MSK4:theorie: algemeen
1. Musculoskeletale revalidatie in een bio-psychosociaal denkkader
Biomedisch model = voorganger voor lange tijd
- Start vanuit principe
Disfunctioneren verklaard kan worden in termen van onderliggende afwijking van
normale functie (figA)
- Door onderliggende pathologie behandelen = herstel normale functie
Afname symptomen P(fig B)
- Rechtlijnige relatie tussen symptomen en weefselschade
Klopt niet altijd (fig C&D)
Vb: P met hoofdpijn; P met gonartrose
Laatste jaren =bio-psychosociaal model
- Pijn ≠ nociceptie
Gevolg van complexe interacties tussen biologische, psychologische en sociale factoren
- Rekening houden voor geïndividualiseerde behandelingsstrategie
1.1.Het proces van klinisch redeneren
ICF
- Framework om info uit anamnese en KO verwerken aangepast en efficiënte
behandelstrategie
Dmv klinisch redeneerproces = beeld over klacht P
- Veel factoren reva in + of – zin beïnvloeden
Nala Melis Pagina 1
, MSK4:theorie: algemeen
Behandelstrategie = individueel
- Behandelplan
- Behandeldoelen
- Rekening houden met
Klacht
Beïnvloedende factoren
Hulpvraag P
Hulpvraag
- Vanuit P
- Geeft richting aan hoofddoel
Opdelen in subdoelen
vormen voorwaarden om aan hoofddoel te voldoen
- Vaak functioneel
Hoofddoel obv niveau van activiteit en participatie
Behandeldoelen en plan ifv gehele ICF
Behandelplan
- Gelijktijdig op meerdere doelen werken mogelijk
Bepalen welke subdoelen prioritiet hebben in behandeling
Behandeldoelen = SMART geformuleerd
- Specifiek
- Meetbaar
- Acceptabel
- Realistisch
- Tijdsgebonden
Klinisch redeneren
- Doorheen reva om te evalueren en bij te sturen
- Beloop gezondheidsprobleem normaal of afwijkend
Afwijkend = opnieuw nagaan belemmerende factoren voor herstel
1.2.Belang van percepties van patiënt en therapeut
1.2.1. Percepties van patiënt
Perceptie
- Representatie van een concept
- Door veel aspecten beïnvloed
Eerdere ervaringen
Nieuwsberichten
Sociale media,..
- Geven vorm aan emotionele respons en aan gedrag
Elke P heeft bepaalde gedachten en emoties over patho
- Ziektepercepties
- Ontstaan uit ervaringen uit verleden, opgezochte info; vanuit omgeving
- P trachten dmv cognitieve processen zelf klacht te verklaren + betekenis aan geven
Obv hiervan bepaald P oe met klacht omgaan
- Cognities rond ziekte / ziektepercepties = rechtstreeks invloed op ziektegedrag
Nala Melis Pagina 2
, MSK4:theorie: algemeen
Contraproductieve percepties over klacht
- Leiden tot inadequaat omgaan met klacht
Oordeel klachten niet behandelbaar+ lang zouden duren
- Slechtere prognose na 6maanden follow-up
Veel P met chronische klachten = inadequate coping strategieën
- Vermoeden dat deze klachten in stand houden
Inventariseren ziektepercepties = stap 1
- Erna = nagaan in welke maten ze herstel bevorderend of – belemmerend zijn
Belemmering 1e prioriteit in behandelplan
Miscommunicatie voorkomen
P& T op zelfde golflengte zitten
Nagaan dmv
o Anamnese
o Vragenlijsten
o Illness perception questionaire revised
voor verschillende aandoeningen
duiding belangrijk (waarom test afnemen)
benadrukken dat fysieke klachten niet enkel door biologische of mechanische
factoren beïnvloed wordt
3 grote delen
1) Illness identity
symptomen P
En /of P deze linkt aandoening
2) Beliefs domain
reeks stellingen
aanduiden in welke mate van toepassing
verscheidende subcategorieën
Acute/ chronische tijdslijn
Denkt de P dat aandoening gaat beteren?
Cyclische tijdslijn
Denkt de P dat zijn aandoening cyclisch is/ komt en gaat?
Gevolgen
Hoe groot schat de P de gevolgen in van aandoening
Persoonlijke controle
Denkt de P dat hij zelf iets kan controleren?
