Inhoudsopgave
Hoofdstuk 10: Politiek- ambtelijke verhoudingen................................................................................... 2
1. Inleiding ....................................................................................................................................... 2
2. Theoretische situering: modellen en benaderingen van de politiek- ambtelijke relatie ............ 2
2.1 Het klassieke dichotomie model ............................................................................................... 2
Kritiek op de dichotomie ................................................................................................................. 3
2.2 Overzicht van meer genuanceerde modellen ..................................................................... 3
3. Schets van de belangrijkste determinanten van de politiek- ambtelijke relatie......................... 5
4. Basiskenmerken van de politiek- ambtelijke verhouding in Vlaanderen: politiek benoemde
topambtenaren en ministeriële kabinetten ........................................................................................ 6
4.1 Politieke benoemingen.............................................................................................................. 6
4.2 Ministeriële kabinetten (!!!) ...................................................................................................... 7
5. Naar een andere politiek- ambtelijke verhouding in België/Vlaanderen?.................................... 11
5.1 (Pogingen tot) hervorming van de federale politiek- ambtelijke verhouding via de
Copernicus-hervorming ................................................................................................................. 11
5.2 (Pogingen tot) hervorming van de Vlaams politiek- ambtelike verhouding via de
hervorming Beter Bestuurlijk Beleid ............................................................................................. 11
5.4 Haalbaarheid van en randvoorwaarden voor een andere politiek- ambtelijke verhouding... 12
6. Besluit ............................................................................................................................................ 12
,Hoofdstuk 10: Politiek- ambtelijke verhoudingen
1. Inleiding
De politiek- ambtelijke verhouding is samengaand met spanningen. Dit leent zich uiteindelijk tot
theoretische en beleidsrelevante beschouwingen. In de politiek- ambtelijke relatie komen 2
sferen/werelden samen:
De politieke sfeer waarbij ministers/burgemeesters/schepenen als vertegenwoordigers van
een partij in een representatieve democratie beleid moeten voeren die aan de
verwachtingen van het/zijn/haar electoraat1 én van de meerderheid in het Parlement/ de
Gemeenteraad.
De ambtelijke sfeer die het beleid moet uitvoeren en waar we neutraliteit en efficiëntie van
verwachten.
Relatie tussen ambtenaren en politici gaat constant onder dit spanningsveld gebukt:
Een minister, burgemeester of schepen moet niet alleen politicus, partijmandataris,
vertegenwoordiger van een kieskring zijn, maar tegelijk ook bestuurder van zijn overheidsdienst zijn.
Een ambtenaar moet enerzijds een neutrale bestuurder en beleidsadviseur zijn, maar moet
anderzijds ook de nodige ondersteuning aan een regering van politieke partijen en aan minister van
een bepaalde partij bieden.
2. Theoretische situering: modellen en benaderingen van
de politiek- ambtelijke relatie
2.1 Het klassieke dichotomie model
Klassieke benadering politiek- ambtelijke verhouding: het dichotomie2-model dit model zegt dat:
politieke en ambtelijke sfeer 2 verschillende werelden zijn en best gescheiden blijven. Politici bepalen
beleid en moeten verantwoordingen afleggen over hun realisaties ad kiezer. Ambtenaren moeten
beleid loyaal en zo goed mogelijk uitvoeren, onafhankelijk van de politiek. ZIE SCHEMA PAGINA 262
Onze klassieke wijze van kijken wordt sterk bepaald door de normatieve (of dichotomische)
benaderingen van meneer Wilson & meneer Weber. Het schema op p 262 toont de eigenschappen
vanuit de normatieve benadering. In ’t kort staat er dus in het schema dat het de politici (of de
politiek) zijn die de strategie aangeven en de ambtenaren die moeten managen. Wilson en Weber
wilden een strikte scheiding voorop stellen en wilden de administratie afschermen van te veel
politieke inmenging in beleidsuitvoering. De uitvoeringskeuzes behoorden aan ambtenaren.
“No republican way to build a road” = ?
1
alle kiesgerechtigden tezamen.
2
Dichotomie= tweedeling
, Kritiek op de dichotomie
Strikte scheiding tsn ambtenaren en politici is er niet: ambtenaren zijn in de praktijk vaak
wel bezig met beleid en werken intensief samen met politici.
Het scheidingsmodel overschat de neutraliteit van beleidsuitvoering: aan tal van
uitvoeringsdossiers zijn belangrijke politieke of maatschappelijke aspecten verbonden.
Beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering lopen meer door elkaar: regelgeving bevat bvb
niet alleen artikels over doelgroepen van het beleid en beleidsinstrumenten, maar ook
bepalingen over uitvoeringsstructuren en uitvoeringsprocedures. Het beleid voorbereiden
vereist dat men gaat nadenken over de beleidsuitvoering.
