Cohesie en adhesie
Cohesie(B): aantrekkingskracht tussen dezelfde soort
moleculen. Omdat ze samen zijn treken ze met elkaar op
en komen ze minder tegen het glas aan
Adhesie(A): aantrekkingskracht tussen andere soort
moleculen. Kruipt tegen het glas op.
Capillaire werking: cohesie en adhesie zorgen in ene dunnen buis ervoor dat de vloeistof zich
naar boven beweegt zonder dat er energie wordt toegevoerd.
VanderWaalskrachten: houd moleculen van een stof bij elkaar, hoe groter de kracht hoe steviger
de stof. Hoe groter de afstand tussen de moleculen hoe kleiner de kracht is en andersom.
Polaire atoombinding: een atoombinding waarbij 1 van de 2 verschillende atomen harder trekt
dan de ander. Het atoom die het hardst trekt krijgt de meeste negatieve lading (∂-). Het atoom die
het zachts trekt krijgt de positieve lading (∂+)
Dipoolmolecuul/dipool: een molecuul met een positieve en negatieve pool. De atomen hebben
een polaire binding
Polaire stoffen: stoffen die uit dipoolmoleculen bestaan
Apolaire stoffen: stoffen die niet uit dipoolmoleculen bestaan
Dipool-dipool interactie: de aantrekking van een ∂-kant en een ∂+ van 2 moleculen in ene polaire
stof. Het is een extra kracht waardoor de binding tussen de moleculen sterker wordt en het
kookpunt hoger.
- Als moleculen meer dan 2 atomen hebben kijken we naar de ruimtelijke bouw of het een dipool-
molecuul is
- dipoolmoleculen kunnen niet op 1 lijn liggen anders zouden de polaire bindingen elkaar opheffen
- Als ∂- en ∂+ samen vallen in 1 molecuul os het geen dipool dus apolaire stof.
Waterstofbrug/H-brug: zorgen voor een extra binding tussen watermoleculen. Ze treden op
tussen moleculen die een O-H of N-H groep hebben. Je geeft het aan met ene stippellijn. Verklar-
ing hoog kookpunt van water
Primer: primers zijn vaak verdunde lijmen die goed in de poriën van het materiaal kunnen dringen
om voor een goede hechting te zorgen. Vaak worden hechtverbeteraars en corrosiewerende
bestanddelen aan de primers toegevoegd.
Lijmfalen: omstandigheden die lijden tot falende lijmverbindingen.
Soorten lijmfalen:
- Adhesieve breuk: onthechting van de kit op de ondergrond
- Vuil substraat: het oppervlak is vuil dus de lijm zal zich hechten aan het vuil.
- Vocht: Als er vocht tussen het substraat en de lijmmassa komt zal bij vorst het vocht veranderen
in ijs. Het volume neemt dan toe en de lijmmassa komt dan los. Een primer als eerste laag zal
dit voorkomen
- Oxidatie: Door reactie met de omgeving kan metaal oxideren, het roest verbind niet met de lijm.
Een primer zal dit voorkomen
- Onjuiste lijmkeuze: verkeerde soort lijm is gebruikt
- Constructieve oorzaken: apelkrachten (alle krachten komen op een vlak van de lijnverbinding
waardoor deze barst wordt en bezwijkt) en constante belasting (de lijm vloet/kruipt)