Nala Melis Pagina 3
, MSK4:theorie: algemeen
Controle van behandeling
Denkt de P dat de behandeling kan helpen?
Samenhang
Begrijp P zijn aandoening
Emotionele respons
Welke emoties wekt de aandoening op bij de P
3) Oorzakelijk domein
wat zijn volgens P de meest waarschijnlijke oorzaken
- Erna opstellen behandeldoel
1.2.2. Percepties van therapeut
Keuze behandelplan = bepaald door
- Theoretisch achtergrond
- T eigen percepties
Hebben ook eigen emoties, overtuigingen en attitudes over bepaalde aandoeningen obv
kennis, socio-culturele achtergrond en eigen verleden
Attitudes of beliefs
Onderverdeling Attitudes of beliefs
- Biomedisch gericht
- Bio-psychosociaal gericht
Verschillende beliefs tussen T kunnen leiden tot verwarring en onzekerheid bij P
- Opvatting T over a-spec. LRK sterk samenhangt met opvattingen P
Kan medical shopping veroorzaken
Kan geven dat P essentie behandeling mist
1.3.Gedragsverandering binnen musculoskeletale kinesitherapie
Van herstel belemmerend herstel bevorderend
- Gedragsverandering LT
- Percepties ,beliefs en overtuigingen = 1 e aspect behandeling
P heeft behoefte aan open communicatiekanaal
- Met alle vragen terecht kan
- Met ruimte voor eigen percepties & cognities P
T dient eerst een goede relatie te hebben met P
- Erna opbouwen naar bijsturen cognities en percepties
Communicatie staat centraal
- P overtuigd zijn van aanpak therapietrouw
- P moet T vertrouwen
Bieden van vertrouwensomgeving = 2-richtngscommunicatie
Gedragsverandering = proces
- P moet zelf gedrag veranderen
- T gaat begeleiden
Gedrags-coaching onderzoek kaart aan dat
- T maakt niet duidelijk welke inzet van P verwacht wordt
- T gaat niet na of P open staat voor educatie
Essentieel werken met hulpvraag en verwachtingen P
Geen stadaart advies geven
- Educatie dient in vorm van dialoog gevoerd te worden
- Structuur, dosering, timing van gegeven info zijn niet aangepast of ontbreken
Nala Melis Pagina 4
1. Musculoskeletale revalidatie in een bio-psychosociaal denkkader
Biomedisch model = voorganger voor lange tijd
- Start vanuit principe
Disfunctioneren verklaard kan worden in termen van onderliggende afwijking van
normale functie (figA)
- Door onderliggende pathologie behandelen = herstel normale functie
Afname symptomen P(fig B)
- Rechtlijnige relatie tussen symptomen en weefselschade
Klopt niet altijd (fig C&D)
Vb: P met hoofdpijn; P met gonartrose
Laatste jaren =bio-psychosociaal model
- Pijn ≠ nociceptie
Gevolg van complexe interacties tussen biologische, psychologische en sociale factoren
- Rekening houden voor geïndividualiseerde behandelingsstrategie
1.1.Het proces van klinisch redeneren
ICF
- Framework om info uit anamnese en KO verwerken aangepast en efficiënte
behandelstrategie
Dmv klinisch redeneerproces = beeld over klacht P
- Veel factoren reva in + of – zin beïnvloeden
Nala Melis Pagina 1
, MSK4:theorie: algemeen
Behandelstrategie = individueel
- Behandelplan
- Behandeldoelen
- Rekening houden met
Klacht
Beïnvloedende factoren
Hulpvraag P
Hulpvraag
- Vanuit P
- Geeft richting aan hoofddoel
Opdelen in subdoelen
vormen voorwaarden om aan hoofddoel te voldoen
- Vaak functioneel
Hoofddoel obv niveau van activiteit en participatie
Behandeldoelen en plan ifv gehele ICF
Behandelplan
- Gelijktijdig op meerdere doelen werken mogelijk
Bepalen welke subdoelen prioritiet hebben in behandeling
Behandeldoelen = SMART geformuleerd
- Specifiek
- Meetbaar
- Acceptabel
- Realistisch
- Tijdsgebonden
Klinisch redeneren
- Doorheen reva om te evalueren en bij te sturen
- Beloop gezondheidsprobleem normaal of afwijkend
Afwijkend = opnieuw nagaan belemmerende factoren voor herstel
1.2.Belang van percepties van patiënt en therapeut
1.2.1. Percepties van patiënt
Perceptie
- Representatie van een concept
- Door veel aspecten beïnvloed
Eerdere ervaringen
Nieuwsberichten
Sociale media,..
