M&S WERKEN
De Belgische arbeidsmarkt
Definitie en afbakening
Definitie
Adam Smith formuleert voor het eerst arbeidswaardeleer
- arbeid definiëren vanuit haar gebruikswaarde
→ wat is het nut van arbeid voor diegene die hem verricht, of voor omgeving of maatschappij
- arbeid definiëren vanuit haar ruilwaarde
→ wat is de waarde van arbeid (bepaald dr vraag & aanbod, resulteert in prijs/vergoeding)
opbrengst/nut van arbeid situeert zich op 3 vlakken: - materiële opbrengst (beloning)
- psychische opbrengst (geestelijke bevrediging)
- sociale opbrengst (soc contacten)
definitie = “arbeid is het verrichten van taken die nut hebben voor mensen die ze uitvoeren, voor
hun naaste omgeving alsmede voor de maatschappij als geheel”
- objectieve factor van nut = vergoeding
- subjectieve factor van nut = opbrengst van de arbeid voor het gevoel van de persoon
nut situeren op versch niveaus:
- niveau v/d SL: draagt bij tot welvaart, soc cohesie (vrijwilligerswerk)
- niveau v/h individu: inkomen & arbeidsvoldoening
arbeid heeft verdelende functie in SL: belangrijke eco component, speelt rol bij verdeling schaarse
goederen
De waarde van arbeid
veel discussie over (leven om te werken of werken om te leven)
- betaald werk: - tendens naar minder is beter
- drang naar waardering arbeid
- arbeid moet menselijker worden
- onderwaardering: - onderbenutting bij allochtone bevolking (job onder hun niveau)
De relativiteit van de arbeidsduur
arbeidsduur kan sterk neg of pos gewaardeerd worden → hangt af van inhoud arbeid
roep om meer vrije tijd & minder arbeidstijd botst op zijn grenzen
beweging naar kortere arbeidsduur heeft beweging nr meer productiviteit per uur uitgelokt
→ roep naar kortere arbeidsduur → roep naar betere plaatsing van arbeidsduur
arbeidsduur heeft veel te maken met kwaliteit arbeid (weinig voldoening → meer de uren tellen)
Wanneer gaan we op pensioen?
verkorting loopbaan (latere instap & vroegere effectieve uitstap)
1950: man stopt op 65ste en heeft nog 5 jaar te leven
nu: levensverwachting van 79 + stapt al voor 65ste uit arbeidsmarkt
→ staat onder druk door stijgende kosten v vergrijzing
verband tss kwaliteit v arbeid & bereidheid om langer te werken
, Conclusie
- arbeidstijd is kort geworden en is steeds meer de norm
- als men bereid is langer te werken → omwille v externe factoren
- norm = werken om te leven
- financiële prikkel niet enige wat ons motiveert om te gaan werken
→ is wel goede prikkel om ons werk te laten doen dat we niet graag doen
Onbetaalde arbeid
- vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk
- kunnen op zichtzelf w gedaan of in combinatie met betaalde job
Huishoudelijk werk
- # V dat betaald werk verricht is gestegen
- traditie van huispersoneel is sterk verminderd
- efficiëntie is de norm geworden
- waardering huishoudelijk werk stuit op zelfde ontevredenheden als betaald werk
- vooral door V opgenomen → zij gaan vaker deeltijds werken
Vrijwilligerswerk
- niet verplicht
- niet/zeer gering betaald
- taken die ook door betaalde krachten kan w uitgevoerd
- vooral gedaan door mensen die ook betaalde arbeid verrichten
- relatie betaald werk-vrijwilligerswerk: - holistische visie (in mekaars verlengde)
- compensatoire visie (wat je mist in betaalde werk)
Arbeid en vrije tijd
we zien arbeid als een plicht/last (door andere tijd vrij te noemen geven we aspect van verplichting
aan arbeidstijd)
- vrije tijd is wat overblijft nadat aan andere verplichtingen is voldaan
- onderscheid AT & VT op 3 vlakken: - onderscheid activiteiten die we in VT >< AT uitoefenen
- scheiding instituties & functiekringen
- scheiding in tijd (AT strak afgebakend, VT is wat overschiet)
→ vaak slechts duidelijke scheiding op 1 v/d 3 assen
- huishoudelijk werk moeilijker te differentiëren van arbeid dan vrije tijd
→ huishoudelijk werk is op zich ook productief werk
- pas met industrialisatie werd scheiding werktijd en vrije tijd duidelijk
- afgescheiden rollen door arbeid buitenshuis te verrichten
- scheiding rol & persoon (rol werkkracht >< huisvader)
- groter keuzeaanbod inzake werk (meer variatie door afgebakende beroepsrollen)
Kerncijfers van de Belgische arbeidsmarkt
- mensen in beroepsactieve leeftijd die niet werken & niet op zoek zijn naar werk = vooral:
- studenten (aan begin leeftijdsgroep)
- mensen die al gestopt zijn met werken (aan einde leeftijdsgroep)
- groot regionaal verschil in # werkzoekenden tussen 3 gewesten
- Belg stopt vroeg met werken
