Meten en metend rekenen: grootheden en eenheden
Grootheden= eigenschappen die we willen meten
Eenheden= gebruiken we om grootheden uit te drukken
Vroeger werden voeten ,handen en armen gebruikt om iets te meten. Dit was
onvoldoende nauwkeurig dus er was nood aan een gemeenschappelijke
eenheden. Sinds 1960 is het SI-stelsel de wettelijke standaard in de Europese
Unie. De VS en het verenigd Koninkrijk gebruiken vaak nog niet SI-eenheden.
Decimale voorvoegsels:
1. Lengtematen
Lengtematen zijn tiendelige maten. Elke maateenheid is 10 keer kleiner dan zijn
eerstvolgende grotere maat en 10 keer groter dan de eerstvolgende kleinere
lengtemaat.
Didactiek: lengtematen invoeren
, 1) Begripsvorming + uitdrukkingen. Vb. langer, korter, hoger, lager, dikker,
dunner, … (kleuterklas) Laat lln lengtes meten met zelfgekozen maateenheden
ontdekken hoeveel keer maateenheid in te meten grootheid gaat zo ontdekken
nood aan standaardmaateenheden.
2) Vergelijken en ordenen. Vb. wie kan het verst springen?
3) Werken met natuurlijke maateenheden. Vb. lengte van de klas en gang
stappen.
4) Werken met standaardmaateenheden. Vb. meter introduceren via een
verhaaltje (lengte van een stok) → voorwerpen vergelijken.
5) Standaardmaat verfijnen. Vb. 1 dm = breedte hand van een volwassene.
Verband tussen kleinere en grotere maat en omgekeerd! (1 m = 10 dm, 1 dm =
1
m
10
2. Oppervlakte -en landmaten
Deze zijn honderddelig. Elke oppervlaktemaat is honderd keer kleiner dan de
eerstvolgende grotere oppervlaktemaat en honderd keer groter dan de
eerstvolgende kleinere oppervlaktemaat.
Didactiek: oppervlaktematen invoeren
1) Kwalitatief vergelijken
• Kleuterschool: eerste ervaringen, bv. grote en kleine bladeren. Bv Welk stuk
papier is groot genoeg om dit cadeautje in te pakken?
2) Meten met natuurlijke maateenheden
1ste graad: vergelijken op zicht; op elkaar leggen; knippen, scheuren en
plakken, enz.
Restjes?
Grootheden= eigenschappen die we willen meten
Eenheden= gebruiken we om grootheden uit te drukken
Vroeger werden voeten ,handen en armen gebruikt om iets te meten. Dit was
onvoldoende nauwkeurig dus er was nood aan een gemeenschappelijke
eenheden. Sinds 1960 is het SI-stelsel de wettelijke standaard in de Europese
Unie. De VS en het verenigd Koninkrijk gebruiken vaak nog niet SI-eenheden.
Decimale voorvoegsels:
1. Lengtematen
Lengtematen zijn tiendelige maten. Elke maateenheid is 10 keer kleiner dan zijn
eerstvolgende grotere maat en 10 keer groter dan de eerstvolgende kleinere
lengtemaat.
Didactiek: lengtematen invoeren
, 1) Begripsvorming + uitdrukkingen. Vb. langer, korter, hoger, lager, dikker,
dunner, … (kleuterklas) Laat lln lengtes meten met zelfgekozen maateenheden
ontdekken hoeveel keer maateenheid in te meten grootheid gaat zo ontdekken
nood aan standaardmaateenheden.
2) Vergelijken en ordenen. Vb. wie kan het verst springen?
3) Werken met natuurlijke maateenheden. Vb. lengte van de klas en gang
stappen.
4) Werken met standaardmaateenheden. Vb. meter introduceren via een
verhaaltje (lengte van een stok) → voorwerpen vergelijken.
5) Standaardmaat verfijnen. Vb. 1 dm = breedte hand van een volwassene.
Verband tussen kleinere en grotere maat en omgekeerd! (1 m = 10 dm, 1 dm =
1
m
10
2. Oppervlakte -en landmaten
Deze zijn honderddelig. Elke oppervlaktemaat is honderd keer kleiner dan de
eerstvolgende grotere oppervlaktemaat en honderd keer groter dan de
eerstvolgende kleinere oppervlaktemaat.
Didactiek: oppervlaktematen invoeren
1) Kwalitatief vergelijken
• Kleuterschool: eerste ervaringen, bv. grote en kleine bladeren. Bv Welk stuk
papier is groot genoeg om dit cadeautje in te pakken?
2) Meten met natuurlijke maateenheden
1ste graad: vergelijken op zicht; op elkaar leggen; knippen, scheuren en
plakken, enz.
Restjes?