De uitoefening van de verpleegkunde en
Kwaliteitswet
Uitbreiding zorgladder
6 verschillende statuten:
Zorgkundige: helpt bij dagelijkse zorg zoals wassen, eten geven, en
comfort bieden. Geen verpleegkundige handelingen
Basisverpleegkundige: heeft een 3-jarige HBO5-opleiding. Mag
bepaalde verpleegkundige taken uitvoeren, maar niet alles.
Verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg: nieuwe
term voor ‘verpleegkundige’. Heeft een 4-jarige bacheloropleiding. Mag
zelfstandig verpleegkundige zorg plannen en uitvoeren.
Gespecialiseerd verpleegkundige: heeft extra opleiding in een
specifiek domein, zoals spoed, geriatrie of pediatrie.
Verpleegkundig specialist: combineert verpleegkundige taken met
wetenschappelijk onderzoek. Heeft een masteropleiding.
Klinisch verpleegkundig onderzoeker: VPK verantwoordelijk voor
algemene zorg + heeft een doctoraat en doet wetenschappelijk onderzoek
binnen de verpleegkunde.
Wetgeving rond verpleegkunde
, Wet van 10 mei 2015 regelt wie verpleegkunde mag uitoefenen.
1) Je mag enkel verpleegkunde uitoefenen als je een diploma hebt
als verpleegkundige verantwoordelijk voor algemene zorg.
2) Als basisverpleegkundige mag je enkel werken met het juiste
diploma of titel
3) Er zijn regels voor welke handelingen je mag doen, afhankelijk van je
statuut.
Wat is verpleegkunde?
Verpleegkunde= alle activiteiten die samen verpleegkundige zorg
vormen:
o Verpleegkundige diagnoses stellen
o Zorg voorschrijven/plannen en coördineren
o Assistentie bij medische behandelingen
o Fysische beveiliging
o Taken delegeren en toezicht houden
o A-, B1-, B2- en C-handelingen uitvoeren
Voorbeeld: Een verpleegkundige stelt vast dat een patiënt pijn heeft, schrijft
pijnbestrijding voor, en coördineert de uitvoering.
Voorbeeld: Je merkt dat een patiënt koorts heeft → je stelt een diagnose → je
start zorg → je volgt op.
Voorbeelden van verpleegkundige handelingen
Ademhaling, bloedsomloop, spijsvertering, urogenitaal stelsel
Huid, zintuigen, metabolisme
Medicatie toedienen (subcutaan = onder de huid, enkel B2!)
Voeding en vocht geven
Mobiliteit en hygiëne ondersteunen
Voorbeeld: Een patiënt krijgt hulp bij het wassen en krijgt vocht via een infuus.
A-handelingen
→ Handelingen die een verpleegkundige zelfstandig mag uitvoeren:
Observeren en evalueren van de gezondheidstoestand
Verpleegkundige diagnose stellen
Zorg plannen en coördineren
Patiënt informeren en adviseren
Palliatieve zorg = levenseindezorg
Urgente levensreddende maatregelen nemen
Kwaliteit van zorg analyseren
Voorbeeld: Een verpleegkundige merkt dat een patiënt verward is, stelt een
diagnose en past de zorg aan.
B1- en B2-handelingen