Het klassieke model stelt ambtenaren te gemakkelijk voor als neutrale, technische actoren.
Ambtenaren hebben eigen belangen, voorkeuren en interesses die de neutraliteit,
effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering kunnen “bedreigen”. Ambtenaren hebben dus
ook meer invloed op de keuzes die gemaakt worden.
DIA 5: De street- level bureaucrats STAAT NIET IN CURSUS
Notities bij dia:
In de bestuurskunde is er meer aandacht aan de ambtenaren die uitvoeren, hun eigen keuzes maken.
Het beleid gebeurt door de mensen die oog in oog staan met de klanten. Bijvoorbeeld:
politie die op straat actief is, niet de chef die constant achter zijn bureau zit en van daaruit
bevelen geeft.
docent, staat oog in oog met leerlingen (= “klanten”)
mannen/vrouwen die werken in het containerpark
Het gaat dus om de manier hoe het beleid tot je overkomt wanneer je in contact komt met street-
level bureaucrats; degenen die het beleid van een organisatie op dat moment realiseren.
Lipsky heeft hierbij gedrag van de street-level bureaucrats bestudeerd.
BOTTOM-UP = je kijkt vanuit de basis; kijken vanuit het zicht van de uitvoerder of street-level
bureaucrat. (ik denk dat dit hoort bij : “Uitvoerders vormen een eigen wereld met een eigen ruimte
tot beslissen: van beneden naar boven kijken”)
Men wilt weg van de hiërarchische kijk: wanneer probleem wordt vastgesteld meer ‘Co-Co-Co’ =
Command Control Coördinatie
2.2 Overzicht van meer genuanceerde modellen
1. Roltheoretische stroming: de (zelf)analyse van wat de ambtenaren en politici in het
beleidsproces inbrengen gecombineerd met een beschrijving van hun opinies en socio-
demografische kenmerken.
2. Structurele relatie-stroming: spitst zich toe op de impact van structuren en
systeemkenmerken op de interactie en (machts)verhouding tussen beide beleidsactoren.
Auteurs uit deze stroming besteedden veel aandacht aan de impact van opleidings- en
loopbaanaspecten van ambtenaren en politici.
Hoofdstuk 10: Politiek- ambtelijke verhoudingen................................................................................... 2
1. Inleiding ....................................................................................................................................... 2
2. Theoretische situering: modellen en benaderingen van de politiek- ambtelijke relatie ............ 2
2.1 Het klassieke dichotomie model ............................................................................................... 2
Kritiek op de dichotomie ................................................................................................................. 3
2.2 Overzicht van meer genuanceerde modellen ..................................................................... 3
3. Schets van de belangrijkste determinanten van de politiek- ambtelijke relatie......................... 5
4. Basiskenmerken van de politiek- ambtelijke verhouding in Vlaanderen: politiek benoemde
topambtenaren en ministeriële kabinetten ........................................................................................ 6
4.1 Politieke benoemingen.............................................................................................................. 6
4.2 Ministeriële kabinetten (!!!) ...................................................................................................... 7
5. Naar een andere politiek- ambtelijke verhouding in België/Vlaanderen?.................................... 11
5.1 (Pogingen tot) hervorming van de federale politiek- ambtelijke verhouding via de
Copernicus-hervorming ................................................................................................................. 11
5.2 (Pogingen tot) hervorming van de Vlaams politiek- ambtelike verhouding via de
hervorming Beter Bestuurlijk Beleid ............................................................................................. 11
5.4 Haalbaarheid van en randvoorwaarden voor een andere politiek- ambtelijke verhouding... 12
6. Besluit ............................................................................................................................................ 12
,Hoofdstuk 10: Politiek- ambtelijke verhoudingen
1. Inleiding
De politiek- ambtelijke verhouding is samengaand met spanningen. Dit leent zich uiteindelijk tot
theoretische en beleidsrelevante beschouwingen. In de politiek- ambtelijke relatie komen 2
sferen/werelden samen:
De politieke sfeer waarbij ministers/burgemeesters/schepenen als vertegenwoordigers van
een partij in een representatieve democratie beleid moeten voeren die aan de
verwachtingen van het/zijn/haar electoraat1 én van de meerderheid in het Parlement/ de
Gemeenteraad.
De ambtelijke sfeer die het beleid moet uitvoeren en waar we neutraliteit en efficiëntie van
verwachten.
