100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting instrumentele analyse (prof Van Schepdael)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
12
Geüpload op
10-11-2021
Geschreven in
2020/2021

In dit document vind je een beknopte, maar volledige samenvatting van de cursus instrumentele analyse die gegeven wordt in het eerste semester van de tweede fase Farmaceutische wetenschappen door prof. A. Van Schepdael.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
10 november 2021
Aantal pagina's
12
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Methoden in het biofarmaceutisch onderzoek: instrumentele analyse (5SP)
H1: BASISBEGRIPPEN I.V.M. SCHEIDINGSTECHNIEKEN
- ontdekker chromatografie: Michael Tswett
- verschillende vormen: vloeistof/gas, zuil/planair, analytisch/preparatief en kwalitatief/kwantitatief
- retentie = weerhouden worden van stoffen door stat. fase, retentietijd (tR) = tijd die stof nodig heeft om detector te bereiken
- verdelingscoëfficiënt: K = Cs/Cm (als K groot -> migratiesnelheid klein)
- t0 = dood volume
- symmetrie factor: S = 0,05W/2d (W = piekbreedte) --> S < 1: staartvorming // S = 1: symmetrisch // S > 1: fronting
1,18(𝑡𝑅𝐵 − 𝑡𝑅𝐴 )
- resolutie: Rs = = maat voor scheiding tussen twee verbindingen --> Rs > 1,5: basislijnscheiding
0,5𝑊𝐴 + 0,5𝑊𝐵
𝑘′𝐵 tR −t0
- scheidingsfactor/selectiviteit: 𝛼 = [met k ′ = = vertraging] = verschil aan retentiegedrag tussen twee verbindingen
𝑘′𝐴 t0
𝑡𝑅 2
- efficiëntie -> theoretisch schotelgetal: 𝑁𝑡ℎ = 5,54 ( )
0,5𝑊
- HETP = L/N (height equivalent to a theoretical plate)
B
- Deemter vergelijking: H = A + u̅ + Cu̅
[H: HETP -> best zo klein mogelijk
A: Eddy diffusie -> constante, afhankelijk van partikeldiameter en vulling,
B: longitudinale diffusie -> afhankelijk van u̅,
C: weerstand tegen massatransport (uitwisseling)
en u̅: lineaire gassnelheid]
1 𝛼−1 𝑘′
- resolutievergelijking: 𝑅𝑠 = [ ][ ] √𝑁𝑡ℎ
4 𝛼 1+𝑘 ′
(zie figuren p. 13!!)

H2: GASCHROMATOGRAFIE
(schema gaschromatograaf zie p. 15)
GLC (gas-liquid): vloeibare stationaire fase <-> GSC (gas-solid): vaste stationaire fase
2.1 DRAAGGAS
- keuze bepaald door: chemische eigenschappen (Moet inert zijn!), prijs en aard van detector
- vrij van zuurstof -> oxidatie vermijden en van water -> hydrolyse vermijden
- veel gebruikt: Helium, Waterstof, Stikstof en Argon
2.2 INJECTOR
1. directe injector: (1-10μl) verdampt monster (50°C warmer dan kolom) -> monster meegesleurd door draaggas
2. splitinjector: (cap.) verdampt monster -> deel monster verloren door splitopening, rest meegesleurd door draaggas
3. splitless injecie: splitopening initieel dicht en kolom koud -> openen/verwarmen: solvent weggeblazen (toep. sporenanalyse)
4. on-column injectie: (cap.) kleine hoeveelheid vloeistof rechtstreeks op kolom aangebracht
5. statische headspace injectie: monster met oplosmiddel in flesje in verwarm waterbad -> evenwichtsinstelling -> deel
gasvormige ‘headspace’ geïnjecteerd in chromatograaf (toep. onderzoek residuele solventen, ethanol in bloed, afvalwater…)
*Wet van Henry: P = HX -> partiële gasdruk is evenredig aan molfractie in oplossing*
6. dynamische headspace injectie/’purge and trap analysis’: helium borrelt door flesje -> vluchtige stoffen meegesleurd op
adsorberende kolom en daar vastgelegd -> verwarmen: stoffen verder naar GC toestel (toep. grondmonster analyseren)
2.3 KOLOM (voorbeelden p. 25-26)
1. gepakte kolom: - materiaal: roestvrij staal/pyrex
- grootte: 1-3m lange spiraal, d = 0,125-6mm
- stationaire fase: partikels (d = 150-250μm) -> bv. diatomeenaarde
-> voorbehandeling: NAW, AW, AW-DMCS (silanolgroepen maskeren)
2. capillaire kolom: - materiaal: metaal of gesmolten kwarts (‘fused silica’)
- grootte: 5-100m lang patroon, d = 0,1 – 0,53mm
- stationaire fase geadsobeerd als film op binnenwand kolom
- WCOT (wall coated open tubular): vloeibare-/PLOT (porous layer open tubular): vaste stationaire fase
- stationaire fase: hoogkokende vloeistof (polymeer), lage viscositeit, inert en bedekkingsgraad 3-5%
- MAOT (max. allowable operating temperature): indien hier boven gegaan wordt kan bleeding optreden
- K = affiniteit voor stationaire fase (bep. door interacties verbinding-SF) = affiniteit voor mobiele fase (bep. door dampspanning)
- retentie maximaal indien polair + polair of apolair + apolair (voorbeelden p. 29-30)
-> selectiviteit van kolom komt overeen met polariteit
-> polaire kolommen: scheiding o.b.v. polariteit (H-bruggen)
-> apolaire kolommen: scheiding o.b.v. kookpunt
- kolomoven: isotherm -> tijdverspilling op het einde -> temperatuurprogramma (hoe hoger temperatuur, hoe sneller scheiding)
1

