Samenvatting
Politieke Geschiedenis van België
Van 1830 tot heden
, Hoofdstuk 1 : De doorbraak van een burgerlijke parlementair-
constitutionele staat (1830-1848)
1. Inleiding
Belgische revolutie van 1830 : geen definitief keerpunt in de politieke strijd
oorzaken in verder verleden zoeken
soc. en cult. patronen in Noord en Zuid verschilden zodanig dat integratie moeilijk
bleek
pas in 1848 officiële opneming van België in rij van Europese mogendheden
in breder perspectief : 1830 helemaal niet zo beslissend, maar een overgangsperiode
waarin restanden van Ancien Régime geleidelijk aangepast werd aan mod. stromingen
Tweeslachtige rol van de revolutie :
1/ krachten die de opmars van de moderne gemechaniseerde industrie wilden afremmen en de
politieke macht van grondbezit en Kerk wilden herstellen
2/ burgerlijke intellectuelen zorgden ervoor dat de basisprincipes van de liberale staat ingang
vonden en grondwettelijk vastgelegd werden
=> spanningen tussen beiden maakten in 1830 een einde aan de regime van Willem I
2. De revolutie van 1830
industrialiseringsproces gaande, maar kende hoofdzakelijk agrarische structuren
1/ adellijke en burgerlijke grootgrondbezitters heel wat te zeggen
=> werden niet door economische motieven bewogen tot deelname aan de revolutie (een
aantal leden van de opkomende burgerij behoorden al vóór 1830 tot de elite), eerder
Oranjegezinde oppositie
2/ vnl. werk van lagere burgerij en zgn. middenklasse = uitgeslotenen van het systeem
=> zeer heterogne, economische meestal afhankelijke, maar sociaal zeer mobiele groep kleine
burgers, die nieuwe sociale en politieke vormen wilden : volkssoevereiniteit, parlementair
regime met ministeriële verantwoordelijkheid en erkenning van verschillande vrijheden
3/ ook deel van de grondadel aan de zijde van de revolutiegezinden : Willem I niet zo goed
belangen verdedigd + aspiraties van hogere geestelijken gedwarsboomd
=> monsterverbond tussen katholieken en liberalen of unionisme (1827)
4/ verpaupering arbeiders : niet moeilijk om in te schakelen in beweging
intellectuele middenklasse : oprichten van actiegroepen, petitionnementen (steun van volkse
achterband) etc.
=> Septemberdagen in Brussel : eigenlijk maar straatsgevechten en Nederlandse leger trok
zich terug (wou ruimte overlaten voor vreedzame onderhandelingen)
=> bombardement van de stad → kloof tussen Noord en Zuid niet meer te overbruggen
Redenen revolutie :
- besluiteloosheid en strategische en tactische misrekening van Willems reactie
- politieke motieven op internationale vlak :
* VK was bolwerk tegen Frankrijk geweest, dus Frankrijk stimuleerde de opstan
* andere Europese mogendheden waren bang voor hervatting van de oorlog
=> onafhankelijk en neutraal Belgiê (als surrogaat voor VK)
* onder internationale besluitsvormers voorstanders van het liberalisme
2
, 3. Het Nationeel Congres en de Grondwet
Grondwet van 1831 : compromis tussen conservatieven en liberalen
=> conservatieven : bereidheid om zich aan te passen aan de maatschappelijk veranderingen,
om zo radicalere hervormingen te voorkomen
=> liberalen : wilden grondige hervormigen doorvoeren, maar gematigde houding
Nationaal Congres (grondwetgevende parlement) :
- getrapt kiessysteem vervangen door rechtstreekse verkiezingen (maar belastingen die kiezers
- moesten betalen lag iets hoger)
- adellijke grootgrondbezitters en intellectuelen gaven er de toon aan
- Belgischgezinden unionisten en conservatieve en centrumkatholieke vleugel
meerderheid
=> behoudsgezinde en gematigde krachten meerderheid t.n.v. democraten
Gezamelijke strevingen :
- absolutistische aanspraken van de monarchie afremmen : constitutioneel-monarchaal
ordeningsbeginsel, strafrechterlijke en politieke ministeriële verantwoordelijkheid
- burgerlijke politieke vrijheid : belangen van de verschillende maatschappelijke groepen
met elkaar in overeenstemming brengen met behulp van de rede
=> parlementsleden moesten belangen in rationele termen omzetten, hadden toezichts- en
politiefunctie
- grondrechten van vrijheden : recht op vergaderen, op vereniging op persvrijheid
=> moderne, op burgerlijke leest geschoeide staat
Vroegliberalisme was niet revolutionair of democratisch : ging tijdens revolutie wel alliantie
aan met democraten, republikeinen en nationalisten, maar nu konden deze best gemist
worden : liberalen op sociaal vlak conservatief
=> maateregels om het ontstaan van een volksdemocratie te voorkomen :
* gematigde constitutionele monarchie i.p.v. democratische republikeinse staatsvorm
* vorst was compromisfiguur : Leopold von Saksen Coburg was pro-Engels,
voortrekker van de conservatieve adel en hogere geestelijkheid, en had een positieve
benadering van de kapitalistische hogere burgerij
Tweekamerstelsel :
1/ Senaat : conservatieve meerderheid (hoge verkiesbaarheidscijns)
2/ Kamer van Volksvertegenwoordigers : liberale meerderheid (ook minimumcijns)
(Congres wees capaciteitsstemrecht af)
=> vrijheden beperkt : vb. zegelbelasting (enkel rijken konden krant lezen), coalitieverbod
voor arbeiders, kiesrecht beperkt tot 1/100 inwoners
=> schijndemocratie zou reacties uitlokken bij politiek onmondig gehouden verzetsstrijders
uit de lagere bevolkingslagen
Kerk weinig nadelen van scheiding tussen Kerk en staat : verzekering van de expansie van de
eredienst, caritas en onderwijs onder staatscontrole, financiering van de infrastructuur van de
cultus en van de clerus door de staat)
=> enkele toegeving : vrijheid van meningsuiting : de door de Kerk gevreesde gelaïciseerde
samenleving behoorde vanaf dan tot de mogelijkheid , maar in vrij katholiek België geen reëel
toekomstperspectief => vrij soepel en verzoenende houding (tegen Vaticaan in)
3
Politieke Geschiedenis van België
Van 1830 tot heden
, Hoofdstuk 1 : De doorbraak van een burgerlijke parlementair-
constitutionele staat (1830-1848)
1. Inleiding
Belgische revolutie van 1830 : geen definitief keerpunt in de politieke strijd
oorzaken in verder verleden zoeken
soc. en cult. patronen in Noord en Zuid verschilden zodanig dat integratie moeilijk
bleek
pas in 1848 officiële opneming van België in rij van Europese mogendheden
in breder perspectief : 1830 helemaal niet zo beslissend, maar een overgangsperiode
waarin restanden van Ancien Régime geleidelijk aangepast werd aan mod. stromingen
Tweeslachtige rol van de revolutie :
1/ krachten die de opmars van de moderne gemechaniseerde industrie wilden afremmen en de
politieke macht van grondbezit en Kerk wilden herstellen
2/ burgerlijke intellectuelen zorgden ervoor dat de basisprincipes van de liberale staat ingang
vonden en grondwettelijk vastgelegd werden
=> spanningen tussen beiden maakten in 1830 een einde aan de regime van Willem I
2. De revolutie van 1830
industrialiseringsproces gaande, maar kende hoofdzakelijk agrarische structuren
1/ adellijke en burgerlijke grootgrondbezitters heel wat te zeggen
=> werden niet door economische motieven bewogen tot deelname aan de revolutie (een
aantal leden van de opkomende burgerij behoorden al vóór 1830 tot de elite), eerder
Oranjegezinde oppositie
2/ vnl. werk van lagere burgerij en zgn. middenklasse = uitgeslotenen van het systeem
=> zeer heterogne, economische meestal afhankelijke, maar sociaal zeer mobiele groep kleine
burgers, die nieuwe sociale en politieke vormen wilden : volkssoevereiniteit, parlementair
regime met ministeriële verantwoordelijkheid en erkenning van verschillande vrijheden
3/ ook deel van de grondadel aan de zijde van de revolutiegezinden : Willem I niet zo goed
belangen verdedigd + aspiraties van hogere geestelijken gedwarsboomd
=> monsterverbond tussen katholieken en liberalen of unionisme (1827)
4/ verpaupering arbeiders : niet moeilijk om in te schakelen in beweging
intellectuele middenklasse : oprichten van actiegroepen, petitionnementen (steun van volkse
achterband) etc.
