Dr. Jan Verstuyft – Samenvatting Lobke Van Puyvelde
INSPANNINGSFYSIOLOGIE
HET LICHAAM IN BEWEGING INSPANNINGSFYSIOLOGIE
BEWEGEN MOET
X
SPORTEN MAG
Duidelijk verschil tussen bewegen en sporten => dekken niet dezelfde lagen
EXERCISE IS MEDICINE (obesitas)
BEWEGEN = HET MEDICIJN VAN DE TOEKOMST (links tussen geneeskunde en paramedische beroepen)
BEWEEG, MAAR BEWEEG VERSTANDIG => niet elke vorm van beweging heeft zelfde bewegingseffecten
Sedentair leven in maatschappij en weinig beweging => gezondheidsproblemen
Meer beweging (behandeling en preventie) heel belangrijk!!
1. OVERZICHT – INHOUD
- Energie om te bewegen
– “De menselijke motor”
=> vergelijking met benzinemotor is op aantal vlakken heel
duidelijk
- Metabole aanpassingen bij inspanning
- Cardiovasculaire aanpassingen
- Bewegen en Gezondheid (welke bewegingsvormen zijn
gezond en op welke manieren moeten die verlopen +
hoe advies geven)
INSPANNINGSFYSIOLOGIE
= wat gebeuren in het lichaam wanneer iemand beweging gaat doen
Alle stelsels spelen mee wanneer we gaan bewegen
Hoofdstuk 1: Energie in het menselijk lichaam
• Energie wordt geleverd, opgeslagen en vrijgegeven (om bewegingen te doen)
• Chemische energie wordt gehaald uit voedsel en omgezet in (onder andere) mechanische energie (beweging)
Vergelijking met benzinemotor
Energie => cellen hebben nodig (hersencellen)
Energie in voedsel (KH en vetten) => niet rechtstreeks gebruiken -> lichaam moet dit afbreken om bruikbaar te maken
ne efficiënt in de spier
ATP
ADENOSINE TRI FOSFAAT
Veel energie in opgestapeld staat in ATP
Adenosine di fosfaat => energie vrijkomen en deze energie gebruiken om te bewegen en sportbeweging uit te voeren
1
,Hoeveelheid ATP in spiercellen is beperkt
Stelt onze spieren in staat te werken.
Er is slechts een heel kleine voorraad.
ATP die direct beschikbaar is in spiercellen => 3sec inspanning uitoefenen en dan voorraad opgebruikt
Het lichaam zal continu ATP moeten aanmaken wil het individu zijn inspanningen verderzetten.
Anders dan bezinemotor -> Gebruiken brandstof maar motor niet instaat brandstof aan te maken
Dit aanmaken is cruciaal in het leveren van verschillende soorten inspanningen.
ATP = Energiedrager
Aanmaak van ATP
- ADP als signaal => eens dit gebeurd is schieten andere systemen ingang…
- Snel via CP
- Via glucose
Zonder zuurstof
Met zuurstof
- Via vetten
Via systemen is het mogelijk energie vrij te maken om ATP terug te gaan opbouwen
ATP voorraad => E gebruiken en kunnen beweging, maar uitgeput want is op => andere wegen aanspreken
CP
Glycolyse = afbraak glucose
Vetzuurverbranding
KH-verbranding
Inspanning zo lang volhouden, als dat er ATP beschikbaar is
2
,Dr. Jan Verstuyft – Samenvatting Lobke Van Puyvelde
VERSCHILLENDE WEGEN
1. Via Creatinefosfaat (CP)
= meest eenvoudige en snelste manier (zit in spiercel en kan onmiddellijk aangesproken worden en gesplitst worden)
• Door splitsing van CP komt energie vrij die gebruikt wordt om ATP te vormen
• Bij zeer intensieve inspanningen raakt CP-voorraad uitgeput
• Aanmaak van nieuwe CP gebeurt dmv energie die vrijkomt bij splitsing van ATP (recuperatie)
= fosfaatsysteem
= anaeroob, alactisch systeem (geen O2, zonder verzuring)
• levert onmiddellijk energie
• korte duur
E gaan gebruiken om ATP op te bouwen
= 2 tandwielen die met elkaar verbonden zijn
10-12sec mogelijkheid tot volhouden!!
