen rond het kind
Behoefteperspectief: psychologische basisbehoeften als motor voor ontwikkeling
1. Psychodynamisch perspectief
Sigmund Freud
Grondlegger persoonlijkheidstheorie
Psychoanalytische theorie over (ontwikkeling van) persoonlijkheid
Tripartite persoonlijkheid
o = biologische behoeftes (driften) & maatschappelijke waarden/ normen (hoe
gedragen) hier evenwicht in vinden
o Ouders moeten kind helpen dunne lijn bewandelen zo niet: littekens
o ID: driften
o EGO: persoonlijkheid (schipperen tussen ID & SUPER-EGO
o SUPER-EGO: morele principes
Biologische genotsfasen (orale, anale & oedipale): seksuele interpretatie (kritiek hierop)
Onbewuste krachten bepalend
Psychoseksuele ontwikkeling
o = theorie over manier waarop die persoonlijkheid zich tijdens kindertijd vormt
o Fasetheorie: in elke fase biologisch genot gericht ander deel lichaam
o Regulatie van aangeboren driften door opvoedding cruciaal voor gezonde
persoonlijkheidsontwikkeling
Hervertaling van seksuele interpretatie naar sociaal gedrag kinderen
Erik Eriksen
o Psychosociale theorie & benadrukt sociale interacties
o Kind moet stadia door waar steeds conflict is maar sociaal georiënteerd
2
, John Bowlby
o Grondlegger hechtingstheorie
o Sociaal gedrag als noodzaak tot overleven
o Bv. later trouw ik met mijn mama: behoefte kind om dichtbij hechtingspersoon te
zijn & zo ontwikkeling garanderen (Freud zou zeggen: seksuele behoefte)
Freud nooit kinderen gezien
Sterktes & zwaktes
Sterktes
o Bestudeert persoonlijkheidsontwikkeling
o Belevings- en gedragsproblemen komen voort uit (onbewust) psychologisch conflict
o Vroege aandacht voor ouder-kindrelaties
o Introductie fase-model
Zwaktes
o Over-interpreteren kinderlijk gedrag in seksuele termen (bv oedipuscomplex)
o Lange tijd minder wetenschappelijke onderbouwing (kinderen?)
2. Behavioristisch perspectief
I. Pavlov: klassieke conditionering (hond van Pavlov)
J. Watson: conditionering van emoties (kleine Albert)
B.F Skinner: operante conditionering (Skinner box)
A. Bandura: social learning theory
o Consequenties gedrag niet zelf ondervinden om te leren
Iets leren door het te zien, horen, … van iemand
Zelf meemaken groter leereffect
o Ontwikkelen door imitatie (modeling of observationeel leren)
o Cognitief aspect: kinderen zijn selectief in wat ze imiteren
Bv. twee kinderen & mama trekt ze weg van grote hond, ene kind dit gezien
ander niet
Sterktes & zwaktes
Sterktes
o Belang van leren!
o Continue ontwikkelingsmodel
o Sterk wetenschappelijk onderbouwd
o Belang omgeving: grote stempel op opvoeding
o Basis voor gedragstherapie en onderwijstechnieken
Zwaktes
o Traditioneel behaviorisme: geen aandacht voor innerlijke processen (enkel gedrag)
o Hervertaald naar ‘cognitieve gedragstherapie
3. Cognitief perspectief
Jean Piaget
Leren door actieve manipulatie en exploratie van de omgeving
Menselijk denken opgebouwd uit schema’s
o = georganiseerde mentale patronen die bepaald gedrag vertegenwoordigen
Assimilatie & accommodatie
3
, Informatieverwerkingstheorie
Beschrijft hoe mensen informatie opnemen, opslaan en gebruiken
Menselijk brein= symbolisch gemanipuleerd systeem waarin informatie verwerkt (digitaal-
technologisch tijdperk, computers)
Meer continue veranderingsprocessen: Kwantitatieve i.p.v. kwalitatieve verandering
Ontwikkeling naar ‘Developmental Cognitive Neuroscience’
o Hersenen- cognitieve processen- gedrag
Sterktes & zwaktes
Sterktes
o Belangrijke inzichten over intellectuele groei
Nagaan hoe cognitieve vermogen veranderen
Verwerken van info en invloed hiervan op gedrag
o Wetenschappelijk gefundeerd
Zwaktes
o Onderschatting tijdstip waarop vaardigheden zich ontwikkelen
o Piaget:
Universaliteit van de stadia wordt in twijfel getrokken
Vermoedelijk minder discontinue dan Piaget het voorstelde
4. Evolutionair perspectief
Bepaalde vaardigheden nodig om zich te kunnen beschermen/ leven/ ontwikkelen
Relateert sociale gedragspatronen & persoonlijkheidseigenschappen aan genetische erfenis
Focus op adaptieve waarde van cognitief-emotionele en sociale competenties zoals deze
veranderen met de leeftijd
Evolutietheorie: C. Darwin
Ontwikkeling als proces
Ontwikkeling verloopt niet doelgericht
Ontogenese i.p.v. fylogenese
Ethologische theorieën
= biologische basis gedrag dieren
Voorbeeld: Konrad Lorenz
o Imprinting bij ganzen
o Introductie concept “kritieke periode”
= periode ontvankelijk want genetisch geprogrammeerd, hierna gedaan
<-> gevoelige periode
Sterktes & zwaktes
Sterktes
o Snelst groeiend gebied binnen ontwikkelingspsychologie: de gedragsgenetica
o Aandacht levenslange ontwikkeling
Zwaktes
o Te eenzijdige focus op biologische erfenis
5. Systematisch perspectief
Relaties tussen individuen en sociale wereld
Kind niet in isolatie ontwikkelen
Ontwikkeling kind binnen zijn complexe, sociale en culturele context
4