Arthropoda
Deel van de Ecdysozoa
=geleedpotigen
Diagnose
Morfologie
o Heteronoom gesegmenteerd (= niet gelijke delen)
tagmata; kop, midden en achterlijf
o Chitineuze cuticula (dient als exoskelet)
Voordeel: hard en beschermt tegen uitdroging, chemische inwerkingen en veel
weersomstandigheden
Nadeel: vervelling (ook bij Nematoda)
o Coeloom is gereduceerd: beperkt tot excretieorganen en voortplantingsstelsel
(gonaden + afvoergangen)
o Hemocoel: lichaamsholte gevuld met bloed
Fysiologie
o Bloedvatenstelsel: open, in verbinding met hemocoel
Circuleert vrij tussen weefsels en organen
Hart = dorsaal bloedvat dat contractiel is
o Zenuwstelsel: enkele ganglia /segment
Kopganglion = hersenen, dorsaal van oesophagus gelegen
Centrale zenuwstelsel: ganglia op ventrale zenuw
Zeer uitgebreid: ingewikkeld gedrag
o Spijsverteringsstelsel: volledig (mond, darm, anus)
o Ademhalingsstelsel: door de huid, of door gespecialiseerde organen (boeklongen,
kieuwen, trachea)
Boeklongen: teken, mijten en spinnen
Snelle zuurstofaanvoer (hoger metabolisme en dus betere overleving)
o Excretiestelsel: zorgt voor osmoregulatie, doorheen huid of buizen van Malpighi
o Spieren: dorso-ventraal of overlangs (geen circulaire)
Grote beweeglijkheid
Voortbeweging:
o Gelede aanhangsels /segment
Voortplanting
o Gescheiden geslachten met dimorfisme
o Inwendige bevruchting
o Soms parthenogenese
o Gonopore en receptaculum seminales
Ontwikkeling
o Verschillende larvenstadia
Vervelling en soms metamorfose
Habitat
o Crustacea: aquatisch
Andere: landelijk
Ubiquist
, Door de cuticula, gelede aanhangsels, vleugels, en de efficiënte ademhaling hebben ze
een groot aanpassings- en resistentievermogen
= succesvolle groep in overleving en enorm veel soorten
Interacties mens
o Voedsel concurrent
o Voedselbron
o Parasiteren
o Ziektekiemen overbrengen
o Materiaal beschadigen
Klassering
Phylum Arthropoda
Subphylum Chelicerata Crustacea Insecta Myriapoda
Classis Metostomat Arachni / Aptergygota Pterygota Paur Sym Diplopo Chilop
a da opo phyl da oda
da a
Subclassis / / / Exopter Endop /
ygota terygo
ta
Subphylum Chelicerata
o Cheliceren = grijpklauwen
o Geen antennen of vleugels of mond-kauworganen
o Classis Arachnida:
=spinachtigen
Terrestrisch
Ordines: Opiliones (hooiwagens), Araneida (spinnen), Acari (mijten en teken-
en Scorpionida (scorpioenen)
Subphylum Curstacea
o =schaaldieren
o Aquatisch (buiten de pissenbedden = Isopoden)
o 2 paar antennen
o Mandubila (kauwende monddelen onderkaak)
o Kieuwen
o Zeer vormrijk veel verschillende ordines
Suphylum Insecta
o Land bewonend
o Trachea
o 1 paar antennen
o 2 paar vleugels
o 3 paar looppoten ( subphylum hexapoda = zespotigen)
Deel van de Ecdysozoa
=geleedpotigen
Diagnose
Morfologie
o Heteronoom gesegmenteerd (= niet gelijke delen)
tagmata; kop, midden en achterlijf
o Chitineuze cuticula (dient als exoskelet)
Voordeel: hard en beschermt tegen uitdroging, chemische inwerkingen en veel
weersomstandigheden
Nadeel: vervelling (ook bij Nematoda)
o Coeloom is gereduceerd: beperkt tot excretieorganen en voortplantingsstelsel
(gonaden + afvoergangen)
o Hemocoel: lichaamsholte gevuld met bloed
Fysiologie
o Bloedvatenstelsel: open, in verbinding met hemocoel
Circuleert vrij tussen weefsels en organen
Hart = dorsaal bloedvat dat contractiel is
o Zenuwstelsel: enkele ganglia /segment
Kopganglion = hersenen, dorsaal van oesophagus gelegen
Centrale zenuwstelsel: ganglia op ventrale zenuw
Zeer uitgebreid: ingewikkeld gedrag
o Spijsverteringsstelsel: volledig (mond, darm, anus)
o Ademhalingsstelsel: door de huid, of door gespecialiseerde organen (boeklongen,
kieuwen, trachea)
Boeklongen: teken, mijten en spinnen
Snelle zuurstofaanvoer (hoger metabolisme en dus betere overleving)
o Excretiestelsel: zorgt voor osmoregulatie, doorheen huid of buizen van Malpighi
o Spieren: dorso-ventraal of overlangs (geen circulaire)
Grote beweeglijkheid
Voortbeweging:
o Gelede aanhangsels /segment
Voortplanting
o Gescheiden geslachten met dimorfisme
o Inwendige bevruchting
o Soms parthenogenese
o Gonopore en receptaculum seminales
Ontwikkeling
o Verschillende larvenstadia
Vervelling en soms metamorfose
Habitat
o Crustacea: aquatisch
Andere: landelijk
Ubiquist
, Door de cuticula, gelede aanhangsels, vleugels, en de efficiënte ademhaling hebben ze
een groot aanpassings- en resistentievermogen
= succesvolle groep in overleving en enorm veel soorten
Interacties mens
o Voedsel concurrent
o Voedselbron
o Parasiteren
o Ziektekiemen overbrengen
o Materiaal beschadigen
Klassering
Phylum Arthropoda
Subphylum Chelicerata Crustacea Insecta Myriapoda
Classis Metostomat Arachni / Aptergygota Pterygota Paur Sym Diplopo Chilop
a da opo phyl da oda
da a
Subclassis / / / Exopter Endop /
ygota terygo
ta
Subphylum Chelicerata
o Cheliceren = grijpklauwen
o Geen antennen of vleugels of mond-kauworganen
o Classis Arachnida:
=spinachtigen
Terrestrisch
Ordines: Opiliones (hooiwagens), Araneida (spinnen), Acari (mijten en teken-
en Scorpionida (scorpioenen)
Subphylum Curstacea
o =schaaldieren
o Aquatisch (buiten de pissenbedden = Isopoden)
o 2 paar antennen
o Mandubila (kauwende monddelen onderkaak)
o Kieuwen
o Zeer vormrijk veel verschillende ordines
Suphylum Insecta
o Land bewonend
o Trachea
o 1 paar antennen
o 2 paar vleugels
o 3 paar looppoten ( subphylum hexapoda = zespotigen)