Gezondheidspsychologie
1. Gedrag en gezondheid
1.1 Inleiding
Gezondheidspsychologie
- = samenhang tussen gezondheid en ziekte enerzijds
- = de psychosociale determinanten van een al dan niet gezonde levensstijl
- Relatie tussen gezondheid en gedrag centraal
§ Psychologische, sociale en leefstijlfactoren op het ontstaan van ziektes een grote rol
Psychosomatiek
- = medisch onverklaarde klachten
- Ziektebeelden die zich vooral lichamelijk manifesteren m! L,ichamelijke oorzaak te vinden
- Lichaam en geest zijn onlosmakelijk verbonden en hebben continu invloed op mekaar
- Enkel lichamelijke behandeling niet altijd voldoende zijn
Waarom is de theorie belangrijk voor gezondheidsbevordering en gezondheidszorggedrag?
- Om mensen te helpen:
§ Hun gezondheid te behouden en verbeteren
§ Ziekterisico’s te verminderen
§ Bij het beheer van een chronische ziekte
Kwantificeren van grote gezondheidsrisico’s
- Gezondheidsrisico’s verminderen
- Risicofactoren bekijken van armoede
- Gezondheidsrisico’s veroorzaken dood en morbiditeit
1.2 Risico’s voor gezondheid en sociaal-economische status
- Mensen in armoede
§ Meer gezondheidsrisico’s?
§ Verschil in gebruik van gezondheidsvoorzieningen, loon, stress …
- Socio-economische klasse en gezondheid
§ SES weegt het zwaarst door voor mannen
§ De levensverwachting op leeftijd van 65 j: 12-18jr erbij
1
, § Sterke stijging doorheen de jaren. 1972 vs 2005
§ Lagere SES klasse (grijs) VS hoogste SES klasse (zwart): groot verschil in life
expectancy
- Meten van socio-economische status
§ Inkomsten: continu en grote spreiding; gevoelig punt
§ Beroep: verscheidene classificatiesystemen; niet stabiel over tijd; culturele
verschillen
§ Opleiding: gemakkelijk
§ Eigendom: huis, auto, tuin
§ Karakteristieken van buurten: % werklozen in een regio
- Lagere socio-economische categorieën hebben een slechtere gezondheid dan hoge
§ Altijd bestaan
§ Overal
§ Vanaf de geboorte
§ Alle indicatoren van gezondheid en ziekte
1.2.1 gezondheidsenquête 2001
- 12.111 personen via gestructureerd interview in België
- 61% deelname
- Vijf thema’s:
§ Gezondheidstoestand
§ Leefstijl
§ Preventie
§ Medische consumptie
§ Gezondheid en samenleving
- SES= hoogste opleidingsniveau van referentiepersoon of partner, en toegekend aan alle
leden van het huishouden
GEZONDHEIDSTOESTAND
- Relatief laag opleidingsniveau
§ Eerder niet tevreden te zijn over de eigen gezondheid
§ Scoren slechter op het gebied van de chronische aandoeningen
§ Hoge bloeddruk en hardnekkig ruglijden vaker
§ Zwakkere score zwoel langdurige als kortdurende beperkingen
§ Scoren relatief slechter op het gebied van de mentale gezondheid
§ Minder sociale contacten en beperkter sociaal netwerk
§ De inhoud en de kwaliteit sociale relaties is minder goed
- Duidelijk verband tussen de gezondheid van individuen en het opleidingsniveau
LEEFSTIJL
- Hogere opleidingsniveau
§ Meer lichaamsbeweging in vrije tijd
o Rekening houden met lichaamsbeweging in het kader van andere activiteiten
o Neiging om zich om te keren: het gemiddeld energieverbruik daalt met de
opleiding
§ Aantal alcoholgebruikers hoger!
§ Aantal cannabis gebruikers hoger!
