100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Anatomie, fysiologie en pathologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
13
Geüpload op
22-11-2021
Geschreven in
2019/2020

Samenvatting leerdoelen AFP - Leerpakket 1, Leerjaar 1

Instelling
Vak









Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
22 november 2021
Aantal pagina's
13
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

AFP
De student beschrijft de bouw en functie van de cel en het
celmembraan.
Een cel is gevuld met cytoplasma, dat bestaat uit water waarin onder
meer eiwitten, koolhydraten, vetten en zouten zijn opgelost. Ook bevat
het structuren die elk gespecialiseerd zijn in het uitoefenen van een
bepaalde functie. Dit worden organellen genoemd. het cytoplasma en de
meeste organellen worden omgeven door een dun vliesje, de
celmembraan. De celmembraan speelt een belangrijke rol bij
stofwisselingsactiviteiten. Hij schermt de intracellulaire ruimte af van het
extracellulaire ruimte en zorgt ervoor dat er geen stoffen uitlekken of er
ongewenste stoffen doordringen. De celmembraan bestaat uit een
dubbele laag fosfolipiden, met daartussen cholesterolmoleculen. De
fosfolipiden zorgen ervoor dat het celmembraan vloeibaar en
waterafstotend is. De cholesterolmoleculen zorgen verstevigen het
celmembraan en houden de fosfolipiden bij elkaar. Eiwitmoleculen die
uitsteken aan weerskanten worden membraanporiën genoemd. Ze dienen
voor het transport van stoffen voor en naar het cytoplasma. Dit is dus het
receptoreiwit. Aan de buitenkant van de celmembraan zitten
koolhydraten. Zij hechten zich aan de eiwitten en vetten in de membraan.
Dit noem je een glycocalix, deze heeft voor elke type cel een
kenmerkende structuur en bepaalt de herkenbaarheid van de cel voor
andere cellen in de omgeving.

De student omschrijft hoe katabole en anabole reacties verlopen.
Bij anabole reacties worden kleine moleculen samengevoegd tot grotere.
Deze reactie kost energie. Dit soort reacties worden ook wel assimilatie
genoemd. Katabole reacties zijn omzettingen waarbij grotere moleculen
afgebroken worden tot kleinere moleculen. Bij deze reacties komt energie
vrij. Daarom worden dit soort reacties ook wel dissimilatie genoemd.

De student beschrijft hoe bij dissimilatie vrijgekomen energie
wordt opgeslagen in ATP.
Bij verbranding komt voortdurend energie vrij. Dit wordt eerst opgeslagen
doordat er in de cel energierijke bindingen worden gevormd. Dit is ADP.
Zodra de energie door de verbranding vrijkomt, kan er nog een energiecel
aan worden toegevoegd, dan wordt het ATP. ADP + P + energie  ATP.

De student benoemt in de werking en eigenschappen van
enzymen.
Enzymen zijn reactieversnellers. Eiwitten, door het lichaam zelf gemaakt,
reactie specifiek, temperatuur specifiek, zuurgraad specifiek, worden zelf
niet verbruikt of veranderd, hebben vaak een co-enzym nodig.

De student omschrijft de belangrijkste transportmechanismen
waarmee stoffen in en uit de cel worden gebracht.
Transport van stoffen in en uit de cel gebeurd door middel van passief of
actief transport. Diffusie en osmose zijn vormen van passief transport.
Hierbij worden gassen, water en/of opgeloste stoffen getransporteerd.

, Vormen van actief transport zijn: enzymatische pomp en
blaasjestransport. Het actieve transport kost de cel energie.

De student beschrijft de algemene bouw en functies van de
verschillende weefsels en verdeelt deze in de vier hoofdgroepen.
Vier hoofdgroepen: dekweefsel (epitheel), steunweefsel, spierweefsel en
zenuwweefsel. Dekweefsel bestaat uit cellen die een aaneengesloten laag
vormen, zonder tussencelstof. Epitheelcellen slijten snel af en worden
continu vervangen. Dekweefsel heeft 3 verschillende functies;
bescherming, transport, secretie/afscheiding. Steunweefsel is een
verzamelnaam voor weefsels die een verbindende, steunende of
verzorgende functie hebben. Het geeft steun aan het lichaam, beschermt
de organen en bepaalt hun vorm en onderlinge beweeglijkheid. Het
bestaat uit gespecialiseerde cellen die omgeven zijn door kenmerkende
tussencelstof; de matrix. Spierweefsel is opgebouwd uit lange, prikkelbare
cellen die het vermogen hebben om samen te trekken. De functie van
spierweefsel is beweging. Zenuwweefsel is heel prikkelbaar voor kleine
signalen, impulsen en stuurt deze door naar andere delen van het lichaam.
Het bestaat uit neuronen en neuroglia.

De student beschrijft binnen elk van de vier hoofdgroepen de
belangrijkste weefsels met hun specifieke bouw en functie.
Dekweefsel  eenlagig epitheel bestaat uit één rij epitheelcellen. Het
eenlagig epitheel word in 4 typen ingedeeld: eenlagig plaveiselepitheel,
kubisch epitheel, cilindrisch epitheel en trilhaarepitheel. Eenlagig
plaveiselepitheel bestaat uit platte cellen. De cellen van kubisch epitheel
zijn even hoog als breed. De cellen van cilindrisch epitheel zijn relatief
hoog en bevatten zeer veel organellen. Trilhaarepitheel bestaat uit hoge
cellen die aan de kant van de holte bedekt zijn met trilharen. Meerlagig
epitheel is opgebouwd uit enkele tot vele lagen epitheelcellen. Er zijn 3
typen meerlagig epitheel: verhoornend plaveiselepitheel, niet-
verhoornend epitheel en overgangsepitheel. De dieper gelegen cellen van
verhoornend plaveiselepitheel zijn kubisch. De cellen worden steeds
platter naarmate ze aan het oppervlakte komen. Ze verhoornen, waardoor
ze doodgaan. Zo ontstaat er een buitenste laag die ondoordringbaar is
voor water en bescherming biedt tegen gevaren van buitenaf. Niet-
verhoornend plaveiselepitheel heeft dezelfde bouw als verhoornend
plaveiselepitheel, maar er treed geen verhoorning op. Overgangsepitheel
bestaat uit enkele lagen kubische of bolvormige cellen die van vorm
kunnen veranderen zonder dat ze beschadigen. De belangrijkste functie
hiervan is elasticiteit. Klierepitheel heeft een secretiefunctie. Op grond van
de plaats waar de klieren hun product afgeven, worden klieren verdeeld in
exocriene en endocriene klieren. Exocriene klieren hebben een afvoerbuis
en geven hun product aan het externe milieu af. Endocriene klieren
hebben geen afvoerbuis en geven hun product rechtstreeks aan het bloed.
Steunweefsel  bindweefsel bestaat uit losliggende cellen, omgeven door
bindweefselmatrix. We onderscheiden 5 soorten bindweefsels: straf
bindweefsel, elastisch bindweefsel, losmazig bindweefsel, vetweefsel en
reticulair bindweefsel. Straf bindweefsel heeft een mechanische functie:
het opvangen van trekkrachten. Losmazig bindweefsel is vervormbaar en
€6,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
indydortmans

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
indydortmans Avans Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
23
Laatst verkocht
3 jaar geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen