100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting parasitologie (De Pauw)

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
83
Geüpload op
21-11-2021
Geschreven in
2021/2022

Deze samenvatting bevat 83 pagina's en omvat de lessen, de powerpoint en de cursus van mevrouw De Pauw. Samen met virologie en mycologie behaalde ik in eerste zit 14/20.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
21 november 2021
Aantal pagina's
83
Geschreven in
2021/2022
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

PARASITOLOGIE
1. INLEIDING

INHOUD

• Inleiding en labdiagnostiek parasitologie
• Protozoa
o Sporozoa
o Rhizopoda
o Flagellata
• Metazoa
o Helminthes (vermes)
▪ Trematoda
▪ Cestoda
▪ Nematoda
o Arthropoda

DEFINITIES

Parasiet

Parasiet = dierlijk of plantaardig organisme dat zich voedt ten koste van een ander organisme (GH)
en waarop het een schadelijke werking uitoefent. (aglen zijn parasieten die plantaardige organismen
kunnen aantasten). We kunnen pathogene bacteriën, pathogene fungi en pathogene virussen als
parasieten beschouwen.

Parasitisme = associatie tussen 2 verschillende organismen, een parasiet en een GH. De parasiet is
metabolisch afhankelijk van zijn GH en dit brengt met zich mee dat er een onderlinge uitwisseling is
van substanties. De afhankelijkheid van de parasiet tot zijn GH is het gevolg van een verlies van
genetische informatie aan de zijde van de parasiet.

Een parasiet is een organisme dat voor het volbrengen van zijn natuurlijke levenscyclus tijdelijk of
permanent moet leven in of op een ander levend organisme (GH), waaraan het voedsel onttrekt)

Afmetingen

• Prokaryoten: bacteriën: 0,2-10µm
• Eukaryoten: gisten, Protozoa: 7 tot 10-100 µm (eencelling)
• Virussen: 40-80 nm
• Meercellige parasieten
o Sommige wormen enkele meters lang




1

, • Protozoa = eencellige eukaryoten
o Rhizopoda = amoeben met pseudopodiën (schijnvoetjes voor de voortbeweging of
om voedsel op te nemen)
o Flagellata = bezitten een flagel/zweepdraad
o Sporozoa = niet beweeglijk
o Ciliata = organismen met trilharen in een stadium
• Metazoa = meercellige eukaryoten
o Helminthes = wormen
▪ Platwormen = hermafrodiet = 2-slachtig
• Trematoda = zuigwormen = leverbotten = bevatten zuignappen
• Cestoida = lintwormen
▪ Rondwormen = gescheiden geslacht
• Nematoda
o Arthropoda = geleedpotigen
▪ Arachnida = spinachtigen: teken en mijten
▪ Hexapoda = 6-potigen: vlooien, luizen, vliegen, muggen en wantsen

TAXONOMIE

• Dierenrijk:
o Predatoren
o Herbivoren
o Omnivoren
o Parasieten
o Phylum
• Klasse
o Orde
▪ Familie
• Genus
o Specie




2

,BELANG

Parasieten zijn verantwoordelijk voor infectieziekten: vooral in tropische landen (vochtig klimaat) <->
importinfectie. De infectieziekten in de tropen hebben een invloed op de volksgezondheid en de
economische ontwikkeling. Malaria, Tryponosama, amoeben die hevige dysenterie veroorzaken,
typische worminfecties

Parasieten zijn beperkter inheems, wel importinfecties. Toxoplasma, Gardia, trichomonas, aarsmade,
hoofdluis.

Het is belangrijk om kennis te hebben over de levenscyclus zodat we inzicht krijgen in transmissie,
diagnose en behandeling. Er zijn 2 soorten cyclussen:

• Rechtstreeks = 1 GH, parasiet wordt uitgewisseld tussen die GH-soort
• Onrechtstreeks = meerdere GH komen te pas bij die cyclus

Bij de tussen-GH grijpt de ongeslachtelijke voortplanting plaats. Bij de eind-GH grijpt de geslachtelijke
voortplanting plaats.