=> Septemberdagen in Brussel : eigenlijk maar straatsgevechten en Nederlandse leger trok
zich terug (wou ruimte overlaten voor vreedzame onderhandelingen)
=> bombardement van de stad → kloof tussen Noord en Zuid niet meer te overbruggen
Redenen revolutie :
- besluiteloosheid en strategische en tactische misrekening van Willems reactie
- politieke motieven op internationale vlak :
* VK was bolwerk tegen Frankrijk geweest, dus Frankrijk stimuleerde de opstan
* andere Europese mogendheden waren bang voor hervatting van de oorlog
=> onafhankelijk en neutraal Belgiê (als surrogaat voor VK)
* onder internationale besluitsvormers voorstanders van het liberalisme
2
, 3. Het Nationeel Congres en de Grondwet
Grondwet van 1831 : compromis tussen conservatieven en liberalen
=> conservatieven : bereidheid om zich aan te passen aan de maatschappelijk veranderingen,
om zo radicalere hervormingen te voorkomen
=> liberalen : wilden grondige hervormigen doorvoeren, maar gematigde houding
Nationaal Congres (grondwetgevende parlement) :
- getrapt kiessysteem vervangen door rechtstreekse verkiezingen (maar belastingen die kiezers
- moesten betalen lag iets hoger)
- adellijke grootgrondbezitters en intellectuelen gaven er de toon aan
- Belgischgezinden unionisten en conservatieve en centrumkatholieke vleugel
meerderheid
=> behoudsgezinde en gematigde krachten meerderheid t.n.v. democraten
Gezamelijke strevingen :
- absolutistische aanspraken van de monarchie afremmen : constitutioneel-monarchaal
ordeningsbeginsel, strafrechterlijke en politieke ministeriële verantwoordelijkheid
- burgerlijke politieke vrijheid : belangen van de verschillende maatschappelijke groepen
met elkaar in overeenstemming brengen met behulp van de rede
=> parlementsleden moesten belangen in rationele termen omzetten, hadden toezichts- en
politiefunctie
- grondrechten van vrijheden : recht op vergaderen, op vereniging op persvrijheid
=> moderne, op burgerlijke leest geschoeide staat
Vroegliberalisme was niet revolutionair of democratisch : ging tijdens revolutie wel alliantie
aan met democraten, republikeinen en nationalisten, maar nu konden deze best gemist
worden : liberalen op sociaal vlak conservatief
=> maateregels om het ontstaan van een volksdemocratie te voorkomen :
* gematigde constitutionele monarchie i.p.v. democratische republikeinse staatsvorm
* vorst was compromisfiguur : Leopold von Saksen Coburg was pro-Engels,
voortrekker van de conservatieve adel en hogere geestelijkheid, en had een positieve
benadering van de kapitalistische hogere burgerij
Tweekamerstelsel :
1/ Senaat : conservatieve meerderheid (hoge verkiesbaarheidscijns)
2/ Kamer van Volksvertegenwoordigers : liberale meerderheid (ook minimumcijns)
(Congres wees capaciteitsstemrecht af)
=> vrijheden beperkt : vb. zegelbelasting (enkel rijken konden krant lezen), coalitieverbod
voor arbeiders, kiesrecht beperkt tot 1/100 inwoners
=> schijndemocratie zou reacties uitlokken bij politiek onmondig gehouden verzetsstrijders
uit de lagere bevolkingslagen
Kerk weinig nadelen van scheiding tussen Kerk en staat : verzekering van de expansie van de
eredienst, caritas en onderwijs onder staatscontrole, financiering van de infrastructuur van de
cultus en van de clerus door de staat)
=> enkele toegeving : vrijheid van meningsuiting : de door de Kerk gevreesde gelaïciseerde
samenleving behoorde vanaf dan tot de mogelijkheid , maar in vrij katholiek België geen reëel
toekomstperspectief => vrij soepel en verzoenende houding (tegen Vaticaan in)
3