, 2.4 DETECTOREN (samenvatting p. 39)
(ruis: schommelingen door interferentie -> spikes: verwaarloosbare pieken, wander↗ en drift↘: sprongen in basislijn)
1. vlamionisatie detector (FID): vlam (H2 + O2) -> verbrandt alle stoffen -> ionen -> e-/stroom -> meet elektrische geleidbaarheid
-> signaal voor alle organische stoffen
2. katarometer (TCD): meet ∆Rweerstanddraad t.g.v. ∆T
3. electron capture detector (ECD): radioactieve bron ioniseert draaggas -> e- vrij -> stof vangt e- -> meet verlaging geleidbaarheid
-> signaal voor stoffen die elektronen kunnen vangen -> E.N. stoffen, bv. halogenen (meer selectief en gevoeliger)
4. vlamfotometrische detector (FPD): vlam -> licht uitgezonden -> door filters -> fotomultiplicatorbuis: licht -> stroom (gemeten)
-> specifiek voor zwavel, fosfor (en halogeenverbindingen)
5. stikstof-fosfor- (NPD)/ thermo-ionisatie detector (TID): selectieve FID o.w.v. verhitting rubidiumzout en lager debiet
6. massaspectrometer (GC-MS): ionen scheiden o.b.v. massa-ladingsverhouding (m/z)
-> meest ideale GC-detector o.w.v. hoge selectiviteit(gekoppelde techniek = hyphenation) (opstelling p. 40)
2.5 DERIVATISERING (overzicht p. 41!!!)
-> vluchtigheid, resolutie en gevoeligheid detectie nemen toe en staartvorming kan vermeden worden
-> silyleringsmiddelen: p. 42-43!!
2.6 TOEPASSINGEN (zie p. 44-50!!!)
- kwalitatieve analyse: o.b.v. (relatieve) retentietijd
- kwantitatieve analyse: zie BOT II

