H11 STOFWISSELING NUCLEÏNEZUREN
Nucleïnezuren verantwoordelijk voor bewaren en doorgeven van genetische informatie in alle
levende cellen
Kunnen reageren op omgevingsinvloeden en hun opgeslagen informatie vertalen in synthese
van eiwitten
2 soorten nucleïnezuren beide opgebouwd uit polymeren van nucleotiden
o Desoxyribonucleïnezuren (DNA)
Dragen van genetische informatie en blijft altijd in de kern van cel
Indien cel verdubbeld ook eerst vermenigvuldiging van DNA in cel
2 dochtercellen identiek aan elkaar en aan moedercel
o Ribonucleïnezuren (RNA)
Kopie stukje van een DNA nodig voor bijhorende eiwitsynthese in cel
Aangemaakt in kern en dan getransporteerd naar cytoplasma
Thv endoplasmatisch reticulum RNA afgelezen en bijhorend eiwit
gesynthetiseerd
Nucleotiden maken ook deel uit van belangrijkste co-enzymen (NAD, FAD, CoA)
Belangrijkste energiedrager ATP is afgeleid van nucleotide AMP
Nucleotiden worden gebruikt om biosynthetische bouwstenen te activeren
Nucleotide bestaat uit
- Heterocyclische N-base (purine of pyrimidine)
- Suiker (ribose of desoxyribose) gevormd via PPP
- Fosfaatgroep vanuit ATP
Zie tekening 1
Voor benutten nucleotiden kan cel 2 kanten kiezen
1. Recycleert nucleotiden uit oude of nutteloze nucleïnezuren (vooral RNA) = salvage synthese
2. Nieuwe nucleotiden zelf aanmaken vanuit C-skelet, N-bron, suiker en fosfaatgroep = de novo
Soms ook nucleotiden afgebroken en verwijderd uit lichaam stikstof verwijderd ovv ureum of
urinezuur
VERTERING VAN NUCLEÏNEZUREN EN OPNAME
Nucleïnezuur DNA sterk opgewonden tot chromosomen hierin DNA verpakt met eiwitten =
histonen
Bij DNA uit voeding worden nucleïnezuren eerst in GI-kanaal losgemaakt van nucleoproteïnen door
proteasen uit pancreas
Daarna nucleïnezuren gedepolymeriseerd en gesplitst in hun samenstellende nucleotiden
door pancreas nucleasen (DNAse, RNAse)
o Nucleotiden op hun beurt door nucleotide fosfatasen ontbonden in fosfaat en
purine/ pyrimidinenucleosiden
Geabsorbeerd in darm via Na- cotransporter en worden in enterocyt
gesplitst door nucleoside fosfatasen tot suikerfosfaten en stikstofbasen
Zie tekening 2
Nucleïnezuren verantwoordelijk voor bewaren en doorgeven van genetische informatie in alle
levende cellen
Kunnen reageren op omgevingsinvloeden en hun opgeslagen informatie vertalen in synthese
van eiwitten
2 soorten nucleïnezuren beide opgebouwd uit polymeren van nucleotiden
o Desoxyribonucleïnezuren (DNA)
Dragen van genetische informatie en blijft altijd in de kern van cel
Indien cel verdubbeld ook eerst vermenigvuldiging van DNA in cel
2 dochtercellen identiek aan elkaar en aan moedercel
o Ribonucleïnezuren (RNA)
Kopie stukje van een DNA nodig voor bijhorende eiwitsynthese in cel
Aangemaakt in kern en dan getransporteerd naar cytoplasma
Thv endoplasmatisch reticulum RNA afgelezen en bijhorend eiwit
gesynthetiseerd
Nucleotiden maken ook deel uit van belangrijkste co-enzymen (NAD, FAD, CoA)
Belangrijkste energiedrager ATP is afgeleid van nucleotide AMP
Nucleotiden worden gebruikt om biosynthetische bouwstenen te activeren
Nucleotide bestaat uit
- Heterocyclische N-base (purine of pyrimidine)
- Suiker (ribose of desoxyribose) gevormd via PPP
- Fosfaatgroep vanuit ATP
Zie tekening 1
Voor benutten nucleotiden kan cel 2 kanten kiezen
1. Recycleert nucleotiden uit oude of nutteloze nucleïnezuren (vooral RNA) = salvage synthese
2. Nieuwe nucleotiden zelf aanmaken vanuit C-skelet, N-bron, suiker en fosfaatgroep = de novo
Soms ook nucleotiden afgebroken en verwijderd uit lichaam stikstof verwijderd ovv ureum of
urinezuur
VERTERING VAN NUCLEÏNEZUREN EN OPNAME
Nucleïnezuur DNA sterk opgewonden tot chromosomen hierin DNA verpakt met eiwitten =
histonen
Bij DNA uit voeding worden nucleïnezuren eerst in GI-kanaal losgemaakt van nucleoproteïnen door
proteasen uit pancreas
Daarna nucleïnezuren gedepolymeriseerd en gesplitst in hun samenstellende nucleotiden
door pancreas nucleasen (DNAse, RNAse)
o Nucleotiden op hun beurt door nucleotide fosfatasen ontbonden in fosfaat en
purine/ pyrimidinenucleosiden
Geabsorbeerd in darm via Na- cotransporter en worden in enterocyt
gesplitst door nucleoside fosfatasen tot suikerfosfaten en stikstofbasen
Zie tekening 2