1
Samenvatting: Anatomie van de
Zenuwen:
Autonome zenuwstelsel:
• Stimuleert en controleert lichaamsdelen die onttrokken zijn aan de bewuste controle
o Niet alleen reflexmatig, maar ook onder invloed van
hogere centra
▪ Hypothalamus
• Verklaart plotselinge emotie gaat
gepaard met hartversnelling…
• Stimuleert 3 types van weefsel:
o Hartspier
o Meeste klieren
o Gladde spieren
• Ingedeeld in 3 delen:
o Orthosympatisch
o Parasympatisch
o Enterisch (zie neuroanatomie)
Ortho- en parasympatisch:
• Bezenuwen dezelfde organen en structuren, op enkele
uitzonderingen na
• Beide stelsels hebben een antagonistische werking op elkaar
o OS; hartslag stimuleren
o PS; hartslag vertragen
• Beide zijn constant actief en dient dus een evenwicht te
bereiken
o Evenwicht kan verbroken worden door verhoging of verlaging van stimulatie
Uitzonderingen van OS en PS:
• Enkel orthosympatisch:
o Lichaamsarteriën
o Zweetklieren
o Bloedvaten van neuromucosa en zwellichamen wel door OS en PS
• Enkel parasympatisch:
o Spierwand van uterus
Anatomie van de Zenuwen
, 2
Gevoeligheid van diepe organen:
• Uitgesproken pijngevoeligheid
o Geïnnerveerd door spinale of craniale zenuwen of viscerosensibele
o Dura, hart, trommelvlies, slijmvlies middenoor
• Minder scherp omschreven gevoeligheid
o Geïnnerveerd door viscerosensibele vezels die meelopen met autonome
zenuwplexussen
o Holle organen, uterus, darm, urineblaas
• Organen zonder innervatie:
• Hersenen, borstklier, leverparenchym, borstklier
Orthosympatisch zenuwstelsel:
• Meest gestimuleerd bij stresstoestanden (fysiek als psychologisch)
• Bestaat uit 2-neuronenbanen:
o Korte preganglionaire neuronen zijn gelegen in de cornu laterale van de medulla
spinalis
▪ Alleen in de segmenten C8-L2
▪ Axonen zijn gemyeleniseerd
▪ Eindigen via ramus communicans albus in de truncus sympathicus
• Bestaande uit ganglia en bundels axonen
o Lange postganglionaire neuronen
▪ Hebben geen myeline rond de axonen
Anatomie van de Zenuwen
, 3
Truncus sympathicus:
• Cervicaal deel:
o Oorspronkelijke 8 elementen zijn gefuseerd tot:
▪ Ganglion cervicale superior (C1-C4)
▪ Ganglion cervicale mediale (C5-C6)
▪ Ganglion cervicale inferior (C7-C8)
o Preganglionaire vezels bestemd voor het hoofd stijgen tot ganglion cervicale
superior
▪ Postganglionair zal verder lopen rond bloedvaten om hoofd en hals te
bereiken (plexus caroticus)
• Regio T1-T4:
o OS-vezels bestemd voor doorbloeding hart en longen dringen naar ganglion
cervicale inferior en mediale
▪ Hier synaps vormen met postganglionaire vezels om zo verder te lopen naar
long en hart
• Regio T5-T12:
o OS bezenuwing van de buikholte
▪ Vormen geen synaps in de truncus, maar verlopen verder in verschillende
zenuwen
• Ze eindigen in prevertebrale ganglia
o Ganglion mesentericum superius, ganglion coeliacum en
ganglion renale
▪ Vervolgens vormen ze een fijn plexus naar de verschillende abdominale
organen
• Ook vezels van de n. X komen hier toe
• Regio T8-T11:
o Preganglionaire axonen lopen rechtstreeks naar de bijnieren
• Regio L1-L3:
o Preganglionaire vezels van de pelvische organen
o Dalen verder af in de truncus zonder synaps te vormen
▪ Vormen synaps in ganglion mesentericum inferius
o Trekken verder langs plexus hypogastricus superior en plexus pelvicus naar de
doelorganen
• Regio L3-L6:
o Niets zal het ruggenmerg verlaten (noch OS, noch PS)
Parasympatisch zenuwstelsel:
• Meest actief bij ontspannende of rustende houding
• Bestaat uit 2 neuronenbanen:
o Lange pre- en korte postganglionaire banen
• Preganglionaire cellichamen zijn gelegen in de hersenstam en in de grijze stof van het
ruggenmerg ter hoogte van S2-S4
Craniale parasympathicus:
• Cellichamen zijn gebundeld in verschillende specifieke nuclei
o Axonen voegen zich bij n. III, VII, IX en X
Anatomie van de Zenuwen
, 4
▪ Zie verder
• Lange preganglionaire vezels maken synaps met korte postganglionaire vezels naar het
doelorgaan
