M&S WONEN
WONEN IN VLAANDEREN
WONINGEN
VOLDOENDE WONINGEN ?
300.000 woningen meer dan huishoudens (Vlaanderen)
→ grote kloof tussen statistieken en feitelijk woongedrag
→ mismatch
→ geen rekening gehouden met geografische verschillen
WONINGTYPE
dominant = eengezinswoning (niet-stedelijke gebieden)
¼ = meergezinswoning (neemt toe na 2000) (steden): - alleenstaanden
- werklozen
- zieken, arbeidsongeschikten
- jongste-oudste leeftijdsklasse
- gezinnen met laag inkomen
gem. woonopp. = 90 m (# zeer kleine woningen (<55 m2) daalt tot 13%)
2
mediaan kavelgrootte = 600 m2 (daalt bij nieuwbouw)
steeds meer 1à2 kamers
EIGENDOMSSTATUUT : VOORAL BEWONING DOOR EIGENAARS
overheid stimuleerde eigendomsverwerving → veel woningeigenaars in België
private huurmarkt = - alleenstaanden
- jongeren (ondervertegenwoordiging hoogste inkomens)
- ouderen
sociale huursector = - werklozen
- zieken, arbeidsongeschikten
- eenoudergezinnen
eigen woning bezitten blijft wens voor Vlaming: - huur = weggesmeten geld
- goede investering/vorm van sparen
- zekerheid
WOONOMGEVING
GRAAD VAN VERSTEDELIJKING
- suburbanisatie: aandeel woningen in steden daalt & neemt toe niet-stedelijke gemeenten
- verspreidde bewoning (‘nevel van bewoning’)
DE BUURT EN DE BUREN
- veel voorzieningen = op wandelafstand (minder in kleine gemeenten)
- verplaatsingen van/naar werk gebeurt meest met auto
, - contact met buren: - enkel korte babbels
- minder in appartementen en centrumsteden
TEVREDENHEID OVER WONING ?
meeste Vlamingen (zeer) tevreden over woning(omgeving)
→ eigenaars > huurders
→ < sociaal-economisch sterkere groepen
HISTORIEK VAN HET VLAAMSE WOONMODEL
- eigen woningbezit
- baksteen in de maag (zelf (ver)bouwen)
- suburbane of landelijke woning met tuin
PROLETARISCHE STADSUITBREIDING
19e eeuwse industrialisering → ongeziene urbanisatie (proletariaat leeft in beluiken)
POLITIEKE KEUZE VOOR EEN ANTISTEDELIJK WOONMODEL
afbraak sloppenwijken om burgerij terug naar de stad te brengen
→ weinig succesvol
→ arbeidersklasse verdreven/geconcentreerd in overblijvende stadswijken
concentratie arbeiders in dichtbevolkte stadswijken = “bedreiging van geloofsverval, morele
verloedering, sociaal oproer en politiek verzet”
→ antistedelijke wetgeving
- betaalbaar/fijnmazig openbaar vervoer (mobiliteit vergroten)
- eigen woning op platteland
oprichting Nationale maatschappij voor de Huisvesting (1919)
DOORBRAAK VAN ‘VERKAVELINGSVLAANDEREN ’ IN DE NAOORLOGSE WELVAARTSSTAAT
antistedelijke strategie versterkt door sterke rol van overheid in welvaartsstaat
- wet De Taeye → bouwpremie
- stedenbouwwet → verkavelingsvergunningen
- gebrek aan ruimtelijke ordening → goedkope suburbane gronden lijken eindeloos beschikbaar
- modernisering infrastructuur → toenemende mobiliteit
- regionale expansiewetten → ‘werk in eigen streek’
economische groei & stijgende koopkracht versterken suburbane woonuitbreiding
welvaartsstaat: ideaal van suburbane woning voor groeiende middenklasse
- gegoede stadsburgers: stad → landelijk gebied
- lagere inkomensgroepen + migranten: overgebleven oude woningen in binnensteden
RESULTAAT : SOCIAAL -RUIMTELIJKE DUALISERING
rijk: suburbane gebieden
arm: oude slechte woningen in wijken van 19e eeuwse industrialisering
WONEN IN VLAANDEREN
WONINGEN
VOLDOENDE WONINGEN ?
