Financieel management
1 Hoofdstuk 1: Boekhouden
1.1 Balans
Activa = op volgorde van liquiditeit
Passiva = op volgende van opeisbaarheid
Momentopname bovenaan de balans staat altijd de datum van wanneer de balans opgemaakt is
1.2 Resultatenrekening (of profit & loss / exploitatierekening)
Geen momentopname maar resultaat van een periode (boekjaar)
Komt nooit op de balans
Kost & opbrengst: in de resultatenrekening
Uitgave & ontvangst: op de bankrekening
1
, 1.3 Ratio’s
Ratio = een verhoudingsgetal waardoor 2 of meer financiële gegevens aan elkaar gerelateerd
worden.
Ratio-analyse = een techniek om de financiële toestand van een onderneming te begrijpen.
Netto bedrijfskapitaal
= verschil tussen de middelen die op korte termijn in geld kunnen omgezet worden en de
verbintenissen op korte termijn.
= beperkte vlottende activa – vreemd vermogen korte termijn
Beperkte vlottende activa = vlottende activa zonder de vorderingen > 1 jaar (want is niet KT)
Zelfde geld voor vreemd vermogen (zonder de schulden > 1 jaar)
Uitgebreide Vaste Permanent vermogen Permanent vermogen
Activa Uitgebreid Vaste = E V + V V lt
Activa
Positief = E V + V V lt Negatief
bedrijfskapitaal bedrijfskapitaal
V V Korte termijn
Beperkte Vlottende
Activa
Beperkt Vlottende
V V Korte termijn
Activa
Liquiditeit
= geeft aan in welke mate een onderneming op korte termijn in staat is aan haar kortlopende
schulden te voldoen.
Current ratio = beperkte vlottende activa / vreemd vermogen op korte termijn
Verband tussen current ratio en NBK?
NBK Current ratio
<0€ <1
=0€ =1
>0€ >1
Activiteitsratio = geeft het vermogen dat in de desbetreffende component ligt opgesloten
Voorraadrotatie = de omloopsnelheid van de voorraden, geeft aan hoeveel maal de voorraden
gedurende bepaalde periode worden verkocht.
= kostprijs van de goederen (rekening 60) / voorraad (rekening 3)
Gemiddeld aantal dagen voorraad = 365 / voorraadrotatie
Klantenrotatie = de omloopsnelheid van de klanten, geeft aan hoeveel maal de klantenvorderingen
gedurende bepaalde periode veranderd zijn.
= omzet + BTW (rekening 70 + toelichting XVI.A.2 voor de btw) / klantenvorderingen (rekening 40)
Aantal dagen klantenkrediet = 365 / klantenrotatie
Leveranciersrotatie = de omloopsnelheid van de leveranciersschulden, het aantal keer dat de
handelsschulden vernieuwd worden.
= (aankopen + btw) (toelichting XVI.A.1) / handelsschulden
Aantal dagen leverancierskrediet = 365 / leveranciersrotatie
2
1 Hoofdstuk 1: Boekhouden
1.1 Balans
Activa = op volgorde van liquiditeit
Passiva = op volgende van opeisbaarheid
Momentopname bovenaan de balans staat altijd de datum van wanneer de balans opgemaakt is
1.2 Resultatenrekening (of profit & loss / exploitatierekening)
Geen momentopname maar resultaat van een periode (boekjaar)
Komt nooit op de balans
Kost & opbrengst: in de resultatenrekening
Uitgave & ontvangst: op de bankrekening
1
, 1.3 Ratio’s
Ratio = een verhoudingsgetal waardoor 2 of meer financiële gegevens aan elkaar gerelateerd
worden.
Ratio-analyse = een techniek om de financiële toestand van een onderneming te begrijpen.
Netto bedrijfskapitaal
= verschil tussen de middelen die op korte termijn in geld kunnen omgezet worden en de
verbintenissen op korte termijn.
= beperkte vlottende activa – vreemd vermogen korte termijn
Beperkte vlottende activa = vlottende activa zonder de vorderingen > 1 jaar (want is niet KT)
Zelfde geld voor vreemd vermogen (zonder de schulden > 1 jaar)
Uitgebreide Vaste Permanent vermogen Permanent vermogen
Activa Uitgebreid Vaste = E V + V V lt
Activa
Positief = E V + V V lt Negatief
bedrijfskapitaal bedrijfskapitaal
V V Korte termijn
Beperkte Vlottende
Activa
Beperkt Vlottende
V V Korte termijn
Activa
Liquiditeit
= geeft aan in welke mate een onderneming op korte termijn in staat is aan haar kortlopende
schulden te voldoen.
Current ratio = beperkte vlottende activa / vreemd vermogen op korte termijn
Verband tussen current ratio en NBK?
NBK Current ratio
<0€ <1
=0€ =1
>0€ >1
Activiteitsratio = geeft het vermogen dat in de desbetreffende component ligt opgesloten
Voorraadrotatie = de omloopsnelheid van de voorraden, geeft aan hoeveel maal de voorraden
gedurende bepaalde periode worden verkocht.
= kostprijs van de goederen (rekening 60) / voorraad (rekening 3)
Gemiddeld aantal dagen voorraad = 365 / voorraadrotatie
Klantenrotatie = de omloopsnelheid van de klanten, geeft aan hoeveel maal de klantenvorderingen
gedurende bepaalde periode veranderd zijn.
= omzet + BTW (rekening 70 + toelichting XVI.A.2 voor de btw) / klantenvorderingen (rekening 40)
Aantal dagen klantenkrediet = 365 / klantenrotatie
Leveranciersrotatie = de omloopsnelheid van de leveranciersschulden, het aantal keer dat de
handelsschulden vernieuwd worden.
= (aankopen + btw) (toelichting XVI.A.1) / handelsschulden
Aantal dagen leverancierskrediet = 365 / leveranciersrotatie
2