Mondeling examen:
1 kaartje trekken met 3 concepten: Kladpapier + Schriftelijke voorbereiding examen (korte puntjes –
concepten verklaren, voorbeeld geven, waar het staat in de cursus, uitleggen). Als je klaar bent kom je
naar de prof en leg je het uit. De meeste concepten komen uit de lesnota‟s. Een 3de concept komt ook
uit het boek (je moet weten wie the thinkers zijn).
1ste concept makkelijkste, 2de concept moeilijkste.
Bv. Stadstaten (ook kunnen uitleggen waarom we het gezien hebben), agenda setting, radification,
Ulrich Beck, cosmopolitanism
1 LES : INTRODUCTIE
1.1 Relevantie van het vak (IP/IB)
Hoe word jij beïnvloed door wat er zich buiten onze landsgrenzen afspeelt?
– EU (wetgeving)
– Benzine/Oorlog (Midden-Oosten)
– Migratie (Syrië naar België en andersom, dus in 2 richtingen)
– A-wapens/N-wapens
– Reizen (invloed van de Arabische lente)
– Media
– 9/11 privacy, strengere procedures
– 70% van ons BNP wordt verhandeld
– Hoeveel geeft België uit aan defensie? € 4 miljard
“ “ Amerika “ ? 500 miljard $
1.2 Doelstellingen van het vak
1. Feitenkennis
2. Kritische attitude verwerven: Feiten spreken niet voor zich
– Klopt het?
– Wie schrijft het?
– Waarom? Waarom op dit moment?
– Bv. Hedley Bull
۰ “The reason we must be concerned with the theory as well as the history of
the subject is that all discussions of international politics.. proceed upon
theoretical assumptions which we should acknowledge and investigate rather
than ignore or leave unchallenged. The enterprise of theoretical investigation
is at its minimum one directed towards criticism: towards identifying ,
formulating, refining, and questioning the general assumptions on which the
everyday discussion of international politics proceeds”
– Bv. Dick Cheney, 2002
۰ “Simpelweg, er is geen twijfel mogelijk dat Saddam Hoessein nu over
massavernietigingswapens beschikt”
۰ Legitimatie voor oorlog (2002). Had het eerder te maken met
handelsbelangen?
3. Op een wetenschappelijke manier de internationale politiek kunnen analyseren
(m.b.v. concepten, theorieën) en eventueel categoriseren
– Categoriseren: Iran aanvallen = vb van preventieve aanval
= vb van „primacy‟, dominantie, hegemonie-streven
= vb offensief realisme
= vb van realisme
1
, – We mogen geweld gebruiken als staat als zelfverdediging en als de veiligheidsstaat
het goedkeurt
– Definitie theorie:
Een geheel van algemene abstracte beweringen of hypothesen die de realiteit
– in casu de internationale politiek – beschrijven, verklaren en/of voorpellen
met het oog op het meer begrijpbaar maken van die realiteit.
Baylis, Smith and Owens - “A kind of simplifying device that allows you to
decide which facts matter and which do not”
Hedley Bull – “At its maximum, te enterprise (of theoretical investigation) is
concerned with theoretical construction: with establishing that certain
assumptionsare true while others are false, certain arguments valid while
others are invalid, and so proceeding to erect a firm structure of knowledge”
→Het minimum is kritisch zijn, het maximum is zelf een theorie ontwerpen
– Kwantitatief/kwalitatief
– Inductief/deductief
– Megatheorieën (of paradigma‟s) / Mid-level theories
۰ Bv. Democratie leidt naar vrede Wat is democratie? Stabiele democratieën
vechten nooit tegen elkaar. Als alle landen ter wereld democratisch zouden
zijn dan is er wereldvrede en vechten de landen nooit meer tegen elkaar.
Statistisch gezien klopt deze theorie.
