DE KOMST VAN DE
MASSADEMOCRATIE
HOOFDSTUK 27: DE VERZUILING:
Letterlijk: mastodont, pijler.
Figuurlijk: netwerk van ideologisch of levensbeschouwelijk gelijkgestemde
organisaties.
Verbonden met een politieke partij
In verschillende sectoren actief: maatschappelijk, cultureel en economisch
Bieden leden diensten, verzekeringen en vormen van ontspanning
GESUBSIDIEERD door overheid.
Verzuiling = een reactie op ingrijpende veranderingen
vb. bevolkingstoename, modernisering, secularisering, Tweede industriële
revolutie
Afnemend belang van huisnijverheid
Crisis in de familiale landbouw
Fabrieken
mensen trekken naar de steden
GEEN:
Gemoedelijkheid
familiale banden
tradities en waarden
moeilijke integratie
Sociale differentiatie: het gezinsleven en het beroepsleven werden gescheiden
van elkaar. Mens werd geconfronteerd met veelheid aan tegenstrijdige
opdrachten en identiteiten
vb. arbeider, vader, stadsburger
mensen raakten noorden kwijt
eind 19e E: op zoek naar nieuw maatschappelijk weefsel dat
houvast kon bieden
1870-1910: ontstaan van allerlei verenigingen
In België = katholieke & socialistische zuilvorming.
27.1: DE KATHOLIEKE ZUILVORMING:
1847: Liberalen komen aan de macht
Omspitten staatsapparaat
Onderwijs, liefdadigheid en cultuur zonder invloed van de kerk
, Oprichting openbare instellingen bemand door vrijdenkende leken
STRIJD TEGEN DE MODERNITEIT
Katholieke wereld koos voor het isolement:
onder invloed van de reactionaire ultramontaanse strekking
Antimoderne en anti-staatse beweging
Oprichting volksbibliotheken, volksonderwijs, toneelgroepen, cultuurfonds
voor de KATHOLIEKE burgerij (spontaan en ongeordend)
Doelbewuste strategie: katholieke bevolking afschermen van moderne
culturele invloeden en progressieve politieke en sociale overtuigingen
Strijd tegen de moderniteit
Kruistocht tegen liberalisme.
GESUBSIDIEERDE VRIJHEID
1884: katholieken a/d macht tot 1914:
katholieke beweging verzoende met parlementaire democratie en
staatsapparaat.
Gesubsidieerde vrijheid: essentiële dienstverlenende taken werden uitbesteed
aan private organisaties die gesubsidieerd werden door staat.
Subsidiariteit: taken of functies laten waarnemen door zij die er het best in zijn.
Vanaf 1894: overheid geeft subsidies aan katholieke verzekeringskassen tegen
ziekte, sterfte,…
1906: oprichting Landsbond der Christelijke Mutualiteiten.
, VAN GEITEN TOT KIPPEN
Katholieke beweging past zich aan modernisering aan
Ingaan op materiële behoeften en sociale noden
Bisschoppen en nieuwe garde priesters beheersen nu de partij
meer gestructureerd en ordentelijk
organisaties ondergingen centralisering & professionalisering
bereiken breder spectrum
Ontstaan van spaarkassen en werklozenkassen: boeren konden kippen & geiten
verzekeren.
Katholieke zuil: antwoord op sociaal complexere maatschappij
voor verschillende bevolkingsgroepen ontstaan verenigingen
vb. vrouwen, senioren,…
27.2: DE SOCIALISTISCHE ZUILVORMING:
Coöperatieven= ruggengraat van de socialistische zuilvorming
1880: oprichting Gentse coöperatie “Vooruit”
HET GENTSE MODEL
Stijging broodprijzen door misoogst
Vooruit verkocht brood aan normale prijs
Hier en daar kreeg coöperatieve renteloze leningen
Gent kende geen andere industriële bakkerijen en coöperatieven
Systeem Vooruit
Socialistische beweging had geen middelen om organisatie van de grond te
krijgen en mensen van socialisme te overtuigen
doelgroep om bijdrage vragen
broodkaarten & aankoopbonnen
levert interest op
investeren in onroerend goed
Gents model: overal in België toegepast
1890: 32 coöperatieven.
1910: NV met weverij, kruideniersmarkt, apothekers,…
1900: spaarbank
1913: oprichting Bank v/d arbeid
Coöperatieve bezat beursgenoteerde bedrijven en katoenplantages in Congo.
KRENTENBROOD
Dankzij kapitaal arbeiders: oprichting socialistische verenigingen
In ruil: voordelen, diensten, verzekeringen, cultuur, onderwijs
Vb gratis krentenbrood en kraambedzorg
1889: ontstaan Algemene Ziekenbond Moyson (door financiele steun van
VOORUIT)
MASSADEMOCRATIE
HOOFDSTUK 27: DE VERZUILING:
Letterlijk: mastodont, pijler.