Voorraad relatief beperkt en kortdurende inspanningen
Korte afstanden, trappen, 60m sprint => KORTE DUUR EN EXPLOSIEF = CP
2. Aanmaak van ATP via koolhydraten
Fosfaatsysteem: enkele seconden... en dan?
Koolhydraten (KH) uit onze voeding ondersteunen de energielevering
KH als glucose in het bloed of als glycogeen (spieren/lever)
Reservebrandstof op deze 2 plaatsen opstapelen
Glycogeen + ADP + P ATP + Pyruvaat
E die daaruit vrijmaken => gebruiken om ATP terug op te bouwen
In dit geval geen O2 beschikbaar
Pyruvaat -> gaat w omgezet in melkzuur
Vanaf deze splitsing bepaalt de aanwezigheid van zuurstof in onze spieren het verdere verloop
In alle tussenstappen => komen pakketjes E vrij om ATP terug op te bouwen
Eindproduct hier => melkzuur
Anaeroob maar lactisch => met vorming van melkzuur
Aanmaak van ATP via KH zonder zuurstof
Glycogeen + ADP + P ATP + Pyruvaat
Pyruvaat Melkzuur
= anaeroob, lactisch systeem
- Levert na enkele seconden energie
- Bij maximale inspanningen van relatief korte duur (enkele minuten)
- Bij versnellingen, intensieve spelsituaties, ...
- Zeer groot vermogen (hoeveelheid E die per sec w vrijgemaakt, kleine capaciteit (totale hoeveelheid E die via
systeem kan geleverd worden)
400m lopen, 1km tijdrijden en 100m zwemmen
3
, Wat is ‘verzuring’?
In het anaeroob lactisch systeem wordt melkzuur gevormd
Zonder O2 valt melkzuur uiteen in H+ en lactaat
Het is de opstapeling van H+ die de pH van het bloed doet dalen
Het verhoogde lactaat blijft een energiebron die opnieuw aangewend kan worden indien terug O2 beschikbaar is
Spier waar tijdens inspanning gebeurd = HARTSPIER (veel E nodig en kan deze enkel halen door
beschikbaarheid van zuurstof + lactaat als brandstof gebruiken)
Waterstofionen gaan zich afsplitsen => zorgen dat de PH waarde gaat dalen door stijging in zuurtegraad
Aanmaak van ATP via KH met zuurstof
Glycogeen + ADP + P ATP + Pyruvaat
Pyruvaat + O2 + ADP + P ATP + CO2 + H2O
= aeroob systeem (lucht, zuurstof)
- Levert pas na 50 tot 90 seconden energie
- Klein vermogen, grote capaciteit (totale hoeveelheid E die we via totale systeem kunnen vrijmaken = zeer
groot)
3. Aanmaak van ATP via vetten
Een vetcel bevat triglyceriden, opgeslagen:
In het perifeer vetweefsel
In de spiercel zelf
Vetten als brandstof gebruiken => heel uitgebreid en vele volumes E => genoeg om enkele marathons te lopen
Triglyceriden worden afgebroken tot vrije vetzuren (VVZ) door het enzym ‘hormoongevoelige lipase’
VVZ worden omgevormd tot acetyl-CoA en komen zo in de Krebs-cylus
Vetten kunnen enkel aeroob verbrand worden
Capaciteit van vetsysteem is zeer groot (ca 30 marathons)
Het rendement van 1 mol O2 is kleiner dan KH (benzine versus diesel) => meer O2 nodig om zelfde resultaat te krijgen
SPORT: uithouding
Vetten -> dieselbrandstof
KH -> Superbenzine
4
INSPANNINGSFYSIOLOGIE
HET LICHAAM IN BEWEGING INSPANNINGSFYSIOLOGIE
BEWEGEN MOET
X
SPORTEN MAG
Duidelijk verschil tussen bewegen en sporten => dekken niet dezelfde lagen
EXERCISE IS MEDICINE (obesitas)
BEWEGEN = HET MEDICIJN VAN DE TOEKOMST (links tussen geneeskunde en paramedische beroepen)
BEWEEG, MAAR BEWEEG VERSTANDIG => niet elke vorm van beweging heeft zelfde bewegingseffecten
Sedentair leven in maatschappij en weinig beweging => gezondheidsproblemen
Meer beweging (behandeling en preventie) heel belangrijk!!
