beoordelingsleer
1e bachelor diergeneeskunde
Ethologie en dierenethiek
- 50 multipulchoice
- hoge cesuur
Schriftelijk examen: 90%
Groepswerk: 10%
1
, 1. Ethologie en dierenethiek
A. Inleiding
Recent: groeiende interdisciplinariteit
Voorbeelden: evolutionaire psychologie en cognitieve ethologie
neuro-ethologie
gedragsecologie
1.1 Wat is ethologie
Definitie: de biologische studie van gedrag
a) Biologisch
- Wetenschappelijke methoden
- Vergelijkende studies
- Evolutieleer als achtergrond
b) Gedrag
- Iedere uitwendige waarneembare activiteit van het organisme
- Een eigenschap van het dier waarmee het zijn relatie tot het uitwendige milieu kan
veranderen
Stel ik ben ziek, loop een griep op en voel me niet goed. Dan gaat 21° kamertemperatuur niet
genoeg zijn en wil je 23°C. Op deze moment wil je een andere norm, de norm kan dus
variëren en wordt afgetoetst aan de huidige situatie.
Je zal meer honger krijgen wanneer je 2 dagen niet hebt gegeten tegenover wanneer je net
een pak frieten op hebt. De norm van honger varieert hier dus ook weer.
2
, 1.2 Vragen van de ethologie
Hoe ziet gedrag eruit?
Tinbergen
- 2 ultimate vragen (waartoe / why)
o Functie: wat is de functie of overlevingswaarde van het gedrag?
o Evolutie: hoe is een gedrag ontstaan doorheen de evolutie en heeft zich genetisch
vastgelegd?
- 2 proximate vragen (waardoor / how)
o Veroorzaking of causaliteit: welke oorzaken doen het beschreven gedrag optreden?
o Ontwikkeling: hoe heeft het gedrag zich ontwikkeld in de loop van het leven van een
individu?
Wat veroorzaakt dat vogels in het voorjaar zingen?
Oorzaak: weer, stijgende temperatuur …
Bijkomende vragen door P. Wiepkema
- Wat is het effect van leerprocessen op gedrag? (aan/afleren)
- Zijn er modellen mogelijk die gedrag kunnen verklaren en concepten integreren?
- Kan ethologisch kennis iets zeggen over welzijn?
3
, B. Causaliteit
1. Reflexen
Bevinden zich overal in het lichaam, de meest gekende is deze in de knie.
2. Soorten stimuli
Functie stimulus:
- gedrag opwekken
- gedrag sturen
- algemene waakzaamheid verhogen
- formatio reticularis
3. Zintuiglijke mogelijkheden
Receptoren --> zintuigen
Welke zintuigen heeft een dier
“Umwelt (= zintuiglijke wereld)” van elke diersoort
Testen van zintuiglijk vermogen
- onderscheidingsvermogen
- gevoeligheid van de zintuigen
- gemeten via
- fysiologische metingen (bv. elektromyografie, EEG, …)
- gedragsproeven (conditioneringen) – ter illustratie: zie video “MDD” op ufora
Perifere en centrale filtering
- selectie van relevante prikkels
- perifere filtering: via zintuigen
- centrale filtering: ter hoogte van CZS
4. Sleutelprikkels
Sleutelprikkel = een specifieke stimulus waarop dieren reageren met een welbepaald gedrag
- Gestaltkarakter: betekend dat de sleutelprikkel op een bepaalde plaats moet voorkomen.
- Drempelwaarde: de laagste waarde waarbij een prikkel nog een reactie uitlokt.
De kuikens van de Bankiva hoen hebben op hun hoofd een bruine vlek, deze vlek zorgt ervoor dat de
moet voor de kuikens zorgt en moederlijk gedrag vertoont. Is de vlek afwezig of aanwezig op een
andere plaats, dan zal de moederkip geen moederlijk gedrag vertonen.
4