– J. Adams
۰ De wereld een beetje beter maken
۰ “I must study politics and war that my sons have liberty to study mathematics
and philosophy.. in order to give their children a right to study painting,
poetry, music”
4. Die analyse schriftelijk & mondeling kunnen communiceren
1.3 Methodologie: zes soorten analyses
1. Beschrijvende: Het in kaart brengen, verzamelen van feiten, vergelijkingen,…
– Begin van het probleem: Nauwkeurig waarnemen
– Bv. wereldkaart vanuit oogpunt van Afrika
– Bv. oude en jonge vrouw
– Bv. ambigue figuur van Jezus:
۰ Oppassen met het zwart-zwit afschilderen van ambigue theorieën
– Bv. de actoren v/e conflict, een beleid (comparatief)
– Mercatorprojectie, Peeters projectie
2. Verklarende: Verklaring geven voor een fenomeen, waarom gebeurt er iets?
– Sociaal-wetenschappelijke benadering (a.d.h.v. empirisch onderzoek)
۰ Onafhankelijke & afhankelijke variabele (meest ambitieus)
۰ Bv. democratisering leidt tot vrede, want democratieën voeren geen oorlog
tegen elkaar en dus moeten we alle landen democratisch maken
– Politieke theorieën: historische, constructivistische benadering
3. Evaluatieve: Evalueren van beleid Bv. „Is Obama goed bezig?‟, Obama wou absoluut niet
interveniëren in Syrië vanwege zijn verkiezingsbeloftes, geldtekort,… Obama
maakt bochten maar toch heeft hij het zeer goed gedaan.
4. Voorspellende: Op basis van alle analyses voorspellen
5. Prescriptieve (of strategische): Aanbevelingen doen aan de beleidsmakers
2
, 6. Normatieve: Is iets goed of slecht op basis van waarden en normen. Videofragment Irak –
Makkelijk doelwit, machtsmisbruik, ze handelen zonder voldoende informatie.
Bestaat er recht over wat mag en niet mag tijdens oorlog? Ja, conferentie van
Genève, Ius in Bello. Welke zaken zijn geoorloofd en welke niet. Enkel
militairen „engagen‟, geen vrouwen en kinderen, geen burgerslachtoffers. Het
gebruik van geweld moet proportioneel zijn. Recht op verzorging.
– Staatsleiders: welke instrumenten inzetten?
– Militairen: Hoe „rules of engagement‟ verzoenen met internationaal
recht?
– Burgers: welke consumptiegoederen aanschaffen?
1.3.1 Analyseniveau’s
Kenneth Waltz - “Man, the state, and war.” (1959)
Het individu (Obama), de staat, en oorlog (internationaal systeemniveau)
1. Internationaal systeem:
– Unipolaire, bipolaire of multipolaire wereld?
– Mate van „internationale gemeenschap‟: Internationale samenwerking:
۰ Unilateralisme ↔ Multilateralisme
– IO‟s: Int. recht, int. regimes
– Economisch: Kapitalistisch, globaal
– Geografie, geopolitiek
2. Regionale internationale systemen: EU, Afrikaanse Unie
3. Staten-niveau:
– Grote ↔ Kleine
– Sterke ↔ Zwakke
– Status-quo ↔ Expansionistische (Staten die territorium willen uitbreiden)
– Democratische ↔ Autoritaire
۰ Sterke staat: België staat op nr. 23 qua BNP van 190 landen
۰ Zwakke staten: Somalië & Afghanistan: Zwakke regering, geen industrie,..
۰ Failed states index: Bv. Canada, Scandinavië
4. Sub-statelijk niveau:
– Lobbygroepen: Bv. wapens, olieproducenten zijn machtiger dan de staten
– Politieke partijen
– Bureaucratische organisaties
– Etnieën
– Elites
– Belangengroepen
– Religies
– Volkeren & talengemeenschappen
– Multinationals
– NGO‟s
– Publieke opinie
5. Individueel niveau: Wie er aan het hoofd staat Bv. Obama ↔ Bush
Agent-structure debate:
– Karl Marx - “People make history, but not in conditions of their own choosing”
– Kunnen wij iets veranderen aan de internationale politiek? Of hebben we geen invloed?
3
1 kaartje trekken met 3 concepten: Kladpapier + Schriftelijke voorbereiding examen (korte puntjes –
concepten verklaren, voorbeeld geven, waar het staat in de cursus, uitleggen). Als je klaar bent kom je
naar de prof en leg je het uit. De meeste concepten komen uit de lesnota‟s. Een 3de concept komt ook
uit het boek (je moet weten wie the thinkers zijn).
1ste concept makkelijkste, 2de concept moeilijkste.
Bv. Stadstaten (ook kunnen uitleggen waarom we het gezien hebben), agenda setting, radification,
Ulrich Beck, cosmopolitanism
1 LES : INTRODUCTIE
1.1 Relevantie van het vak (IP/IB)
Hoe word jij beïnvloed door wat er zich buiten onze landsgrenzen afspeelt?
– EU (wetgeving)
– Benzine/Oorlog (Midden-Oosten)
– Migratie (Syrië naar België en andersom, dus in 2 richtingen)
– A-wapens/N-wapens
– Reizen (invloed van de Arabische lente)
– Media
– 9/11 privacy, strengere procedures
– 70% van ons BNP wordt verhandeld
– Hoeveel geeft België uit aan defensie? € 4 miljard
“ “ Amerika “ ? 500 miljard $
1.2 Doelstellingen van het vak
1. Feitenkennis
2. Kritische attitude verwerven: Feiten spreken niet voor zich
– Klopt het?
– Wie schrijft het?
– Waarom? Waarom op dit moment?
– Bv. Hedley Bull
۰ “The reason we must be concerned with the theory as well as the history of
the subject is that all discussions of international politics.. proceed upon
theoretical assumptions which we should acknowledge and investigate rather
than ignore or leave unchallenged. The enterprise of theoretical investigation
is at its minimum one directed towards criticism: towards identifying ,
formulating, refining, and questioning the general assumptions on which the
everyday discussion of international politics proceeds”
– Bv. Dick Cheney, 2002
۰ “Simpelweg, er is geen twijfel mogelijk dat Saddam Hoessein nu over
massavernietigingswapens beschikt”
۰ Legitimatie voor oorlog (2002). Had het eerder te maken met
handelsbelangen?
3. Op een wetenschappelijke manier de internationale politiek kunnen analyseren
(m.b.v. concepten, theorieën) en eventueel categoriseren
– Categoriseren: Iran aanvallen = vb van preventieve aanval
= vb van „primacy‟, dominantie, hegemonie-streven
= vb offensief realisme
= vb van realisme
1
, – We mogen geweld gebruiken als staat als zelfverdediging en als de veiligheidsstaat
het goedkeurt
– Definitie theorie:
Een geheel van algemene abstracte beweringen of hypothesen die de realiteit
– in casu de internationale politiek – beschrijven, verklaren en/of voorpellen
met het oog op het meer begrijpbaar maken van die realiteit.
Baylis, Smith and Owens - “A kind of simplifying device that allows you to
decide which facts matter and which do not”
Hedley Bull – “At its maximum, te enterprise (of theoretical investigation) is
concerned with theoretical construction: with establishing that certain
assumptionsare true while others are false, certain arguments valid while
others are invalid, and so proceeding to erect a firm structure of knowledge”
→Het minimum is kritisch zijn, het maximum is zelf een theorie ontwerpen
– Kwantitatief/kwalitatief
– Inductief/deductief
– Megatheorieën (of paradigma‟s) / Mid-level theories
۰ Bv. Democratie leidt naar vrede Wat is democratie? Stabiele democratieën
vechten nooit tegen elkaar. Als alle landen ter wereld democratisch zouden
zijn dan is er wereldvrede en vechten de landen nooit meer tegen elkaar.
Statistisch gezien klopt deze theorie.