Accidenteel parasitisme = parasiet die zijn normale route niet volgt en terecht komt bij een GH, waar
hij zelden wordt aangetroffen, alhoewel er goede overlevingskansen zijn. meestal komt dat doordat
de ontmoetingskansen tussen parasiet en desbetreffende GH gering zijn.

Homoxene parasiet = heeft maar 1 GH

Heteroxene parasiet = heeft wel een tussen-GH

Monoxene parasiet = stadium wordt slechts in één GH-soort aangetroffen

Polyxene parasiet = stadium kan in verschillende GH-soorten worden aangetroffen

Vector = insect dat een parasiet overbrengt van de ene mens naar de andere mens

Sommige parasieten zijn zowel monoxeen als heteroxeen. Sommige parasieten zijn zowel polyxeen
als heteroxeen

Premunitie = bepaalde bevolkingsgroepen zijn niet vatbaar voor bepaalde parasitaire infecties door
het feit dat die continue in contact kmen met de parasiet: ziekte is endemische aanwezig → lokale
bevolking is bestand tegen de infectieziekte. (immuniteit kan wel verdwenen zijn als men daar een
tijd niet is geweest). <-> absolute immuniteit = na vaccinatie




3

, 2 LABODIAGNOSTIEK VAN PARASITAIRE INFECTIES

Vaststellen van een parasitaire infectie

• Meestal geen karakteristieke symptomen
• Routine lab-onderzoek:
o Hoge eosinofilie: worminfectie in de weefsels?
• Geografische anamnese
• Specifiek gericht lab-onderzoek:
o Bloed, urine, faeces, beenmerg

FAECES-ONDERZOEK

= coprologisch onderzoek

• Opsporen van parasieten die langs de darm van het lichaam verlaten
• Zoeken naar vegatatieve stadia (trofozoïeten), cysten, wormen, wormeieren

Er wordt gebruik gemaakt van een steriel, lekvrij faecespotje. Het is van belang dat er geen
contaminatie is met urine of water. Dit zou ervoor zorgen dat het faeces uitverdund wordt waardoor
het parasitair stadium moeilijker terug te vinden is.

Staalafname

• Faecesstaal: zo snel mogelijk naar lab
o Vloeibare stoelgang: binnen de 30min (vegetatieve vorm van protozoa aantonen:
trofozoïet Stadia → fragiel stadium dat snel degradeert)
o Halfgevormde stoelgang: binnen 1uur
o Normale stoelgang: dezelfde dag
• Indien niet mogelijk:
o Stoelgang koel bewaren → commensalen kunnen dan niet goed groeien
o Bewaarmiddel/fixeermiddel toevoegen om degeneratie van de parasieten tegen te
gaan, zonder de vorm te wijzigen. Het fixeermiddel zorgt ervoor dat het trofozoïet
stadium niet degradeert en intact blijft zodanig dat we later dit stadium kunnen
aantonen tijdens het onderzoek. Nadien kunnen we dat stadium ook nog kleuren in
een uitstrijkje
• Staalafname soms herhalen:
o De uitscheiding van parasieten verloopt soms intermittent/niet constant
o Meestal 3 stalen met een interval van 2-3 dagen

Macroscopisch onderzoek

• Consistentie van de stoelgang:
o Vast: cystestadium van een parasiet → vrij sterk, dikke wand
o Vloeibaar: trofozoïet stadium dat zeer fragiel is en snel degradeerd
o Andere/overal: eitjes en larve afkomstig van wormen/helminthes
o Bloed en of slijm aanwezig



4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fbt2018 Hogeschool Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
96
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
49
Documenten
2
Laatst verkocht
1 week geleden

4,3

12 beoordelingen

5
6
4
4
3
1
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen