Samenvatting: Gebitsontwikkeling
Orthodontie VS Gelaatsorthopedie:
• Orthodontie:
o Gebitselementen binnen de kaken verplaatsen
• Gelaatsorthopedie:
o Groeipotentie van het gelaat benutten en beïnvloeden
o Ingrijpen op skelet en musculatuur
Melkgebit:
• 20 gebitselementen
• Per tandboog:
o 4 snijtanden
o 2 hoektanden
o 4 melkmolaren
Definitief gebit:
• 32 gebitselementen:
• Per tandboog:
o 4 snijtanden
▪ Bestaande uit (van boven naar onder):
• Snijrand
• Kroon
• Wortel
• Wortelpunt apex
o 2 hoektanden
o 4 premolaren
o 6 molaren
▪ Bestaande uit (van boven naar onder):
• Occlusaal vlak
• Kroon (met knobbels)
• Wortel (meerdere)
• Wortelpunt apex (meerdere)
Interproximaal vlak:
• Mesiaal:
o Zijde gericht naar het middenvlak van de tandboog
• Distaal:
o Zijde weg van het middenvlak van de tandboog
1 Dylan De Neve
Gebitsontwikkeling
,Occlusaal zicht:
• Van boven af bekeken:
• Anterieur:
o Tanden die meer naar voor liggen in de mond
• Posterieur:
o Tanden die meer naar achter liggen in de mond
• Mesiaal en distaal gelden ook
• Buccaal:
o Kant van de kaak (‘buitenkant’)
• Palataal/linguaal:
o Kant van het verhemelte of de tong, respectievelijk boven- en onder kaak
(‘binnenkant’)
Sagittaal zicht:
• Lateraal zicht
• Beoordelen hoe de tanden in elkaar passen
o In goede omstandigheden:
▪ Knobbel van ene tand past tussen 2 andere tanden langs de andere kant
• Craniaal:
o Meer naar boven toe
• Caudaal:
o Meer naar onder toe
• Posterieur en anterieur gelden hier ook
Frontale zicht:
• Beoordelen hoe de verticale positie is van de snijtanden
o Kijken of er diastemen(spleetjes) zijn, overcrowding
• Craniaal, caudaal, anterieur en posterieur gelden hier
Ontwikkelingsfases:
• Gebitsontwikkeling voor de geboorte
• Melkgebit
o Ontwikkelt prenataal, trauma kan dus gevolgen hebben op kleur
• Eerste wisselfase
• Intertransitionele fase
• Tweede wisselfase
• Definitief gebit
Gebitsontwikkeling voor de geboorte:
• 6de week post-conceptie:
o Tandlijst met lokale verdikkingen
• de
12 week post-conceptie:
o Macroscopische zichtbare tandvorming
o Fusie van de processie
• 16de week post-conceptie:
o Initiële calcificatie
2 Dylan De Neve
Gebitsontwikkeling
, Volgorde calcificatie:
• Centrale snijtand
• 1ste melkmolaar
• Laterale snijtand
• Hoektanden
• 2de melkmolaar
Calcificatie van de melkmolaar:
• Calcificatie per knobbel (morfodifferentiatie), deze komen na verloop
van tijd samen (coalescentie)
o Eerst de mesiobuccale knobbel
• Wanneer deze samen komen
o Vorm van het occlusaal vlak is bepaald (vaste vorm)
o Niet gemineraliseerde stukken kunnen groter worden
▪ Gebeurt door glazuurafzetting aan de periferie
Calcificatie van de snijtand:
• Mineralisatie begint bij de 3 punten ongeveer tegelijk
o Middelste eerst
Pasgeborene:
• Hoofd en romp relatief het grootst
o Door hersenen en vitale organen respectievelijk
• Neurocranium (hersenen) zijn al 90% volgroeid op 6-jarige leeftijd
• Splanchocranium (aangezicht) zal met de leeftijd toenemen
• Onderkaak is dus nog zeer klein
o Bevat een kleine riggel in het midden (symphysis)
▪ Deze groeinaad zal de onderkaak verbreden
▪ Verbeent op 6 maand na de geboorte en dus niet meer groeien
Aanleg melktanden:
• Kronen van de melktanden:
o Bij geboorte zijn ze allemaal geheel of gedeeltelijk gemineraliseerd
o Ze worden onmiddellijk aangelegd op uiteindelijke grootte
• Kaken worden breder door botvorming in de mediane regio’s
3 Dylan De Neve
