1. Vraag 1: Teken een Line-Weaver-Burk plot met en zonder
niet-competitieve inhibitor. Benoem alle assen en snijpunten
van de rechten met de assen correct!
Antwoord:
Niet-competitieve inhibitor: De inhibitor bindt niet op de
substraatbindingsplaats.
Het substraat kan binden maar de katalyse wordt toch verhinderd.
Vm wordt wel beïnvloed door inhibitor Vm met niet-competitieve
inhibitor zal lager zijn dan de Vm zonder niet-competitieve inhibitor.
Km blijft het zelfde want het substraat kan gewoon binden dus
de affiniteit blijft het zelfde
, 2. Wat is een irreversibele inhibitor? Toon ook aan met een
voorbeeld
Antwoord:
Een irreversibele inhibitor bindt meestal op een covalente wijze aan
het actief centrum van een enzym. De inhibitor verhindert de
substraatbinding of verandert de structuur van het actief centrum.
Agentia die specifiek reageren met aminozuren zijn irreversibele
inhibitoren
De inhibitie verloopt progressief door vorming van een enzym-
inhibitor complex tot de inhibitor of het enzym is opgebruikt.
Irreversibele inhibitoren verlagen (E0) tot [(E0)-(I0)].
Een voorbeeld van een irreversibele inhibitor is penicilline Het
inhibeert de synthese van peptidoglycaan dit is een component
van celwand van sommige bacteriën. Daarom wordt het gebruikt om
bacteriële infecties te behandelen.
3. Vraag 3: Welke molecule staat hieronder afgebeeld? Geef
meer uitleg over deze molecule:
Antwoord: Diisopropyl fluorophosphate (DFP) bindt irreversibel aan
een serine residue in de actieve site van acetylcholine esterase