H3: DUNNELAAGCHROMATOGRAFIE (DLC/TLC)
Rf = (retardation-/retentie factor/) ratio to the front
3.1 ADSORPTIE ALS VERTRAGINGSMECHANISME (voor weinig of matig polaire stoffen)
- verzadigingsfenomeen: absorptieplaatsen gradueel gevuld -> bereiken plateauwaarde
- hogere temperatuur -> moleculen bewegen sneller -> minder steile curve en plateau sneller bereikt
- gekromde absorptie-isothermen: adsorptieplaatsen met lage en hoge affiniteit -> knik in curve (mog. verklaring: staartvorming)
- vereenvoudigd model TLC: adsorbens (vaste fase) (vaak silicagel) + solventmoleculen (mobiele fase) (S) + moleculen opgeloste stof (X)
εo = adsorptie-energie per opp.-eenheid voor bepaald adsorptiemateriaal -> affiniteit van S voor adsorbens
Eo = adsorptie-energie per opp.-eenheid voor bepaald adsorptiemateriaal -> affiniteit van X voor adsorbens
--> als εo << Eo dan zal er meer retentie optreden en omgekeerd als εo >> Eo dan zal er minder retentie optreden
--> de εo van een mengsel van solventen kan niet worden bepaald door optelling rekening houdend met hun verhouding
- absorbens = silicagel: kenmerken: witte stof, korrelgrootte 5-10µm en bevat silanolgroepen (licht zure eig.)
silanolgroepen: geïsoleerde- > H-gebonden- > gehydrateerde- > als siloxaan groep
--> activering door verwarmen bij: 100°C (geadsorbeerd water weg) of 400°C (water weg, maar -Si-O- i.p.v. ≡SiOH)
--> interacties: dipool-dipool, H-bruggen en zuur-base (zwak zure silanolen + basen)
- solventspecificiteit: ook interacties in mobiele fase tussen de te scheiden stoffen X en Y en solventmoleculen S
EoX < EoY: scheiding X en Y | EoX = EoY: geen scheiding X en Y | EoX = EoY + solventspecificiteit (interactie Y-S -> rententie Y↘): wel scheiding X en Y
3.2 NORMALE VERDELINGS ALS VERTRAGINGSMECHANISME
- dragermaterialen: o cellulosepoeder: natuurlijke cellulose behandeld met zuur zodat amorfe delen deels verwijderd zijn
o kiezelguhr (diatomeeënaarde): van kiezelwieren, vgl. met silicagel maar minder silanolgroepen
o silicagel: loopmiddel moet aangepast zijn zodat silanolgroepen grotendeels gemaskeerd zijn
- stationaire fasen: voor celluloseplaten -> ontmenging van loopvloeistof aan celluloselaag
voor kiezelguhr -> vooraf drenken in polaire stat. fase (bv. formamide), laten drogen en optrekken met organisch solvent
- bv. 2D TLC van aminozuren (p. 58-60): eerst horizontaal behandelen met zuur loopsysteem, nadien verticaal met basisch-
-> kleurreactie met ninhydrine: 1°AZ paars gekleurd, 2°AZ licht gekleurd en 3°AZ geen kleur
-> systeem I (zuur): effect basische polaire groep meer uitgesproken o.w.v. protonering (NH3+)
systeem II (basisch): effect zure polaire groepen meer uitgesproken o.w.v. ionisatie (COO-)
3.3 OMGEKEERDE FASE VERDELINGSCHROMATOGRAFIE (stationaire fase meer apolair dan mobiele fase!)
- silicagel/kiezelguhr als drager: stationaire fase = paraffine/undecaan
loopvloeistof = HoAc-CH3CN (voor silicaplaten) en Me2COCH3CN (voor kiezelguhr platen)
- chemisch gemodificeerde silicagel: gesilaneerde- (bv. scheiding vetzuren) en gebonden C8/C18 fase (bv. scheiding ftalaten)
3.4 APPARATUUR EN UITVOERING
1. dunnelaagplaat: a. silicagel G (met gips in calciumsulfaat binder) c. silicagel met fluorescentie-indicator (F/UV254)
b. silicagel H (zonder gips) d. HPTLC: high performance (betere kwaliteit)
2. monster aanbrengen: niet te hoge concentratie, microspuit i.g.v. kwantitatief werk, hoeveelheid afhankelijk van detectiegrens
keuze oplosmiddel: monster moet volledig oplossen, kookpunt niet te hoog en bij voorkeur apolair
diameter startvlek zo klein mogelijk en aanbrengen op 2cm van onderste rand
3. ontwikkelen van de plaat: in verzadigde/onverzadigde ontwikkelkamer
vlekken zichtbaar maken: fluorescentie (UV), absorbantie (UV), I2-dampen, verkolen, besproeien met specifiek reagens of densitometrie (p. 63)
4. berekenen van Rf: Rf = d/l (d = afstand die stof heeft afgelegd vanaf startplaats en l = afstand die solvent heeft afgelegd van start tot solventfront)

2

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
irisvl Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
67
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
39
Documenten
22
Laatst verkocht
5 dagen geleden

Ik besteed veel tijd aan het maken van samenvattingen en krijg ook vaak te horen van medestudenten dat ze heel handig zijn. Daarom heb ik besloten ze op stuvia te verkopen en er hopelijk studenten mee te kunnen helpen. Mijn samenvattingen zijn veel korter dan die van de meeste studenten, maar ze bevatten weldegelijk alle informatie die je moet kennen voor de examens! En daarbovenop zijn ze ook heel gestructureerd en duidelijk, elk document heeft ook dezelfde opmaak wat handig is als je voor meerder vakken een hulpmiddel zoekt. Alvast bedankt indien je beslist een document van mij te kopen! En laat zeker een review achter als het je geholpen heeft.

Lees meer Lees minder
5,0

8 beoordelingen

5
8
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen