Handvaardigheid
Hoofdstuk 3, 4, 5, 6, 7, 9, 10,13
JAAR 2
1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 3 Beeldend onderwijs ……………………………………………………… 3
Hoofdstuk 4 Voorbereiding ………………………………………………………… 6
Hoofdstuk 5 Oriënteren ……………………………………………………………… 10
Hoofdstuk 6 Begeleiding van het creatieve proces ………………………… 12
Hoofdstuk 7 Nabeschouwen en evalueren ………………………………………… 16
Hoofdstuk 9 Waarnemen, beeldbeschouwing en cultuureducatie ....... 20
Hoofdstuk 10 Aanbod en Samenhang ……………………………………………… 24
Hoofdstuk 13 Leerlijnen ……………………………………………………………………… 27
2
, 3 Beeldend onderwijs
3.1 Beeldend onderwijs: daar gaat het om!
Beelden maken en beschouwen
Beeldend onderwijs omvat het maken en het beschouwen van beelden. Reflecteren speelt
zowel bij het maken als bij het beschouwen van beelden een centrale rol.
Maken van beelden
Maken betekent dat je iets doet met je handen. Die worden aangestuurd door hoofd (en
hart). In het cirkelmodel terug te vinden in de proces-componenten werkwijze en
onderzoek.
Beschouwen van beelden
Beschouwing of receptie van beelden is een essentieel aspect, binnen de kerndoelen
samengevat als reflecteren. Door te kijken met de vraag: 'Wat is er eigenlijk te zien? '
wordt de visuele informatie toegankelijk die je nodig hebt bij het vormgevingsproces.
Reflecteren op beelden en het beeldend proces
Reflecteren beïnvloedt het sturingsmechanisme van vormgeven. Het geeft een leerling in
toenemende mate controle over zijn beeldend vermogen en bevordert de ontwikkeling
van zijn beeldende mogelijkheden en identiteit.
3.2 Beeldend onderwijs en de kerndoelen
De overheid verplicht de scholen zich daarbij te houden aan gemeenschappelijk
voorgeschreven richtlijnen, de Kerndoelen voor Primair Onderwijs (2006). Beeldend
onderwijs draagt daaraan bij op alle aspecten.
Beeldende activiteiten en de brede ontwikkeling
Sociaal-emotionele ontwikkeling: vormgeven is nauwelijks mogelijk zonder
emotionele betrokkenheid, omdat kinderen voortdurend persoonlijke keuzes maken
om tot een eigen verbeelding te komen.
Zintuiglijke en cognitieve ontwikkeling: tijdens beeldend vormgeven zijn kinderen
gericht op interpretaties van waarnemingen en het inzicht dat (beeldende) informatie
sterk door de context wordt bepaald. Door zich een voorstelling te maken van hun
werkstuk, leren ze 'op de zaak vooruit te lopen'. Ze ervaren regels, principes,
procedures en begrippen die tot de grondslagen van kennisverwerving behoren. Met
hun oplossingsstrategieën oefenen ze tevens metacognitieve vaardigheden.
Motorische ontwikkeling: het beeldende werkproces biedt mogelijkheden om die
motorische vaardigheden in een betekenisvolle context te oefenen.
Ontwikkeling van de creativiteit: creatief gedrag is de kern van elk
vormgevingsproces. Ontwikkeling van het beeldend vermogen impliceert de
ontwikkeling van de creativiteit, zowel cognitief, technologisch als expressief.
Beeldend onderwijs werkt aan een creatieve attitude waarbij variëteit centraal staat.
Beeldend onderwijs en het leergebied kunstzinnige oriëntatie
Beeldend onderwijs maakt binnen die kerndoelen onder meer deel uit van kunstzinnige
oriëntatie. Creatieve competentie stelt iemand in staat om met zekere originaliteit te
anticiperen en te reageren op veranderingen en problemen.
Karakteristiek: door kunstzinnige oriëntatie maken kinderen kennis met kunstzinnige en
culturele aspecten in hun leefwereld, cultureel erfgoed waarmee mensen in de loop van
de tijd vorm en betekenis hebben gegeven aan hun bestaan. Het gaat ook om het
3