– J. Adams
۰ De wereld een beetje beter maken
۰ “I must study politics and war that my sons have liberty to study mathematics
and philosophy.. in order to give their children a right to study painting,
poetry, music”
4. Die analyse schriftelijk & mondeling kunnen communiceren
1.3 Methodologie: zes soorten analyses
1. Beschrijvende: Het in kaart brengen, verzamelen van feiten, vergelijkingen,…
– Begin van het probleem: Nauwkeurig waarnemen
– Bv. wereldkaart vanuit oogpunt van Afrika
– Bv. oude en jonge vrouw
– Bv. ambigue figuur van Jezus:
۰ Oppassen met het zwart-zwit afschilderen van ambigue theorieën
– Bv. de actoren v/e conflict, een beleid (comparatief)
– Mercatorprojectie, Peeters projectie
2. Verklarende: Verklaring geven voor een fenomeen, waarom gebeurt er iets?
– Sociaal-wetenschappelijke benadering (a.d.h.v. empirisch onderzoek)
۰ Onafhankelijke & afhankelijke variabele (meest ambitieus)
۰ Bv. democratisering leidt tot vrede, want democratieën voeren geen oorlog
tegen elkaar en dus moeten we alle landen democratisch maken
– Politieke theorieën: historische, constructivistische benadering
3. Evaluatieve: Evalueren van beleid Bv. „Is Obama goed bezig?‟, Obama wou absoluut niet
interveniëren in Syrië vanwege zijn verkiezingsbeloftes, geldtekort,… Obama
maakt bochten maar toch heeft hij het zeer goed gedaan.
4. Voorspellende: Op basis van alle analyses voorspellen
5. Prescriptieve (of strategische): Aanbevelingen doen aan de beleidsmakers
2
, 6. Normatieve: Is iets goed of slecht op basis van waarden en normen. Videofragment Irak –
Makkelijk doelwit, machtsmisbruik, ze handelen zonder voldoende informatie.
Bestaat er recht over wat mag en niet mag tijdens oorlog? Ja, conferentie van
Genève, Ius in Bello. Welke zaken zijn geoorloofd en welke niet. Enkel
militairen „engagen‟, geen vrouwen en kinderen, geen burgerslachtoffers. Het
gebruik van geweld moet proportioneel zijn. Recht op verzorging.
– Staatsleiders: welke instrumenten inzetten?
– Militairen: Hoe „rules of engagement‟ verzoenen met internationaal
recht?
– Burgers: welke consumptiegoederen aanschaffen?
1.3.1 Analyseniveau’s
Kenneth Waltz - “Man, the state, and war.” (1959)
Het individu (Obama), de staat, en oorlog (internationaal systeemniveau)
1. Internationaal systeem:
– Unipolaire, bipolaire of multipolaire wereld?
– Mate van „internationale gemeenschap‟: Internationale samenwerking:
۰ Unilateralisme ↔ Multilateralisme
– IO‟s: Int. recht, int. regimes
– Economisch: Kapitalistisch, globaal
– Geografie, geopolitiek
2. Regionale internationale systemen: EU, Afrikaanse Unie
3. Staten-niveau:
– Grote ↔ Kleine
– Sterke ↔ Zwakke
– Status-quo ↔ Expansionistische (Staten die territorium willen uitbreiden)
– Democratische ↔ Autoritaire
۰ Sterke staat: België staat op nr. 23 qua BNP van 190 landen
۰ Zwakke staten: Somalië & Afghanistan: Zwakke regering, geen industrie,..
۰ Failed states index: Bv. Canada, Scandinavië
4. Sub-statelijk niveau:
– Lobbygroepen: Bv. wapens, olieproducenten zijn machtiger dan de staten
– Politieke partijen
– Bureaucratische organisaties
– Etnieën
– Elites
– Belangengroepen
– Religies
– Volkeren & talengemeenschappen
– Multinationals
– NGO‟s
– Publieke opinie
5. Individueel niveau: Wie er aan het hoofd staat Bv. Obama ↔ Bush
Agent-structure debate:
– Karl Marx - “People make history, but not in conditions of their own choosing”
– Kunnen wij iets veranderen aan de internationale politiek? Of hebben we geen invloed?
3