De Belgische arbeidsmarkt
Definitie en afbakening
Definitie
Adam Smith formuleert voor het eerst arbeidswaardeleer
- arbeid definiëren vanuit haar gebruikswaarde
→ wat is het nut van arbeid voor diegene die hem verricht, of voor omgeving of maatschappij
- arbeid definiëren vanuit haar ruilwaarde
→ wat is de waarde van arbeid (bepaald dr vraag & aanbod, resulteert in prijs/vergoeding)
opbrengst/nut van arbeid situeert zich op 3 vlakken: - materiële opbrengst (beloning)
- psychische opbrengst (geestelijke bevrediging)
- sociale opbrengst (soc contacten)
definitie = “arbeid is het verrichten van taken die nut hebben voor mensen die ze uitvoeren, voor
hun naaste omgeving alsmede voor de maatschappij als geheel”
- objectieve factor van nut = vergoeding
- subjectieve factor van nut = opbrengst van de arbeid voor het gevoel van de persoon
nut situeren op versch niveaus:
- niveau v/d SL: draagt bij tot welvaart, soc cohesie (vrijwilligerswerk)
- niveau v/h individu: inkomen & arbeidsvoldoening
arbeid heeft verdelende functie in SL: belangrijke eco component, speelt rol bij verdeling schaarse
goederen
De waarde van arbeid
veel discussie over (leven om te werken of werken om te leven)
- betaald werk: - tendens naar minder is beter
- drang naar waardering arbeid
- arbeid moet menselijker worden
- onderwaardering: - onderbenutting bij allochtone bevolking (job onder hun niveau)
De relativiteit van de arbeidsduur
arbeidsduur kan sterk neg of pos gewaardeerd worden → hangt af van inhoud arbeid
roep om meer vrije tijd & minder arbeidstijd botst op zijn grenzen
beweging naar kortere arbeidsduur heeft beweging nr meer productiviteit per uur uitgelokt
→ roep naar kortere arbeidsduur → roep naar betere plaatsing van arbeidsduur
arbeidsduur heeft veel te maken met kwaliteit arbeid (weinig voldoening → meer de uren tellen)
Wanneer gaan we op pensioen?
verkorting loopbaan (latere instap & vroegere effectieve uitstap)
1950: man stopt op 65ste en heeft nog 5 jaar te leven
nu: levensverwachting van 79 + stapt al voor 65ste uit arbeidsmarkt
→ staat onder druk door stijgende kosten v vergrijzing
verband tss kwaliteit v arbeid & bereidheid om langer te werken
, Conclusie
- arbeidstijd is kort geworden en is steeds meer de norm
- als men bereid is langer te werken → omwille v externe factoren
- norm = werken om te leven
- financiële prikkel niet enige wat ons motiveert om te gaan werken
→ is wel goede prikkel om ons werk te laten doen dat we niet graag doen
Onbetaalde arbeid
- vrijwilligerswerk en huishoudelijk werk
- kunnen op zichtzelf w gedaan of in combinatie met betaalde job
Huishoudelijk werk
- # V dat betaald werk verricht is gestegen
- traditie van huispersoneel is sterk verminderd
- efficiëntie is de norm geworden
- waardering huishoudelijk werk stuit op zelfde ontevredenheden als betaald werk
- vooral door V opgenomen → zij gaan vaker deeltijds werken
Vrijwilligerswerk
- niet verplicht
- niet/zeer gering betaald
- taken die ook door betaalde krachten kan w uitgevoerd
- vooral gedaan door mensen die ook betaalde arbeid verrichten
- relatie betaald werk-vrijwilligerswerk: - holistische visie (in mekaars verlengde)
- compensatoire visie (wat je mist in betaalde werk)
Arbeid en vrije tijd
we zien arbeid als een plicht/last (door andere tijd vrij te noemen geven we aspect van verplichting
aan arbeidstijd)
- vrije tijd is wat overblijft nadat aan andere verplichtingen is voldaan
- onderscheid AT & VT op 3 vlakken: - onderscheid activiteiten die we in VT >< AT uitoefenen
- scheiding instituties & functiekringen
- scheiding in tijd (AT strak afgebakend, VT is wat overschiet)
→ vaak slechts duidelijke scheiding op 1 v/d 3 assen
- huishoudelijk werk moeilijker te differentiëren van arbeid dan vrije tijd
→ huishoudelijk werk is op zich ook productief werk
- pas met industrialisatie werd scheiding werktijd en vrije tijd duidelijk
- afgescheiden rollen door arbeid buitenshuis te verrichten
- scheiding rol & persoon (rol werkkracht >< huisvader)
- groter keuzeaanbod inzake werk (meer variatie door afgebakende beroepsrollen)
Kerncijfers van de Belgische arbeidsmarkt
- mensen in beroepsactieve leeftijd die niet werken & niet op zoek zijn naar werk = vooral:
- studenten (aan begin leeftijdsgroep)
- mensen die al gestopt zijn met werken (aan einde leeftijdsgroep)
- groot regionaal verschil in # werkzoekenden tussen 3 gewesten
- Belg stopt vroeg met werken