3de jaar Biotechnologie 2021 – 2022
1
,INHOUDSOPGAVE
Examenvragen Eiwittechnologie Januari ____________________________ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Welke AZ spelen een rol bij de lading van een eiwit bij een bepaalde pH? Leg uit a.d.h.v. scheidkundige
reacties _______________________________________________________________________________ 5
Door welke behandelingen kan een eiwitstructuur verloren gaan? _________________________________ 6
Bespreek de verschillende componenten in een eiwit extractie vloeistof en leg kort de functie uit van de
component ____________________________________________________________________________ 6
Wat is de meest gebruikte methode voor dosering van eiwitten? Leg uit ____________________________ 7
Leg uit: Vivaspin technologie ______________________________________________________________ 7
Wat verstaat men onder ontzouten van eiwitten? ______________________________________________ 8
Wat wordt verstaan onder geldichtheid? _____________________________________________________ 8
Situeer volgende begrippen: _______________________________________________________________ 8
Hoe ontstaat crosslinking in een PAA – gel? ___________________________________________________ 9
Geef de 2 belangrijkste eiwitkleuringsmethoden van PAA – gels ___________________________________ 9
Teken de klassieke IEF en hoe ontstaat een pH gradiënt _________________________________________ 9
Klassieke IEF _________________________________________________________________________ 9
Gegeven: figuur 2D – gel ___________________________________________________________________ 12
Wat is dit? Geef de verschillende stappen om een dergelijk resultaat te bekomen ___________________ 12
Wat zijn proteomics en hoe kan men ze bestuderen? __________________________________________ 13
Leg het verschil uit tussen: stapsgewijze, gradiënt en isocratische elutie ___________________________ 13
Ionenuitwisselingschromatografie _________________________________________________________ 13
2
,BELANGRIJKSTE EXAMENVRAGEN JANUARI
1) Welke aminozuren spelen een rol bij de lading van een eiwit bij een bepaalde pH? Leg uit a.d.h.v.
scheikundige reacties
2) Kleurstofbindende (Coomassie) methode → Zie praktijk
3) Wat zijn de eigenschappen van aminozuur F, W en Y (September)
4) Wat verstaat men onder uitzouten
5) Teken een Klassieke IEF (isoëlektrofocussing) opstelling. Hoe ontstaat de pH – gradiënt
6) Gegeven 2D – gel. Wat is het en geef de verschillende stappen om tot een dergelijk resultaat te komen
(Altijd in januari)
7) Wat zijn proteomics en hoe te bestuderen?
8) Leg uit wat is: Stapsgewijze – gradiënt en isocratische elutie
9) Ionenuitwisselingschromatografie – Altijd op het examen
10) Wat is RP – HPLC. Leg voldoende uit en geef een toepassing van deze techniek (Altijd examen)
11) Wat is HPLC. Leg voldoende uit en geef een toepassing van deze techniek (Altijd examen)
12) Bespreek de Tryptic – digest
13) Wat is Imidazol en waarvoor gebruikt?
14) Wat is NTA – agarose? Wat is het nut? Wat is een HIS – tag (Altijd Januari – uitleggen, plasmide)
15) Wat is metaal – chelaatchromatografie? Wat is IMAC (Altijd januari)
16) Hoe kan een poly – histidine eiwit opgezuiverd worden
17) HIC – praktijk uitleggen
18) pKa zure en basische aminozuren uitleggen
19) Bespreek de CDI (Carbodiimide) activatie
20) Waarvoor wordt proteïne A sepharose gebruikt?
21) Lectine affiniteitschromatografie uitleggen
22) Waarvoor dient de aureum serum proteïne kit? (Al eens gevraagd in januari)
3
, 23) Waarvoor dient poly – U sepharose (Belangrijk)
24) (Bespreek GST – tag) niet zeker of dit op het examen komt
25) Trypsinogeen altijd examen in Januari
26) Wat is SEC (Gelfiltratie)
27) Bespreek MW – bepaling door GPC
28) Wat is EBA en geef een voorbeeld van een EBA – support
29) Wat is gesulfoneerd polystyreen en waarvoor gebruikt (Januari)
30) Bespreek 2 manieren van scheiding van aminozuren na hydrolyse van een eiwit
31) Hoe kan een N – terminus aminozuur van een eiwit bepaald worden?
32) Wat is een pepscan (Veel gevraagd)
33) Hoe kunnen peptiden worden gesynthetiseerd (Belangrijk)
34) Te kennen: Trypsine – Chymotrypsine – Thrombine – FactorXa (IEGR) – Clostripain – Zure proteasen
35) Wat is het belang van thrombine en factorXa in overexpressie bij eiwitten. Leg uit
36) Bespreek de trypsine EMA – resin
37) Bespreek MALDI – TOF (Altijd gevraagd in Januari)
38) Bespreek massaspectrometrie (Altijd gevraagd in Januari)
39) Wat verstaat men onder Tandem MS (Aug of sept)
40) Leg uit hoe de MALDI Biotyper bacteriën kan identificeren
4