Figuurlijk: netwerk van ideologisch of levensbeschouwelijk gelijkgestemde
organisaties.
Verbonden met een politieke partij
In verschillende sectoren actief: maatschappelijk, cultureel en economisch
Bieden leden diensten, verzekeringen en vormen van ontspanning
GESUBSIDIEERD door overheid.
Verzuiling = een reactie op ingrijpende veranderingen
vb. bevolkingstoename, modernisering, secularisering, Tweede industriële
revolutie
Afnemend belang van huisnijverheid
Crisis in de familiale landbouw
Fabrieken
mensen trekken naar de steden
GEEN:
Gemoedelijkheid
familiale banden
tradities en waarden
moeilijke integratie
Sociale differentiatie: het gezinsleven en het beroepsleven werden gescheiden
van elkaar. Mens werd geconfronteerd met veelheid aan tegenstrijdige
opdrachten en identiteiten
vb. arbeider, vader, stadsburger
mensen raakten noorden kwijt
eind 19e E: op zoek naar nieuw maatschappelijk weefsel dat
houvast kon bieden
1870-1910: ontstaan van allerlei verenigingen
In België = katholieke & socialistische zuilvorming.
27.1: DE KATHOLIEKE ZUILVORMING:
1847: Liberalen komen aan de macht
Omspitten staatsapparaat
Onderwijs, liefdadigheid en cultuur zonder invloed van de kerk
, Oprichting openbare instellingen bemand door vrijdenkende leken
STRIJD TEGEN DE MODERNITEIT
Katholieke wereld koos voor het isolement:
onder invloed van de reactionaire ultramontaanse strekking
Antimoderne en anti-staatse beweging
Oprichting volksbibliotheken, volksonderwijs, toneelgroepen, cultuurfonds
voor de KATHOLIEKE burgerij (spontaan en ongeordend)
Doelbewuste strategie: katholieke bevolking afschermen van moderne
culturele invloeden en progressieve politieke en sociale overtuigingen
Strijd tegen de moderniteit
Kruistocht tegen liberalisme.
GESUBSIDIEERDE VRIJHEID
1884: katholieken a/d macht tot 1914:
katholieke beweging verzoende met parlementaire democratie en
staatsapparaat.
Gesubsidieerde vrijheid: essentiële dienstverlenende taken werden uitbesteed
aan private organisaties die gesubsidieerd werden door staat.
Subsidiariteit: taken of functies laten waarnemen door zij die er het best in zijn.
Vanaf 1894: overheid geeft subsidies aan katholieke verzekeringskassen tegen
ziekte, sterfte,…
1906: oprichting Landsbond der Christelijke Mutualiteiten.
, VAN GEITEN TOT KIPPEN
Katholieke beweging past zich aan modernisering aan
Ingaan op materiële behoeften en sociale noden
Bisschoppen en nieuwe garde priesters beheersen nu de partij
meer gestructureerd en ordentelijk
organisaties ondergingen centralisering & professionalisering
bereiken breder spectrum
Ontstaan van spaarkassen en werklozenkassen: boeren konden kippen & geiten
verzekeren.
Katholieke zuil: antwoord op sociaal complexere maatschappij
voor verschillende bevolkingsgroepen ontstaan verenigingen
vb. vrouwen, senioren,…
27.2: DE SOCIALISTISCHE ZUILVORMING:
Coöperatieven= ruggengraat van de socialistische zuilvorming
1880: oprichting Gentse coöperatie “Vooruit”
HET GENTSE MODEL
Stijging broodprijzen door misoogst
Vooruit verkocht brood aan normale prijs
Hier en daar kreeg coöperatieve renteloze leningen
Gent kende geen andere industriële bakkerijen en coöperatieven
Systeem Vooruit
Socialistische beweging had geen middelen om organisatie van de grond te
krijgen en mensen van socialisme te overtuigen
doelgroep om bijdrage vragen
broodkaarten & aankoopbonnen
levert interest op
investeren in onroerend goed
Gents model: overal in België toegepast
1890: 32 coöperatieven.
1910: NV met weverij, kruideniersmarkt, apothekers,…
1900: spaarbank
1913: oprichting Bank v/d arbeid
Coöperatieve bezat beursgenoteerde bedrijven en katoenplantages in Congo.
KRENTENBROOD
Dankzij kapitaal arbeiders: oprichting socialistische verenigingen
In ruil: voordelen, diensten, verzekeringen, cultuur, onderwijs
Vb gratis krentenbrood en kraambedzorg
1889: ontstaan Algemene Ziekenbond Moyson (door financiele steun van
VOORUIT)