o Ganglia zijn dus gelegen in de buurt van structuur die bezenuwd moet worden
Nuclei van Edingher-Westphal:
• Dorsaal van de nuclei van de n. III, ter hoogte van de colliculi superiores van mesencefalon
• Preganglionaire vezels zullen zich voegen bij de motorische vezels van de n. III
o Ze zullen eindigen in het ganglion ciliaris
▪ Verderlopen via de nervi ciliaris breves naar m. ciliaris en m. spincter in de
oogbol
Preganglionaire vezels van de n. facialis:
• Vezels gelegen in de nucleus salivatorius superior
o Axonen lopen verder met n. VII, splitsen af als nervus petrosus maior
▪ Vormen synaps in ganglion pterygopalatinum
• Gaan naar klieren in verhemelte, neusslijmvlies, keelholte en
traanklier
o Via chorda tympanica kan het ook naar ganglion submandibulare (via n. lingualis)
▪ Vervolgens naar glandula sublingualis en submandibulare
Preganglionaire vezels van de n. glossopharyngeus:
• Vezels liggen in de nucleus salivatorius inferior
o Lopen via de n. tympanicus, via n. petrosus minor naar ganglion oticum
▪ Postganglionaire vezels lopen naar glandula parotidea via n. VII en VIII
• Ook naar kliertjes aan tongbasis en achterzijde mondholte
Preganglionaire vezels van de n. vagus:
• Bezenuwen hart, longen, alle abdominale organen (behalve colon descendens, rectum,
nieren en geslachtsorganen)
• Preganglionaire neuronen zijn gegroepeerd in nucleus dorsalis vagi
o Eindigen pas in ganglia gelegen in de wand van voormelde organen
Sacraal parasympathisch systeem:
• Bezenuwen colon descendens, sigmoïd, rectum en de urogenitale organen
• Preganglionaire vezels liggen in grijze stof van beenmergsegmenten S2-S4
o Verlaten beenmerg via ramix ventrales
▪ Splitsen af naar nervi erigentes
• Gaan naar:
o Rami cardiaci (hart)
o Rami bronchiales (bronchi en longen)
o Truncus vagalis anterior en posterior (doorboort diafragma en geeft tal van
vertakkingen in buikholte)
▪ Vervoegen zich met de OS plexus rondom de aorta abdominalis
Anatomie van de Zenuwen
Samenvatting: Anatomie van de
Zenuwen:
Autonome zenuwstelsel:
• Stimuleert en controleert lichaamsdelen die onttrokken zijn aan de bewuste controle
o Niet alleen reflexmatig, maar ook onder invloed van
hogere centra
▪ Hypothalamus
• Verklaart plotselinge emotie gaat
gepaard met hartversnelling…
• Stimuleert 3 types van weefsel:
o Hartspier
o Meeste klieren
o Gladde spieren
• Ingedeeld in 3 delen:
o Orthosympatisch
o Parasympatisch
o Enterisch (zie neuroanatomie)
Ortho- en parasympatisch:
• Bezenuwen dezelfde organen en structuren, op enkele
uitzonderingen na
• Beide stelsels hebben een antagonistische werking op elkaar
o OS; hartslag stimuleren
o PS; hartslag vertragen
• Beide zijn constant actief en dient dus een evenwicht te
bereiken
o Evenwicht kan verbroken worden door verhoging of verlaging van stimulatie
Uitzonderingen van OS en PS:
• Enkel orthosympatisch:
o Lichaamsarteriën
o Zweetklieren
o Bloedvaten van neuromucosa en zwellichamen wel door OS en PS
• Enkel parasympatisch:
o Spierwand van uterus
Anatomie van de Zenuwen
, 2
Gevoeligheid van diepe organen:
• Uitgesproken pijngevoeligheid
o Geïnnerveerd door spinale of craniale zenuwen of viscerosensibele
o Dura, hart, trommelvlies, slijmvlies middenoor
• Minder scherp omschreven gevoeligheid
o Geïnnerveerd door viscerosensibele vezels die meelopen met autonome
zenuwplexussen
o Holle organen, uterus, darm, urineblaas
• Organen zonder innervatie:
• Hersenen, borstklier, leverparenchym, borstklier
Orthosympatisch zenuwstelsel:
• Meest gestimuleerd bij stresstoestanden (fysiek als psychologisch)
• Bestaat uit 2-neuronenbanen:
o Korte preganglionaire neuronen zijn gelegen in de cornu laterale van de medulla
spinalis
▪ Alleen in de segmenten C8-L2
▪ Axonen zijn gemyeleniseerd
▪ Eindigen via ramus communicans albus in de truncus sympathicus
• Bestaande uit ganglia en bundels axonen
o Lange postganglionaire neuronen
▪ Hebben geen myeline rond de axonen
Anatomie van de Zenuwen