2
, - Lager geschoolden
§ Minder goede voedingsgewoonten (onregelmatig voedingspatroon, relatief lage
consumptie van fruit, melkproducten en vis, …)
§ Vaker zwaarlijvig (BMI van 30 of meer)
§ Meer rokers
§ Minder vaak een veiligheidsgordel
§ Minder op de hoogte van de toegelaten alcohollimiet voor het besturen van een
voertuig
PREVENTIE
- Hogere opleiding
§ Vaker gevaccineerd tegen tetanus en hepatitis B
- Geen socio-economische verschillen
§ Vaccinatiegraad voor griep
§ Vroegtijdige opsporing van een hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte en
diabetes.
- Lagere opleidingsklasse
§ Minder vaak vroegtijdige opsporing borstkanker en baarmoederhalskanker
- De sociale ongelijkheid op het vlak van preventieve gezondheidszorg = niet eenduidig
§ Betreft vaccinatie en kankerscreening scoren lager opgeleiden duidelijk slechter
MEDISCHE COMSUMPTIE
- Lagere opleiding
§ Raadplegen de huisarts meer
§ Gemiddeld aantal opnames in ziekenhuis + gemiddelde opnameduur: hoger
§ Hoger gebruik van voorgeschreven geneesmiddelen
§ Verklaring: lager opgeleiden vaker slechtere gezondheid
- Hogere opleiding
§ Consulteren meer een specialist en een tandarts
§ Deze verschillen kunnen niet verklaard worden op basis van gezondheidsverschillen
§ Hoger gebruik van niet voorgeschreven geneesmiddelen
§ Iets minder tevreden over verleende zorg van huisarts en specialist
§ Vaker beroep op niet-conventionele geneeswijzen
- Geen verschillen
§ Contacten met de dienst spoedgevallen
GEZONDHEID EN OMGEVING
- België
§ 20% van huishouden: last van omgevingsfactoren in de buurt van de woonplaats
(geurhinder, vuilnis, vochtigheid, schimmels en lawaaihinder)
§ 11% van huishoudens: omgeving van hun woning lawaaierig is
o 75% geirriteerd of gehinderd te worden door lawaai
o 58%: lawaai negatieve invloed heeft op hun slaap
3
, o 16% door lawaai communicatieproblemen
o 16% van de huishoudens die geconfronteerd worden met geluidshinder,
gebruikt minstens één van de gezinsleden als gevolg daarvan
geneesmiddelen
- Brussels gewest
§ 32% van de huishoudens ondervindt last van omgevingsfactoren: hoger ligt dan in
andere stedelijke gebieden, semi-stedelijke gebieden of landelijke gebieden
1.3 Ziekte en verwondingen dankzij risicofactoren
Risicofactoren:
- Kinder- en zwangerschapsondervoeding
- Ondergewicht
- Jodiumdeficiëntie
- Ijzerdeficiëntie
- Vitamine A deficiëntie
- Zink deficiëntie
- Te weinig borstvoeding
Kinder- en zwangerschapsondervoeding
- Mensen in ontwikkelingslanden
- Vooral vrouwen en kinderen: ondervoeding
- Nl. tekort aan proteïne en energie
- à deficiënties in micronutriënten zoals lood, vitamine A en zink
- Een andere belangrijke risicofactor hierbij is het gebrek aan borstvoeding
Ondergewicht
- = gevolg van inadequate voeding en frequentie infectie
§ Leidt tot deficiënties in calorieën, proteïne, vitaminen en mineralen
§ Ernstig probleem in ontwikkelingslanden
o Armoede een sterke onderliggende determinant is
o Armoede geeft aanleiding tot voeding onzekerheid binnen het huishouden,
slechte kinderzorg, ongezonde omgeving, zwangerschap ondervoeding en
slechte gezondheidszorg
- Kinderen met ondergewicht
§ Risico op dood door infectie als diarree en longontsteking
§ Infectieziekten: meer frequent en ernstiger bij ondervoede kinderen
§ Ondervoeding: verantwoordelijk voor 50-70% van ziektes als diarree, mazelen,
malaria en ademhalingsziektes
§ Ondervoeding in de eerste 3 jaar: kan leiden tot LT-ontwikkelingsproblemen
- Volwassenen met ondergewicht
§ Problemen met de zwangerschap
§ Verminderde werkcapaciteit
4
1. Gedrag en gezondheid
1.1 Inleiding
Gezondheidspsychologie
- = samenhang tussen gezondheid en ziekte enerzijds
- = de psychosociale determinanten van een al dan niet gezonde levensstijl
- Relatie tussen gezondheid en gedrag centraal
§ Psychologische, sociale en leefstijlfactoren op het ontstaan van ziektes een grote rol
Psychosomatiek
- = medisch onverklaarde klachten
- Ziektebeelden die zich vooral lichamelijk manifesteren m! L,ichamelijke oorzaak te vinden
- Lichaam en geest zijn onlosmakelijk verbonden en hebben continu invloed op mekaar
- Enkel lichamelijke behandeling niet altijd voldoende zijn
Waarom is de theorie belangrijk voor gezondheidsbevordering en gezondheidszorggedrag?