- Geven vorm aan emotionele respons en aan gedrag
Elke P heeft bepaalde gedachten en emoties over patho
- Ziektepercepties
- Ontstaan uit ervaringen uit verleden, opgezochte info; vanuit omgeving
- P trachten dmv cognitieve processen zelf klacht te verklaren + betekenis aan geven
Obv hiervan bepaald P oe met klacht omgaan
- Cognities rond ziekte / ziektepercepties = rechtstreeks invloed op ziektegedrag
Nala Melis Pagina 2
, MSK4:theorie: algemeen
Contraproductieve percepties over klacht
- Leiden tot inadequaat omgaan met klacht
Oordeel klachten niet behandelbaar+ lang zouden duren
- Slechtere prognose na 6maanden follow-up
Veel P met chronische klachten = inadequate coping strategieën
- Vermoeden dat deze klachten in stand houden
Inventariseren ziektepercepties = stap 1
- Erna = nagaan in welke maten ze herstel bevorderend of – belemmerend zijn
Belemmering 1e prioriteit in behandelplan
Miscommunicatie voorkomen
P& T op zelfde golflengte zitten
Nagaan dmv
o Anamnese
o Vragenlijsten
o Illness perception questionaire revised
voor verschillende aandoeningen
duiding belangrijk (waarom test afnemen)
benadrukken dat fysieke klachten niet enkel door biologische of mechanische
factoren beïnvloed wordt
3 grote delen
1) Illness identity
symptomen P
En /of P deze linkt aandoening
2) Beliefs domain
reeks stellingen
aanduiden in welke mate van toepassing
verscheidende subcategorieën
Acute/ chronische tijdslijn
Denkt de P dat aandoening gaat beteren?
Cyclische tijdslijn
Denkt de P dat zijn aandoening cyclisch is/ komt en gaat?
Gevolgen
Hoe groot schat de P de gevolgen in van aandoening
Persoonlijke controle
Denkt de P dat hij zelf iets kan controleren?
Nala Melis Pagina 3
, MSK4:theorie: algemeen
Controle van behandeling
Denkt de P dat de behandeling kan helpen?
Samenhang
Begrijp P zijn aandoening
Emotionele respons
Welke emoties wekt de aandoening op bij de P
3) Oorzakelijk domein
wat zijn volgens P de meest waarschijnlijke oorzaken
- Erna opstellen behandeldoel
1.2.2. Percepties van therapeut
Keuze behandelplan = bepaald door
- Theoretisch achtergrond
- T eigen percepties
Hebben ook eigen emoties, overtuigingen en attitudes over bepaalde aandoeningen obv
kennis, socio-culturele achtergrond en eigen verleden
Attitudes of beliefs
Onderverdeling Attitudes of beliefs
- Biomedisch gericht
- Bio-psychosociaal gericht
Verschillende beliefs tussen T kunnen leiden tot verwarring en onzekerheid bij P
- Opvatting T over a-spec. LRK sterk samenhangt met opvattingen P
Kan medical shopping veroorzaken
Kan geven dat P essentie behandeling mist
1.3.Gedragsverandering binnen musculoskeletale kinesitherapie
Van herstel belemmerend herstel bevorderend
- Gedragsverandering LT
- Percepties ,beliefs en overtuigingen = 1 e aspect behandeling
P heeft behoefte aan open communicatiekanaal
- Met alle vragen terecht kan
- Met ruimte voor eigen percepties & cognities P
T dient eerst een goede relatie te hebben met P
- Erna opbouwen naar bijsturen cognities en percepties
Communicatie staat centraal
- P overtuigd zijn van aanpak therapietrouw
- P moet T vertrouwen
Bieden van vertrouwensomgeving = 2-richtngscommunicatie
Gedragsverandering = proces
- P moet zelf gedrag veranderen
- T gaat begeleiden
Gedrags-coaching onderzoek kaart aan dat
- T maakt niet duidelijk welke inzet van P verwacht wordt
- T gaat niet na of P open staat voor educatie
Essentieel werken met hulpvraag en verwachtingen P
Geen stadaart advies geven
- Educatie dient in vorm van dialoog gevoerd te worden
- Structuur, dosering, timing van gegeven info zijn niet aangepast of ontbreken
Nala Melis Pagina 4