, 3
Truncus sympathicus:
• Cervicaal deel:
o Oorspronkelijke 8 elementen zijn gefuseerd tot:
▪ Ganglion cervicale superior (C1-C4)
▪ Ganglion cervicale mediale (C5-C6)
▪ Ganglion cervicale inferior (C7-C8)
o Preganglionaire vezels bestemd voor het hoofd stijgen tot ganglion cervicale
superior
▪ Postganglionair zal verder lopen rond bloedvaten om hoofd en hals te
bereiken (plexus caroticus)
• Regio T1-T4:
o OS-vezels bestemd voor doorbloeding hart en longen dringen naar ganglion
cervicale inferior en mediale
▪ Hier synaps vormen met postganglionaire vezels om zo verder te lopen naar
long en hart
• Regio T5-T12:
o OS bezenuwing van de buikholte
▪ Vormen geen synaps in de truncus, maar verlopen verder in verschillende
zenuwen
• Ze eindigen in prevertebrale ganglia
o Ganglion mesentericum superius, ganglion coeliacum en
ganglion renale
▪ Vervolgens vormen ze een fijn plexus naar de verschillende abdominale
organen
• Ook vezels van de n. X komen hier toe
• Regio T8-T11:
o Preganglionaire axonen lopen rechtstreeks naar de bijnieren
• Regio L1-L3:
o Preganglionaire vezels van de pelvische organen
o Dalen verder af in de truncus zonder synaps te vormen
▪ Vormen synaps in ganglion mesentericum inferius
o Trekken verder langs plexus hypogastricus superior en plexus pelvicus naar de
doelorganen
• Regio L3-L6:
o Niets zal het ruggenmerg verlaten (noch OS, noch PS)
Parasympatisch zenuwstelsel:
• Meest actief bij ontspannende of rustende houding
• Bestaat uit 2 neuronenbanen:
o Lange pre- en korte postganglionaire banen
• Preganglionaire cellichamen zijn gelegen in de hersenstam en in de grijze stof van het
ruggenmerg ter hoogte van S2-S4
Craniale parasympathicus:
• Cellichamen zijn gebundeld in verschillende specifieke nuclei
o Axonen voegen zich bij n. III, VII, IX en X
Anatomie van de Zenuwen
, 4
▪ Zie verder
• Lange preganglionaire vezels maken synaps met korte postganglionaire vezels naar het
doelorgaan
o Ganglia zijn dus gelegen in de buurt van structuur die bezenuwd moet worden
Nuclei van Edingher-Westphal:
• Dorsaal van de nuclei van de n. III, ter hoogte van de colliculi superiores van mesencefalon
• Preganglionaire vezels zullen zich voegen bij de motorische vezels van de n. III
o Ze zullen eindigen in het ganglion ciliaris
▪ Verderlopen via de nervi ciliaris breves naar m. ciliaris en m. spincter in de
oogbol
Preganglionaire vezels van de n. facialis:
• Vezels gelegen in de nucleus salivatorius superior
o Axonen lopen verder met n. VII, splitsen af als nervus petrosus maior
▪ Vormen synaps in ganglion pterygopalatinum
• Gaan naar klieren in verhemelte, neusslijmvlies, keelholte en
traanklier
o Via chorda tympanica kan het ook naar ganglion submandibulare (via n. lingualis)
▪ Vervolgens naar glandula sublingualis en submandibulare
Preganglionaire vezels van de n. glossopharyngeus:
• Vezels liggen in de nucleus salivatorius inferior
o Lopen via de n. tympanicus, via n. petrosus minor naar ganglion oticum
▪ Postganglionaire vezels lopen naar glandula parotidea via n. VII en VIII
• Ook naar kliertjes aan tongbasis en achterzijde mondholte
Preganglionaire vezels van de n. vagus:
• Bezenuwen hart, longen, alle abdominale organen (behalve colon descendens, rectum,
nieren en geslachtsorganen)
• Preganglionaire neuronen zijn gegroepeerd in nucleus dorsalis vagi
o Eindigen pas in ganglia gelegen in de wand van voormelde organen
Sacraal parasympathisch systeem:
• Bezenuwen colon descendens, sigmoïd, rectum en de urogenitale organen
• Preganglionaire vezels liggen in grijze stof van beenmergsegmenten S2-S4
o Verlaten beenmerg via ramix ventrales
▪ Splitsen af naar nervi erigentes
• Gaan naar:
o Rami cardiaci (hart)
o Rami bronchiales (bronchi en longen)
o Truncus vagalis anterior en posterior (doorboort diafragma en geeft tal van
vertakkingen in buikholte)
▪ Vervoegen zich met de OS plexus rondom de aorta abdominalis
Anatomie van de Zenuwen