1. OVERZICHT – INHOUD
- Energie om te bewegen
– “De menselijke motor”
=> vergelijking met benzinemotor is op aantal vlakken heel
duidelijk
- Metabole aanpassingen bij inspanning
- Cardiovasculaire aanpassingen
- Bewegen en Gezondheid (welke bewegingsvormen zijn
gezond en op welke manieren moeten die verlopen +
hoe advies geven)
INSPANNINGSFYSIOLOGIE
= wat gebeuren in het lichaam wanneer iemand beweging gaat doen
Alle stelsels spelen mee wanneer we gaan bewegen
Hoofdstuk 1: Energie in het menselijk lichaam
• Energie wordt geleverd, opgeslagen en vrijgegeven (om bewegingen te doen)
• Chemische energie wordt gehaald uit voedsel en omgezet in (onder andere) mechanische energie (beweging)
Vergelijking met benzinemotor
Energie => cellen hebben nodig (hersencellen)
Energie in voedsel (KH en vetten) => niet rechtstreeks gebruiken -> lichaam moet dit afbreken om bruikbaar te maken
ne efficiënt in de spier
ATP
ADENOSINE TRI FOSFAAT
Veel energie in opgestapeld staat in ATP
Adenosine di fosfaat => energie vrijkomen en deze energie gebruiken om te bewegen en sportbeweging uit te voeren
1
,Hoeveelheid ATP in spiercellen is beperkt
Stelt onze spieren in staat te werken.
Er is slechts een heel kleine voorraad.
ATP die direct beschikbaar is in spiercellen => 3sec inspanning uitoefenen en dan voorraad opgebruikt
Het lichaam zal continu ATP moeten aanmaken wil het individu zijn inspanningen verderzetten.
Anders dan bezinemotor -> Gebruiken brandstof maar motor niet instaat brandstof aan te maken
Dit aanmaken is cruciaal in het leveren van verschillende soorten inspanningen.
ATP = Energiedrager
Aanmaak van ATP
- ADP als signaal => eens dit gebeurd is schieten andere systemen ingang…
- Snel via CP
- Via glucose
Zonder zuurstof
Met zuurstof
- Via vetten
Via systemen is het mogelijk energie vrij te maken om ATP terug te gaan opbouwen
ATP voorraad => E gebruiken en kunnen beweging, maar uitgeput want is op => andere wegen aanspreken
CP
Glycolyse = afbraak glucose
Vetzuurverbranding
KH-verbranding
Inspanning zo lang volhouden, als dat er ATP beschikbaar is
2
,Dr. Jan Verstuyft – Samenvatting Lobke Van Puyvelde
VERSCHILLENDE WEGEN
1. Via Creatinefosfaat (CP)
= meest eenvoudige en snelste manier (zit in spiercel en kan onmiddellijk aangesproken worden en gesplitst worden)
• Door splitsing van CP komt energie vrij die gebruikt wordt om ATP te vormen
• Bij zeer intensieve inspanningen raakt CP-voorraad uitgeput
• Aanmaak van nieuwe CP gebeurt dmv energie die vrijkomt bij splitsing van ATP (recuperatie)
= fosfaatsysteem
= anaeroob, alactisch systeem (geen O2, zonder verzuring)
• levert onmiddellijk energie
• korte duur
E gaan gebruiken om ATP op te bouwen
= 2 tandwielen die met elkaar verbonden zijn
10-12sec mogelijkheid tot volhouden!!