Gebitsontwikkeling
Orthodontie VS Gelaatsorthopedie:
• Orthodontie:
o Gebitselementen binnen de kaken verplaatsen
• Gelaatsorthopedie:
o Groeipotentie van het gelaat benutten en beïnvloeden
o Ingrijpen op skelet en musculatuur
Melkgebit:
• 20 gebitselementen
• Per tandboog:
o 4 snijtanden
o 2 hoektanden
o 4 melkmolaren
Definitief gebit:
• 32 gebitselementen:
• Per tandboog:
o 4 snijtanden
▪ Bestaande uit (van boven naar onder):
• Snijrand
• Kroon
• Wortel
• Wortelpunt apex
o 2 hoektanden
o 4 premolaren
o 6 molaren
▪ Bestaande uit (van boven naar onder):
• Occlusaal vlak
• Kroon (met knobbels)
• Wortel (meerdere)
• Wortelpunt apex (meerdere)
Interproximaal vlak:
• Mesiaal:
o Zijde gericht naar het middenvlak van de tandboog
• Distaal:
o Zijde weg van het middenvlak van de tandboog
1 Dylan De Neve
Gebitsontwikkeling
,Occlusaal zicht:
• Van boven af bekeken:
• Anterieur:
o Tanden die meer naar voor liggen in de mond
• Posterieur:
o Tanden die meer naar achter liggen in de mond
• Mesiaal en distaal gelden ook
• Buccaal:
o Kant van de kaak (‘buitenkant’)
• Palataal/linguaal:
o Kant van het verhemelte of de tong, respectievelijk boven- en onder kaak
(‘binnenkant’)
Sagittaal zicht:
• Lateraal zicht
• Beoordelen hoe de tanden in elkaar passen
o In goede omstandigheden:
▪ Knobbel van ene tand past tussen 2 andere tanden langs de andere kant
• Craniaal:
o Meer naar boven toe
• Caudaal:
o Meer naar onder toe
• Posterieur en anterieur gelden hier ook
Frontale zicht:
• Beoordelen hoe de verticale positie is van de snijtanden
o Kijken of er diastemen(spleetjes) zijn, overcrowding
• Craniaal, caudaal, anterieur en posterieur gelden hier
Ontwikkelingsfases:
• Gebitsontwikkeling voor de geboorte
• Melkgebit
o Ontwikkelt prenataal, trauma kan dus gevolgen hebben op kleur
• Eerste wisselfase
• Intertransitionele fase
• Tweede wisselfase
• Definitief gebit
Gebitsontwikkeling voor de geboorte:
• 6de week post-conceptie:
o Tandlijst met lokale verdikkingen
• de
12 week post-conceptie:
o Macroscopische zichtbare tandvorming
o Fusie van de processie
• 16de week post-conceptie:
o Initiële calcificatie
2 Dylan De Neve
Gebitsontwikkeling
, Volgorde calcificatie:
• Centrale snijtand
• 1ste melkmolaar
• Laterale snijtand
• Hoektanden
• 2de melkmolaar
Calcificatie van de melkmolaar:
• Calcificatie per knobbel (morfodifferentiatie), deze komen na verloop
van tijd samen (coalescentie)
o Eerst de mesiobuccale knobbel
• Wanneer deze samen komen
o Vorm van het occlusaal vlak is bepaald (vaste vorm)
o Niet gemineraliseerde stukken kunnen groter worden
▪ Gebeurt door glazuurafzetting aan de periferie
Calcificatie van de snijtand:
• Mineralisatie begint bij de 3 punten ongeveer tegelijk
o Middelste eerst
Pasgeborene:
• Hoofd en romp relatief het grootst
o Door hersenen en vitale organen respectievelijk
• Neurocranium (hersenen) zijn al 90% volgroeid op 6-jarige leeftijd
• Splanchocranium (aangezicht) zal met de leeftijd toenemen
• Onderkaak is dus nog zeer klein
o Bevat een kleine riggel in het midden (symphysis)
▪ Deze groeinaad zal de onderkaak verbreden
▪ Verbeent op 6 maand na de geboorte en dus niet meer groeien
Aanleg melktanden:
• Kronen van de melktanden:
o Bij geboorte zijn ze allemaal geheel of gedeeltelijk gemineraliseerd
o Ze worden onmiddellijk aangelegd op uiteindelijke grootte
• Kaken worden breder door botvorming in de mediane regio’s
3 Dylan De Neve
Gebitsontwikkeling