Hoofdstuk 2 Scheidingsmethoden
2.1 Soorten Mengsels
Oplossing: is een helder mengsel van een stof in een vloeistof
Suspensie: Een troebel mengsel van een vaste stof in een vloeistof.
(sinaasappelsap) Je kunt er niet door heen kijken. (modderwater)
een suspensie is nooit kleurloos maar altijd gekleurd of wit.
Emulgator: een hulpstof, zorgt ervoor dat de emulsie niet snel scheidt in
een 2lagensysteem.
Emulsie: is een troebel mengsel van 2 vloeistoffen.
Tweelagensysteem: zonder emulgator zal een emulsie weer snel
ontmengen. Door verschil in dichtheid, je ziet dan 2 stoffen boven elkaar.
Andere mengsels waarbij de 2 stoffen zich in verschillende fasen
bevinden, zijn rook, schuim en nevel.
2.2 Scheiden van Mengsels
Scheiden: het uit elkaar halen van stoffen in een mengsel.
Bezinken: de stof met de grootste dichtheid zakt naar de bodem.
Filtreren: (verschil in deeltjesgrootte). Bij filtreren blijft de vaste stof als
residu op het filter achter. De vloeistof die door het filter loopt is het
filtraat.
Extraheren: Je voegt aan het mengsel een oplosmiddel toe
(extractiemiddel). 1 stof lost op in het extractiemiddel, maar de andere
stoffen niet.
Rendement: de verhouding van de praktische opbrengst en de
theoretische opbrengst: rendement= praktische opbrengst : theoretische
opbrengst x 100 %
2.3 Indampten en destilleren
Indampen: berust op een verschil in kookpunt. Een opgeloste stof, kun je
scheiden van de vloeistof door het mengsel in te dampen. De vloeistof
verdampt en de vaste stof blijft als residu achter.
Oplosbaarheid:
De oplosbaarheid: van een stof is het aantal gram stof dat max. in 1 L
vloeistof kan oplossen.
Verzadigde oplossing: een oplossing waarin de maximale hoeveelheid
stof is opgelost. Is er minder opgelost, onverzadigde oplossing.
2.1 Soorten Mengsels
Oplossing: is een helder mengsel van een stof in een vloeistof
Suspensie: Een troebel mengsel van een vaste stof in een vloeistof.
(sinaasappelsap) Je kunt er niet door heen kijken. (modderwater)
een suspensie is nooit kleurloos maar altijd gekleurd of wit.
Emulgator: een hulpstof, zorgt ervoor dat de emulsie niet snel scheidt in
een 2lagensysteem.
Emulsie: is een troebel mengsel van 2 vloeistoffen.
Tweelagensysteem: zonder emulgator zal een emulsie weer snel
ontmengen. Door verschil in dichtheid, je ziet dan 2 stoffen boven elkaar.
Andere mengsels waarbij de 2 stoffen zich in verschillende fasen
bevinden, zijn rook, schuim en nevel.
2.2 Scheiden van Mengsels
Scheiden: het uit elkaar halen van stoffen in een mengsel.
Bezinken: de stof met de grootste dichtheid zakt naar de bodem.
Filtreren: (verschil in deeltjesgrootte). Bij filtreren blijft de vaste stof als
residu op het filter achter. De vloeistof die door het filter loopt is het
filtraat.
Extraheren: Je voegt aan het mengsel een oplosmiddel toe
(extractiemiddel). 1 stof lost op in het extractiemiddel, maar de andere
stoffen niet.
Rendement: de verhouding van de praktische opbrengst en de
theoretische opbrengst: rendement= praktische opbrengst : theoretische
opbrengst x 100 %
2.3 Indampten en destilleren
Indampen: berust op een verschil in kookpunt. Een opgeloste stof, kun je
scheiden van de vloeistof door het mengsel in te dampen. De vloeistof
verdampt en de vaste stof blijft als residu achter.
Oplosbaarheid:
De oplosbaarheid: van een stof is het aantal gram stof dat max. in 1 L
vloeistof kan oplossen.
Verzadigde oplossing: een oplossing waarin de maximale hoeveelheid
stof is opgelost. Is er minder opgelost, onverzadigde oplossing.