Voorraad relatief beperkt en kortdurende inspanningen
Korte afstanden, trappen, 60m sprint => KORTE DUUR EN EXPLOSIEF = CP
2. Aanmaak van ATP via koolhydraten
Fosfaatsysteem: enkele seconden... en dan?
Koolhydraten (KH) uit onze voeding ondersteunen de energielevering
KH als glucose in het bloed of als glycogeen (spieren/lever)
Reservebrandstof op deze 2 plaatsen opstapelen
Glycogeen + ADP + P ATP + Pyruvaat
E die daaruit vrijmaken => gebruiken om ATP terug op te bouwen
In dit geval geen O2 beschikbaar
Pyruvaat -> gaat w omgezet in melkzuur
Vanaf deze splitsing bepaalt de aanwezigheid van zuurstof in onze spieren het verdere verloop
In alle tussenstappen => komen pakketjes E vrij om ATP terug op te bouwen
Eindproduct hier => melkzuur
Anaeroob maar lactisch => met vorming van melkzuur
Aanmaak van ATP via KH zonder zuurstof
Glycogeen + ADP + P ATP + Pyruvaat
Pyruvaat Melkzuur
= anaeroob, lactisch systeem
- Levert na enkele seconden energie
- Bij maximale inspanningen van relatief korte duur (enkele minuten)
- Bij versnellingen, intensieve spelsituaties, ...
- Zeer groot vermogen (hoeveelheid E die per sec w vrijgemaakt, kleine capaciteit (totale hoeveelheid E die via
systeem kan geleverd worden)
400m lopen, 1km tijdrijden en 100m zwemmen
3
, Wat is ‘verzuring’?
In het anaeroob lactisch systeem wordt melkzuur gevormd
Zonder O2 valt melkzuur uiteen in H+ en lactaat
Het is de opstapeling van H+ die de pH van het bloed doet dalen
Het verhoogde lactaat blijft een energiebron die opnieuw aangewend kan worden indien terug O2 beschikbaar is
Spier waar tijdens inspanning gebeurd = HARTSPIER (veel E nodig en kan deze enkel halen door
beschikbaarheid van zuurstof + lactaat als brandstof gebruiken)
Waterstofionen gaan zich afsplitsen => zorgen dat de PH waarde gaat dalen door stijging in zuurtegraad
Aanmaak van ATP via KH met zuurstof
Glycogeen + ADP + P ATP + Pyruvaat
Pyruvaat + O2 + ADP + P ATP + CO2 + H2O
= aeroob systeem (lucht, zuurstof)
- Levert pas na 50 tot 90 seconden energie
- Klein vermogen, grote capaciteit (totale hoeveelheid E die we via totale systeem kunnen vrijmaken = zeer
groot)
3. Aanmaak van ATP via vetten
Een vetcel bevat triglyceriden, opgeslagen:
In het perifeer vetweefsel
In de spiercel zelf
Vetten als brandstof gebruiken => heel uitgebreid en vele volumes E => genoeg om enkele marathons te lopen
Triglyceriden worden afgebroken tot vrije vetzuren (VVZ) door het enzym ‘hormoongevoelige lipase’
VVZ worden omgevormd tot acetyl-CoA en komen zo in de Krebs-cylus
Vetten kunnen enkel aeroob verbrand worden
Capaciteit van vetsysteem is zeer groot (ca 30 marathons)
Het rendement van 1 mol O2 is kleiner dan KH (benzine versus diesel) => meer O2 nodig om zelfde resultaat te krijgen
SPORT: uithouding
Vetten -> dieselbrandstof
KH -> Superbenzine
4