Het hart (Veterinary Physiology)
Overzicht van cardiovasculaire functie
1.1
Hoofdfunctie = transport
Hoe hoger het metabolisme in een weefsel, hoe belangrijker een goede
bloedtoevoer en – afvoer.
Ischemie = te weinig bloedtoevoer in een weefsel
Disfunctie infarct necrose
1.2
Primaire disfunctie = ziekte heeft effect op cardiovasculair stelsel (aangeboren of
verworven)
- Hemorrhagie = bloedverlies
- Myocarditis = ontsteking hartspier
Secundaire disfunctie
- Verlies elektrolyten door braken / diarree
- Aritmie en hartfalen
- Oedeem
Hemorrhagische shock: bij teveel bloedverlies
Cardiogene shock: cardiovasculaire collaps door hartfalen
Septische shock: bacteriele infectie in bloedstroom
Endotoxische shock: endotoxines in bloedstroom
1.3
Transport van voedingsstoffen, afvalstoffen, CO2, O2, hormonen, water,
elektrolyten,...
1.4
Bulk flow = bloed dat stroomt door hart en bloedvaten. Dit gebeurt snel over
lange afstand.
Energie uit hydrostatische druk verschillen. (perfusie druk)
Perfusie druk = verschil in druk aan het begin van een bloedvat tov het einde
van een bloedvat. De druk is hoger aan het einde van het bloedvat, anders
stroomt het bloed niet.
, Transmurale druk = verschil tussen de bloeddruk in het bloedvat en de
vloeistofdruk buiten het bloedvat (= distending pressure)
Diffusie: opgeloste stoffen diffunderen door de wand van het bloedvat.
Energie uit verschil aan concentratie. Altijd verplaatsen naar een lagere
concentratie
1.5
O2: longen alveoli capillairen hersenen en spieren
CO2: hersenen en spieren venen alveoli longen
Elke metabolisch actieve cel heeft een afstand van maximum 100 micrometer tov
de capillairen
1.6
Bloedvaten lopen parallel uit de aorta = systemische circulatie
Pulmonaire circulatie = circulatie in longen, loopt in serie met de systemische
circulatie
Pulmonaire circulatie + hart = centrale circulatie
1.7
Cardiac output = C.O. = het volume bloed dat per minuut uit het linker of
rechter ventrikel wordt gepompd.
20% splanchnische circulatie, 20% nier, 20% skeletspieren, 15% hersenen, 3%
a.coronaria en 2% huid en botten
1.8
Systolische druk: linker ventrikel bloed in aorta druk in de aorta stijgt
Diastolische druk: aorta loopt leeg druk in aorta daalt
Mean aortic pressure = gemiddelde bloeddruk in de aorta
Perfusiedruk groter in systemische circulatie dan in pulmonaire circulatie omdat
er een grotere weerstand is in de systemische circulatie
1.9
Venen: bloedreservoirs (80%)
Aorta: windkessel harmonische dispersie
Arterien: hoge druk bloedvaten snelle verdeling bloed
Capillairen: uitwisseling door diffusie. Bloedt stroomt traag door grote cross
sectional area dus volume is even groot als rest circulatie
Overzicht van cardiovasculaire functie
1.1
Hoofdfunctie = transport
Hoe hoger het metabolisme in een weefsel, hoe belangrijker een goede
bloedtoevoer en – afvoer.
Ischemie = te weinig bloedtoevoer in een weefsel
Disfunctie infarct necrose
1.2
Primaire disfunctie = ziekte heeft effect op cardiovasculair stelsel (aangeboren of
verworven)
- Hemorrhagie = bloedverlies
- Myocarditis = ontsteking hartspier
Secundaire disfunctie
- Verlies elektrolyten door braken / diarree
- Aritmie en hartfalen
- Oedeem
Hemorrhagische shock: bij teveel bloedverlies
Cardiogene shock: cardiovasculaire collaps door hartfalen
Septische shock: bacteriele infectie in bloedstroom
Endotoxische shock: endotoxines in bloedstroom
1.3
Transport van voedingsstoffen, afvalstoffen, CO2, O2, hormonen, water,
elektrolyten,...
1.4
Bulk flow = bloed dat stroomt door hart en bloedvaten. Dit gebeurt snel over
lange afstand.
Energie uit hydrostatische druk verschillen. (perfusie druk)
Perfusie druk = verschil in druk aan het begin van een bloedvat tov het einde
van een bloedvat. De druk is hoger aan het einde van het bloedvat, anders
stroomt het bloed niet.
, Transmurale druk = verschil tussen de bloeddruk in het bloedvat en de
vloeistofdruk buiten het bloedvat (= distending pressure)
Diffusie: opgeloste stoffen diffunderen door de wand van het bloedvat.
Energie uit verschil aan concentratie. Altijd verplaatsen naar een lagere
concentratie
1.5
O2: longen alveoli capillairen hersenen en spieren
CO2: hersenen en spieren venen alveoli longen
Elke metabolisch actieve cel heeft een afstand van maximum 100 micrometer tov
de capillairen
1.6
Bloedvaten lopen parallel uit de aorta = systemische circulatie
Pulmonaire circulatie = circulatie in longen, loopt in serie met de systemische
circulatie
Pulmonaire circulatie + hart = centrale circulatie
1.7
Cardiac output = C.O. = het volume bloed dat per minuut uit het linker of
rechter ventrikel wordt gepompd.
20% splanchnische circulatie, 20% nier, 20% skeletspieren, 15% hersenen, 3%
a.coronaria en 2% huid en botten
1.8
Systolische druk: linker ventrikel bloed in aorta druk in de aorta stijgt
Diastolische druk: aorta loopt leeg druk in aorta daalt
Mean aortic pressure = gemiddelde bloeddruk in de aorta
Perfusiedruk groter in systemische circulatie dan in pulmonaire circulatie omdat
er een grotere weerstand is in de systemische circulatie
1.9
Venen: bloedreservoirs (80%)
Aorta: windkessel harmonische dispersie
Arterien: hoge druk bloedvaten snelle verdeling bloed
Capillairen: uitwisseling door diffusie. Bloedt stroomt traag door grote cross
sectional area dus volume is even groot als rest circulatie