- Om mensen te helpen:
§ Hun gezondheid te behouden en verbeteren
§ Ziekterisico’s te verminderen
§ Bij het beheer van een chronische ziekte
Kwantificeren van grote gezondheidsrisico’s
- Gezondheidsrisico’s verminderen
- Risicofactoren bekijken van armoede
- Gezondheidsrisico’s veroorzaken dood en morbiditeit
1.2 Risico’s voor gezondheid en sociaal-economische status
- Mensen in armoede
§ Meer gezondheidsrisico’s?
§ Verschil in gebruik van gezondheidsvoorzieningen, loon, stress …
- Socio-economische klasse en gezondheid
§ SES weegt het zwaarst door voor mannen
§ De levensverwachting op leeftijd van 65 j: 12-18jr erbij
1
, § Sterke stijging doorheen de jaren. 1972 vs 2005
§ Lagere SES klasse (grijs) VS hoogste SES klasse (zwart): groot verschil in life
expectancy
- Meten van socio-economische status
§ Inkomsten: continu en grote spreiding; gevoelig punt
§ Beroep: verscheidene classificatiesystemen; niet stabiel over tijd; culturele
verschillen
§ Opleiding: gemakkelijk
§ Eigendom: huis, auto, tuin
§ Karakteristieken van buurten: % werklozen in een regio
- Lagere socio-economische categorieën hebben een slechtere gezondheid dan hoge
§ Altijd bestaan
§ Overal
§ Vanaf de geboorte
§ Alle indicatoren van gezondheid en ziekte
1.2.1 gezondheidsenquête 2001
- 12.111 personen via gestructureerd interview in België
- 61% deelname
- Vijf thema’s:
§ Gezondheidstoestand
§ Leefstijl
§ Preventie
§ Medische consumptie
§ Gezondheid en samenleving
- SES= hoogste opleidingsniveau van referentiepersoon of partner, en toegekend aan alle
leden van het huishouden
GEZONDHEIDSTOESTAND
- Relatief laag opleidingsniveau
§ Eerder niet tevreden te zijn over de eigen gezondheid
§ Scoren slechter op het gebied van de chronische aandoeningen
§ Hoge bloeddruk en hardnekkig ruglijden vaker
§ Zwakkere score zwoel langdurige als kortdurende beperkingen
§ Scoren relatief slechter op het gebied van de mentale gezondheid
§ Minder sociale contacten en beperkter sociaal netwerk
§ De inhoud en de kwaliteit sociale relaties is minder goed
- Duidelijk verband tussen de gezondheid van individuen en het opleidingsniveau
LEEFSTIJL
- Hogere opleidingsniveau
§ Meer lichaamsbeweging in vrije tijd
o Rekening houden met lichaamsbeweging in het kader van andere activiteiten
o Neiging om zich om te keren: het gemiddeld energieverbruik daalt met de
opleiding
§ Aantal alcoholgebruikers hoger!
§ Aantal cannabis gebruikers hoger!
