POSITIONELE VERTIGO
(BPPV)
a.Inleiding
- Duizeligheid/vertigo
o Zeer veel voorkomende klacht (1/10 bij huisarts of neuroloog)
o Aspecifieke klacht
o Definiëring
Duizeligheid = algemene term voor een gevoel van desoriëntatie
Vertigo = illusie dat er beweging plaatsvindt van de persoon of van de
omgeving (vaak rotatoir van aard) ‘spinning sensation’
o Verschillende vormen/oorzaken vertigo
Vestibulaire oorsprong
Draaiduizeligheid
Perifeer/centraal
(BPPV is probleem in perifeer vestibulair apparaat)
- BPPV = werkelijke vertigo
↕
- Vestibulaire groep = schijnbare vertigo
o Hypofunctie vestibulaire apparaat
o Klagen na dat acute functie gepasseerd is van
ijlhoofdigheid, instabiliteit, dronken gevoel,
problemen bij het stappen…
- Prevalentie BPPV: vnl bij 65+’ers & vrouwen
- BPPV sterke repercussie op activiteiten en
participatie niveau P ze worden rap duizelig dus
minderen activiteiten om duizeligheid niet uit te
lokken.
- Persoonlijke factoren voor BPPV
o Perfectionistisch
o Stressgevoelige personen
b.Anatomie/fysiologie
- 3 belangrijke input kanalen om evenwicht te sturen
o Visueel systeem (ruimtelijke omgeving)
o Vestibulair systeem (diep in ons oor)
o Proprioceptief systeem (nek, OL, romp…)
3 systemen staan in connectie met elkaar en beïnvloeden elkaar
- Informatie wordt getransporteerd via:
1
, o RM (via vestibulospinale banen naar de spieren)
o Hersenstam (hier spelen vestibulaire nuclei een belangrijke rol om info te integreren
en verder uit te sturen)
o Cerebellum (kleine hersenen, belangrijke inhibitor van prikkels die binnen komen)
o Cortex (oriënteert ons tov de ruimte)
- Perifeer vestibulair orgaan = het evenwichtsorgaan
Bestaat globaal uit twee delen:
o 3 halfcirkelvormige kanalen:
Horizontaal kanaal
Posterieur kanaal
Anterieur kanaal
o 2 otolietorganen:
Utriculus
Sacculus
Hieruit vertrekt de N.
vestibulocochlearis (de gehoor- en
evenwichtszenuw, N. VIII) =
verantwoordelijk voor de overdracht van
geluid en evenwichtsinformatie van het
binnenoor naar de hersenstam
(vestibulaire nuclei), cortex & cerebellum
(ex!!) Connectie naar kernen die oogspieren innerveren N. oculomotorius (N. III), N.
trochlearis (N. IV) en N. abducens (N. VI)
b.1. Otolietorganen
- Werking
o Zijn gevuld met vloeistof en zintuigcellen (bakercellen?)
o Op de zintuigcellen liggen trilhaartjes met kleine oorsteentjes (kristallen)
o De zintuigcellen nemen drukveranderingen van deze steentjes waar (als we met ons
hoofd bewegen, bewegen de trilhaartjes mee) afbuiging zorgt voor een elektrisch
signaal (AP) die via de N. vestibularis verstuurd wordt
- Functie
o Hoofdbewegingen: registratie van lineaire versnellingen (bv. in een lift of een auto)
2