300.000 woningen meer dan huishoudens (Vlaanderen)
→ grote kloof tussen statistieken en feitelijk woongedrag
→ mismatch
→ geen rekening gehouden met geografische verschillen
WONINGTYPE
dominant = eengezinswoning (niet-stedelijke gebieden)
¼ = meergezinswoning (neemt toe na 2000) (steden): - alleenstaanden
- werklozen
- zieken, arbeidsongeschikten
- jongste-oudste leeftijdsklasse
- gezinnen met laag inkomen
gem. woonopp. = 90 m (# zeer kleine woningen (<55 m2) daalt tot 13%)
2
mediaan kavelgrootte = 600 m2 (daalt bij nieuwbouw)
steeds meer 1à2 kamers
EIGENDOMSSTATUUT : VOORAL BEWONING DOOR EIGENAARS
overheid stimuleerde eigendomsverwerving → veel woningeigenaars in België
private huurmarkt = - alleenstaanden
- jongeren (ondervertegenwoordiging hoogste inkomens)
- ouderen
sociale huursector = - werklozen
- zieken, arbeidsongeschikten
- eenoudergezinnen
eigen woning bezitten blijft wens voor Vlaming: - huur = weggesmeten geld
- goede investering/vorm van sparen
- zekerheid
WOONOMGEVING
GRAAD VAN VERSTEDELIJKING
- suburbanisatie: aandeel woningen in steden daalt & neemt toe niet-stedelijke gemeenten
- verspreidde bewoning (‘nevel van bewoning’)
DE BUURT EN DE BUREN
- veel voorzieningen = op wandelafstand (minder in kleine gemeenten)
- verplaatsingen van/naar werk gebeurt meest met auto
, - contact met buren: - enkel korte babbels
- minder in appartementen en centrumsteden
TEVREDENHEID OVER WONING ?
meeste Vlamingen (zeer) tevreden over woning(omgeving)
→ eigenaars > huurders
→ < sociaal-economisch sterkere groepen
HISTORIEK VAN HET VLAAMSE WOONMODEL
- eigen woningbezit
- baksteen in de maag (zelf (ver)bouwen)
- suburbane of landelijke woning met tuin
PROLETARISCHE STADSUITBREIDING
19e eeuwse industrialisering → ongeziene urbanisatie (proletariaat leeft in beluiken)
POLITIEKE KEUZE VOOR EEN ANTISTEDELIJK WOONMODEL
afbraak sloppenwijken om burgerij terug naar de stad te brengen
→ weinig succesvol
→ arbeidersklasse verdreven/geconcentreerd in overblijvende stadswijken
concentratie arbeiders in dichtbevolkte stadswijken = “bedreiging van geloofsverval, morele
verloedering, sociaal oproer en politiek verzet”
→ antistedelijke wetgeving
- betaalbaar/fijnmazig openbaar vervoer (mobiliteit vergroten)
- eigen woning op platteland
oprichting Nationale maatschappij voor de Huisvesting (1919)
DOORBRAAK VAN ‘VERKAVELINGSVLAANDEREN ’ IN DE NAOORLOGSE WELVAARTSSTAAT
antistedelijke strategie versterkt door sterke rol van overheid in welvaartsstaat
- wet De Taeye → bouwpremie
- stedenbouwwet → verkavelingsvergunningen
- gebrek aan ruimtelijke ordening → goedkope suburbane gronden lijken eindeloos beschikbaar
- modernisering infrastructuur → toenemende mobiliteit
- regionale expansiewetten → ‘werk in eigen streek’
economische groei & stijgende koopkracht versterken suburbane woonuitbreiding
welvaartsstaat: ideaal van suburbane woning voor groeiende middenklasse
- gegoede stadsburgers: stad → landelijk gebied
- lagere inkomensgroepen + migranten: overgebleven oude woningen in binnensteden
RESULTAAT : SOCIAAL -RUIMTELIJKE DUALISERING
rijk: suburbane gebieden
arm: oude slechte woningen in wijken van 19e eeuwse industrialisering