Psychologie
Seminarie 4:
Psychoanalyse: persoonlijkheidstheorie
1. Situering van de persoonlijkheidstheorie van Freud
Psychoanalyse: gedrag wordt bepaald door het onbewuste
Persoonlijkheidstheorie van Freud
Eerste 5 levensjaren = bepalend
Psycho-seksuele ontwikkeling = bepalend
Conflicten & relatiewijzen = bepalend
Verschillende fases:
Orale
Anale
Fallische
Genitale
Overgang tussen fases = cruciaal
Overgang zorgt voor ontwikkelingscrisis
Fixatie = er geheel / gedeeltelijk niet in slagen naar de volgende fase te gaan ontwikkelingscrisis
blijven hangen in een fase
Je blijft gericht op
Symbolische activiteiten
Relatievormen
Problemen en conflicten
die in die ontwikkelingsfase centraal staan Het ego verdedigt zich door geen nieuwe uitdagingen
aan te gaan
Regressies= terugvallen op een vroegere ontwikkelingsfase
Ego valt terug op wat vroeger succesvol was
2. Persoonlijkheidstypologie van Sigmund Freud
2.1. Opmerkingen vooraf
Persoonlijkheidstheorie
Geen objectieve en allesomvattende beschrijving van iemands persoonlijkheid
Op basis van metaforen de conflicten & relatievormen van iemand te typeren
, Zoekt niet naar algemene wetmatigheden ( niet nomothetisch, wel idiografisch)
In de typologie van Freud tonen typische activiteiten, relaties & problemen
Op een soortgelijke wijze terug in iemands persoonlijkheid
Op een tegenovergestelde wijze zich in iemands persoonlijkheid
In de topologie tonen activiteiten, relaties en problemen zich op een
Reële wijze
Symbolische wijze
2.2. De typologie
3 persoonlijkheidstypen
2.2.1.De orale fase
0 21 maanden: Mondzone = belangrijkste bron van lust
Baby= afhankelijk van de mama (voedsel) => symbiose tussen moeder en kind (= samenlevingsvorm
tussen 2/meerdere organismen, waarbij de partners niet zonder elkaar kunnen)
Baby (jonger dan 1 jaar) heeft geen identiteit los van de moeder (het niet hebben van een Ego) :
Psychologische vroeggeboorte
Eerste levensmaanden: verlangens bevredigen (orale verlangen naar voedsel). De baby is enkel maar
id.
Verlangen van baby: direct vervuld baby voelt zich omnipotent (almachtig)
Mensen met oraal karakter
Neiging om bevrediging te zoeken in het orale (eten, roken, drinken, kussen, praten,…)
Via het orale: stress en spanning kanaliseren
Afhankelijk van anderen
Overgevoelig voor afwijzingen van anderen
Nood aan bevestiging
Erg verbaal agressief en sarcastisch
sociale ingesteldheid & voortdurende zorg voor anderen
2.2.2.De anale fase
15 maanden 3 jaar: anus = belangrijkste bron van lust
Zindelijk worden controle krijgen over het lichaam omgeving: kind krijgt een gevoel van macht
Seminarie 4:
Psychoanalyse: persoonlijkheidstheorie
1. Situering van de persoonlijkheidstheorie van Freud
Psychoanalyse: gedrag wordt bepaald door het onbewuste
Persoonlijkheidstheorie van Freud
Eerste 5 levensjaren = bepalend
Psycho-seksuele ontwikkeling = bepalend
Conflicten & relatiewijzen = bepalend
Verschillende fases:
Orale
Anale
Fallische
Genitale
Overgang tussen fases = cruciaal
Overgang zorgt voor ontwikkelingscrisis
Fixatie = er geheel / gedeeltelijk niet in slagen naar de volgende fase te gaan ontwikkelingscrisis
blijven hangen in een fase
Je blijft gericht op
Symbolische activiteiten
Relatievormen
Problemen en conflicten
die in die ontwikkelingsfase centraal staan Het ego verdedigt zich door geen nieuwe uitdagingen
aan te gaan
Regressies= terugvallen op een vroegere ontwikkelingsfase
Ego valt terug op wat vroeger succesvol was
2. Persoonlijkheidstypologie van Sigmund Freud
2.1. Opmerkingen vooraf
Persoonlijkheidstheorie
Geen objectieve en allesomvattende beschrijving van iemands persoonlijkheid
Op basis van metaforen de conflicten & relatievormen van iemand te typeren
, Zoekt niet naar algemene wetmatigheden ( niet nomothetisch, wel idiografisch)
In de typologie van Freud tonen typische activiteiten, relaties & problemen
Op een soortgelijke wijze terug in iemands persoonlijkheid
Op een tegenovergestelde wijze zich in iemands persoonlijkheid
In de topologie tonen activiteiten, relaties en problemen zich op een
Reële wijze
Symbolische wijze
2.2. De typologie
3 persoonlijkheidstypen
2.2.1.De orale fase
0 21 maanden: Mondzone = belangrijkste bron van lust
Baby= afhankelijk van de mama (voedsel) => symbiose tussen moeder en kind (= samenlevingsvorm
tussen 2/meerdere organismen, waarbij de partners niet zonder elkaar kunnen)
Baby (jonger dan 1 jaar) heeft geen identiteit los van de moeder (het niet hebben van een Ego) :
Psychologische vroeggeboorte
Eerste levensmaanden: verlangens bevredigen (orale verlangen naar voedsel). De baby is enkel maar
id.
Verlangen van baby: direct vervuld baby voelt zich omnipotent (almachtig)
Mensen met oraal karakter
Neiging om bevrediging te zoeken in het orale (eten, roken, drinken, kussen, praten,…)
Via het orale: stress en spanning kanaliseren
Afhankelijk van anderen
Overgevoelig voor afwijzingen van anderen
Nood aan bevestiging
Erg verbaal agressief en sarcastisch
sociale ingesteldheid & voortdurende zorg voor anderen
2.2.2.De anale fase
15 maanden 3 jaar: anus = belangrijkste bron van lust
Zindelijk worden controle krijgen over het lichaam omgeving: kind krijgt een gevoel van macht