Relatie tussen ambtenaren en politici gaat constant onder dit spanningsveld gebukt:
Een minister, burgemeester of schepen moet niet alleen politicus, partijmandataris,
vertegenwoordiger van een kieskring zijn, maar tegelijk ook bestuurder van zijn overheidsdienst zijn.
Een ambtenaar moet enerzijds een neutrale bestuurder en beleidsadviseur zijn, maar moet
anderzijds ook de nodige ondersteuning aan een regering van politieke partijen en aan minister van
een bepaalde partij bieden.
2. Theoretische situering: modellen en benaderingen van
de politiek- ambtelijke relatie
2.1 Het klassieke dichotomie model
Klassieke benadering politiek- ambtelijke verhouding: het dichotomie2-model dit model zegt dat:
politieke en ambtelijke sfeer 2 verschillende werelden zijn en best gescheiden blijven. Politici bepalen
beleid en moeten verantwoordingen afleggen over hun realisaties ad kiezer. Ambtenaren moeten
beleid loyaal en zo goed mogelijk uitvoeren, onafhankelijk van de politiek. ZIE SCHEMA PAGINA 262
Onze klassieke wijze van kijken wordt sterk bepaald door de normatieve (of dichotomische)
benaderingen van meneer Wilson & meneer Weber. Het schema op p 262 toont de eigenschappen
vanuit de normatieve benadering. In ’t kort staat er dus in het schema dat het de politici (of de
politiek) zijn die de strategie aangeven en de ambtenaren die moeten managen. Wilson en Weber
wilden een strikte scheiding voorop stellen en wilden de administratie afschermen van te veel
politieke inmenging in beleidsuitvoering. De uitvoeringskeuzes behoorden aan ambtenaren.
“No republican way to build a road” = ?
1
alle kiesgerechtigden tezamen.
2
Dichotomie= tweedeling
, Kritiek op de dichotomie
Strikte scheiding tsn ambtenaren en politici is er niet: ambtenaren zijn in de praktijk vaak
wel bezig met beleid en werken intensief samen met politici.
Het scheidingsmodel overschat de neutraliteit van beleidsuitvoering: aan tal van
uitvoeringsdossiers zijn belangrijke politieke of maatschappelijke aspecten verbonden.
Beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering lopen meer door elkaar: regelgeving bevat bvb
niet alleen artikels over doelgroepen van het beleid en beleidsinstrumenten, maar ook
bepalingen over uitvoeringsstructuren en uitvoeringsprocedures. Het beleid voorbereiden
vereist dat men gaat nadenken over de beleidsuitvoering.
Het klassieke model stelt ambtenaren te gemakkelijk voor als neutrale, technische actoren.
Ambtenaren hebben eigen belangen, voorkeuren en interesses die de neutraliteit,
effectiviteit en efficiëntie van de uitvoering kunnen “bedreigen”. Ambtenaren hebben dus
ook meer invloed op de keuzes die gemaakt worden.
DIA 5: De street- level bureaucrats STAAT NIET IN CURSUS
Notities bij dia:
In de bestuurskunde is er meer aandacht aan de ambtenaren die uitvoeren, hun eigen keuzes maken.
Het beleid gebeurt door de mensen die oog in oog staan met de klanten. Bijvoorbeeld:
politie die op straat actief is, niet de chef die constant achter zijn bureau zit en van daaruit
bevelen geeft.
docent, staat oog in oog met leerlingen (= “klanten”)
mannen/vrouwen die werken in het containerpark
Het gaat dus om de manier hoe het beleid tot je overkomt wanneer je in contact komt met street-
level bureaucrats; degenen die het beleid van een organisatie op dat moment realiseren.
Lipsky heeft hierbij gedrag van de street-level bureaucrats bestudeerd.
BOTTOM-UP = je kijkt vanuit de basis; kijken vanuit het zicht van de uitvoerder of street-level
bureaucrat. (ik denk dat dit hoort bij : “Uitvoerders vormen een eigen wereld met een eigen ruimte
tot beslissen: van beneden naar boven kijken”)
Men wilt weg van de hiërarchische kijk: wanneer probleem wordt vastgesteld meer ‘Co-Co-Co’ =
Command Control Coördinatie
2.2 Overzicht van meer genuanceerde modellen
1. Roltheoretische stroming: de (zelf)analyse van wat de ambtenaren en politici in het
beleidsproces inbrengen gecombineerd met een beschrijving van hun opinies en socio-
demografische kenmerken.
2. Structurele relatie-stroming: spitst zich toe op de impact van structuren en
systeemkenmerken op de interactie en (machts)verhouding tussen beide beleidsactoren.
Auteurs uit deze stroming besteedden veel aandacht aan de impact van opleidings- en
loopbaanaspecten van ambtenaren en politici.