2
, - Lager geschoolden
§ Minder goede voedingsgewoonten (onregelmatig voedingspatroon, relatief lage
consumptie van fruit, melkproducten en vis, …)
§ Vaker zwaarlijvig (BMI van 30 of meer)
§ Meer rokers
§ Minder vaak een veiligheidsgordel
§ Minder op de hoogte van de toegelaten alcohollimiet voor het besturen van een
voertuig
PREVENTIE
- Hogere opleiding
§ Vaker gevaccineerd tegen tetanus en hepatitis B
- Geen socio-economische verschillen
§ Vaccinatiegraad voor griep
§ Vroegtijdige opsporing van een hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte en
diabetes.
- Lagere opleidingsklasse
§ Minder vaak vroegtijdige opsporing borstkanker en baarmoederhalskanker
- De sociale ongelijkheid op het vlak van preventieve gezondheidszorg = niet eenduidig
§ Betreft vaccinatie en kankerscreening scoren lager opgeleiden duidelijk slechter
MEDISCHE COMSUMPTIE
- Lagere opleiding
§ Raadplegen de huisarts meer
§ Gemiddeld aantal opnames in ziekenhuis + gemiddelde opnameduur: hoger
§ Hoger gebruik van voorgeschreven geneesmiddelen
§ Verklaring: lager opgeleiden vaker slechtere gezondheid
- Hogere opleiding
§ Consulteren meer een specialist en een tandarts
§ Deze verschillen kunnen niet verklaard worden op basis van gezondheidsverschillen
§ Hoger gebruik van niet voorgeschreven geneesmiddelen
§ Iets minder tevreden over verleende zorg van huisarts en specialist
§ Vaker beroep op niet-conventionele geneeswijzen
- Geen verschillen
§ Contacten met de dienst spoedgevallen
GEZONDHEID EN OMGEVING
- België
§ 20% van huishouden: last van omgevingsfactoren in de buurt van de woonplaats
(geurhinder, vuilnis, vochtigheid, schimmels en lawaaihinder)
§ 11% van huishoudens: omgeving van hun woning lawaaierig is
o 75% geirriteerd of gehinderd te worden door lawaai
o 58%: lawaai negatieve invloed heeft op hun slaap
3
, o 16% door lawaai communicatieproblemen
o 16% van de huishoudens die geconfronteerd worden met geluidshinder,
gebruikt minstens één van de gezinsleden als gevolg daarvan
geneesmiddelen
- Brussels gewest
§ 32% van de huishoudens ondervindt last van omgevingsfactoren: hoger ligt dan in
andere stedelijke gebieden, semi-stedelijke gebieden of landelijke gebieden
1.3 Ziekte en verwondingen dankzij risicofactoren
Risicofactoren:
- Kinder- en zwangerschapsondervoeding
- Ondergewicht
- Jodiumdeficiëntie
- Ijzerdeficiëntie
- Vitamine A deficiëntie
- Zink deficiëntie
- Te weinig borstvoeding
Kinder- en zwangerschapsondervoeding
- Mensen in ontwikkelingslanden
- Vooral vrouwen en kinderen: ondervoeding
- Nl. tekort aan proteïne en energie
- à deficiënties in micronutriënten zoals lood, vitamine A en zink
- Een andere belangrijke risicofactor hierbij is het gebrek aan borstvoeding
Ondergewicht
- = gevolg van inadequate voeding en frequentie infectie
§ Leidt tot deficiënties in calorieën, proteïne, vitaminen en mineralen
§ Ernstig probleem in ontwikkelingslanden
o Armoede een sterke onderliggende determinant is
o Armoede geeft aanleiding tot voeding onzekerheid binnen het huishouden,
slechte kinderzorg, ongezonde omgeving, zwangerschap ondervoeding en
slechte gezondheidszorg
- Kinderen met ondergewicht
§ Risico op dood door infectie als diarree en longontsteking
§ Infectieziekten: meer frequent en ernstiger bij ondervoede kinderen
§ Ondervoeding: verantwoordelijk voor 50-70% van ziektes als diarree, mazelen,
malaria en ademhalingsziektes
§ Ondervoeding in de eerste 3 jaar: kan leiden tot LT-ontwikkelingsproblemen
- Volwassenen met ondergewicht
§ Problemen met de zwangerschap
§ Verminderde werkcapaciteit
4